De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de inspecteur in strijd met het legaliteitsbeginsel handelde door vóór 1 oktober 2020 een beschikking belastingrente vast te stellen waarin vooruit werd gelopen op een renteverhoging per die datum. Het rentepercentage van 4% is volgens de Hoge Raad echter niet in strijd met art. 1 EP EVRM.
Art. 1 EP EVRM vs. evenredigheidsbeginsel
De per 1 januari 2013 in werking getreden belastingrenteregeling komt er in grote lijnen op neer dat de inspecteur belastingrente in rekening brengt als het opleggen van een belastingaanslag met een door de belastingplichtige te betalen bedrag door toedoen van die belastingplichtige te lang op zich laat wachten. Andersom vergoedt de inspecteur belastingrente als hij er te lang over doet om een teruggaaf vast te stellen.
In deze zaak gaat het zowel om het wettelijk vastgelegde minimumpercentage van 4% voor overige heffingen in de periode 1 juli 2017- 1 juli 2020, als om het gelijkluidende rentepercentage in het per 1 oktober 2020 in werking getreden artikel 1, onderdeel a, Besluit belasting- en invorderingsrente. Advocaat-Generaal Koopman concludeerde in december 2025 al dat de ‘fair balance’ van art. 1 EP EVRM niet op stelselniveau geschonden is. Tegelijkertijd gaf hij aan dat de sinds 1 oktober 2020 geldende regeling mogelijk wel in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel, omdat het minimum van 4% een element van willekeur in zich draagt.
Uit het op 16 januari 2026 gewezen arrest inzake het hoge belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting blijkt echter dat de Hoge Raad dit onderscheid niet maakt. Onder verwijzing naar dit arrest oordeelt de Hoge Raad dan ook dat het minimumrentepercentage van 4% niet in strijd is met art. 1 EP EVRM noch met het evenredigheidsbeginsel.
Legaliteitsbeginsel
Een andere belangwekkende kwestie die in deze zaak speelt, is of de inspecteur bij het vaststellen van een rentebeschikking vooruit mag lopen op een weliswaar aangekondigde maar ten tijde van het vaststellen van die beschikking nog niet in werking getreden renteverhoging. Dat is van belang omdat belastingrente in rekening wordt gebracht tot de datum waarop de belastingaanslag invorderbaar is.
In casu stelde de inspecteur op 26 september 2020 een rentebeschikking vast, waarbij over de periode 1 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 4% belastingrente werd berekend. De daartoe strekkende wijziging van het Besluit belasting- en invorderingsrente werd echter pas 30 september 2020 gepubliceerd en trad per 1 oktober 2020 in werking. De Hoge Raad oordeelt in navolging van Advocaat-Generaal Koopman dat het grondwettelijke legaliteitsbeginsel (art. 104 GW) en art. 1 EP EVRM hieraan in de weg staan. Daaraan doet niet af dat de rentewijziging reeds was aangekondigd. De in rekening gebrachte belastingrente wordt verminderd tot 0,01% (het percentage dat voor de inkomstenbelasting gold in de periode 1 juli 2020 – 30 september 2020).
Hoofdregel is dat heffing van belasting en berekening van belastingrente niet zijn toegestaan als de relevante regeling nog niet in werking is getreden op het tijdstip waarop die heffing plaatsvindt of die rente in rekening wordt gebracht. Dit geldt zowel bij introductie van een nieuwe regeling als bij de uitbreiding van bestaande mogelijkheden tot belastingheffing of renteberekening, bijvoorbeeld als gevolg van een tariefverhoging of renteverhoging. Een uitzondering op het legaliteitsbeginsel geldt alleen indien uit een wet in formele zin volgt dat met terugwerkende kracht een juridische basis wordt verleend aan voorheen tot stand gekomen handelingen van de inspecteur. Dat is hier echter niet de situatie. Het Besluit belasting- en invorderingsrente is geen formele wet maar een algemene maatregel van bestuur. Bovendien is aan de renteverhoging per 1 oktober 2020 geen terugwerkende kracht verleend.
Praktische gevolgen
Naar aanleiding van het voorgaande merken wij nog op dat de hiervoor genoemde beperkingen niet gelden als bestaande regelgeving tot wijziging van het belastingrentepercentage leidt. In het Besluit belasting- en invorderingsrente is de hoogte van de belastingrente gekoppeld aan de laatste ECB-basisherfinancieringstransactie die vóór 1 november van het voorafgaande kalenderjaar heeft plaatsgevonden, vermeerderd met een opslag van 3%. Als deze systematiek per 1 januari van enig jaar tot een wijziging van het belastingrentepercentage leidt, kan de belastingdienst daarop zonder problemen anticiperen bij het vaststellen van de rentebeschikking.
Bron: