Het kabinet heeft op 29 september 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin wordt voorgesteld om reeds per 2028 alle financiële instrumenten onder het vermogenswinstregime in box 3 te brengen. In 2030 wordt de overstap gemaakt naar een volledige vermogenswinstbelasting.
Inleiding
Het kabinet heeft op 29 september 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin voorgenomen bezuinigingen op sociale zekerheid worden teruggedraaid. Dit om werkgevers en werknemers de ruimte te geven om tot een sociaal akkoord te komen. Ook worden enkele koopkrachtreparaties voorgesteld. Vanuit fiscaal perspectief trekt met name de oplossingsrichting om tot een toekomstbestendige vormgeving van box 3 te komen de aandacht, alsmede de daarvoor benodigde financiële dekking.
Vermogenswinstregime
Kort gezegd wil het kabinet reeds per 2028 alle financiële instrumenten (waaronder aandelen, obligaties en opties) onder het vermogenswinstregime in box 3 brengen. Hierdoor zou circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling al direct bij inwerkingtreding van de Wet werkelijk rendement box 3 onder het vermogenswinstregime vallen. Onroerend goed viel daar in de oorspronkelijke opzet al onder. Vervolgens zouden de resterende vermogenscategorieën (zoals spaartegoeden en cryptoactiva) dan in 2030 moeten overgaan, waarna in box 3 sprake is van een volledige vermogenswinstbelasting.
Omdat het huidige wetsvoorstel al bij de Eerste Kamer ligt, kiest het kabinet voor het indienen van een aanvullend wetsvoorstel (novelle) bij de Tweede Kamer, met daarin de beoogde wijzigingen. Nadat de Tweede Kamer akkoord is, kan de Eerste Kamer vervolgens over het aangepaste wetsvoorstel stemmen.
Het kabinet erkent dat het hier om een ambitieus tijdpad gaat en dat de gevolgde route met name in het eerste jaar van de invoering een groot beroep zal doen op het doenvermogen van belastingplichtigen en de uitvoeringscapaciteit van de belastingdienst. Banken zijn dan nog niet in staat om gegevens aan te leveren ten behoeve van de vooringevulde aangifte.
Financiële dekking
De vermogenswinstbelasting leidt volgens het kabinet initieel tot minder belastingopbrengsten dan het eerder voorgestelde vermogensaanwasregime, omdat pas geheven wordt bij realisatie. Ter dekking worden de volgende maatregelen voorgesteld:
Koopkracht
Het kabinet ziet nog wel financiële ruimte om het koopkrachtpakket voor 2027 enigszins te versterken, dit met name om werken meer te laten lonen. In dat kader wordt de schijfgrens waarboven het toptarief van 49,5% in box 1 van de inkomstenbelasting aangrijpt, in 2027 verhoogd van € 78.426 naar € 80.578. Daar staat tegenover dat de arbeidskorting minder wordt verhoogd dan eerder was aangekondigd.
Slot
De in de Kamerbrief van 29 september 2026 gedane voorstellen van het kabinet moeten worden gezien in de context van het verwerven van voldoende politiek draagvlak voor de begroting van het komende jaar, inclusief het Belastingplan 2027, de maatregelen op het gebied van sociale zekerheid en koopkracht, en niet in de laatste plaats de toekomst van box 3. Of de nu voorgestelde maatregelen inderdaad doorgang zullen vinden, is op dit moment dan ook nog met onzekerheid omgeven.