Ga direct naar de inhoud

Pakket Belastingplan 2026 aangenomen door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft op 16 december 2025 ingestemd met de wetsvoorstellen die deel uitmaken van het pakket Belastingplan 2026.

Pakket Belastingplan 2026

De Eerste Kamer heeft op 16 december 2025 ingestemd met de volgende wetsvoorstellen die deel uitmaken van het pakket Belastingplan 2026:

  • Belastingplan 2026
  • Overige fiscale maatregelen 2026
  • Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024
  • Implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling minimumbelasting (DAC9)
  • Differentiatie tarief vliegbelasting
  • Wijziging Wet milieubeheer inzake koolstofcorrectie aan de grens
  • Stroomlijning fiscaal inzagerecht


De Wet behoud verlaagd btw-tarief op cultuur, media en sport was al eerder door beide Kamers van de Staten-Generaal aangenomen. De meeste wetsvoorstellen treden per 1 januari 2026 in werking, maar voor diverse maatregelen geldt een later inwerkingtredingstijdstip. Zo wordt de differentiatie van het tarief van de vliegbelasting pas per 1 januari 2027 ingevoerd.

Tarieven, premiepercentages en vrijstellingen 2026

Hieronder treft u een overzicht van de belangrijkste tarieven,  premiepercentages en vrijstellingen voor het jaar 2026.

Tarieven vennootschapsbelasting

De tariefstructuur van de vennootschapsbelasting wijzigt niet in 2026. Het tarief bedraagt 19% tot een belastbaar bedrag van € 200.000 en 25,8% over het meerdere. Zie de onderstaande tabel.

Jaar

2025

2026

Eerste schijf

19,0% (belastbaar bedrag tot € 200.000)

19,0% (belastbaar bedrag tot € 200.000)

Tweede schijf

 

25,8% (belastbaar bedrag > € 200.000)

25,8% (belastbaar bedrag >€ 200.000)


Tarieven overdrachtsbelasting

Het overdrachtsbelastingtarief voor de verkrijging van woningen daalt per 1 januari 2026 naar 8%. Op de verkrijging van woningen die langdurig voor zelfbewoning zijn bestemd blijft het verlaagde tarief van 2% van toepassing. Ook de zogenoemde startersvrijstelling blijft bestaan. Voor andere onroerende zaken blijft het algemene overdrachtsbelastingtarief van 10,4% gelden.

Tarieven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen

Per 1 januari 2025 is aan de onderkant van de tariefstructuur een nieuwe schijf toegevoegd, waardoor weer sprake is van een drieschijvenstelsel. In 2026 wordt het box 1 inkomen tot € 38.883 (€ 41.123 als de belastingplichtige geboren is vóór 1 januari 1946) naar een tarief van 35,75% belast. Het tarief in de tweede schijf (box 1-inkomen tot € 78.426) bedraagt 37,56%. Het toptarief blijft met 49,50% in 2026 ongewijzigd.

Voor AOW-gerechtigden bedraagt het gecombineerde tarief in de eerste schijf in 2026 17,85%. In de tweede en derde schijf is het tarief gelijk aan dat voor de andere belastingplichtigen. Hieronder hebben wij de wijzigingen in tabelvorm samengevat.

Schijfgrenzen box 1

 

2025

 

2026

Grens eerste schijf (geboren vanaf 1946)

€ 38.441

€ 38.883

Grens eerste schijf (geboren vóór 1946)

€ 40.502

€ 41.123

Grens tweede schijf

€ 76.817

€ 78.426

Derde schijf

> € 75.817

> € 78.426


Tarieven box 1

 

2025

 

2026

Tarief eerste schijf (ouder dan AOW-leeftijd)

17,92%

17,85%

Tarief eerste schijf (jonger dan AOW-leeftijd)

35,82%

35,75%

Tarief tweede schijf

37,48%

37,56%

Tarief derde schijf

49,50%

49,50%

 

Tariefstructuur box 2
Sinds 1 januari 2024 geldt een tweeschijvenstelsel in box 2. In 2026 bedraagt het tarief 24,5% tot een inkomen van € 68.843 en 31% over het meerdere.

Tariefstructuur box 3
In box 3 wordt het vermogen in drie categorieën onderverdeeld: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. De rendementen op banktegoeden en schulden zijn gebaseerd op actuele gemiddelden en worden daarom pas na afloop van een jaar definitief vastgesteld. De rendementspercentages in de onderstaande tabel worden gebruikt bij het opleggen van voorlopige aanslagen, maar zijn dus alleen voor wat betreft de categorie overige bezittingen al definitief.

 

Rendementspercentages voor de nieuwe berekening voor de drie categorieën

 

Banktegoeden  

Overige bezittingen  

Schulden

2025

1,44% 

5,88% 

2,62% 

2026

1,28% 

6,00% 

2,70% 

 

Het box 3-tarief blijft in 2026 gelijk met 36%. Het heffingsvrije vermogen stijgt wel en bedraagt in 2026 € 59.357. Overigens heeft de Hoge Raad geoordeeld dat ook de Overbruggingswet box 3 in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod. De heffing moet worden beperkt tot het werkelijke rendement in een jaar, zij het dat ook ongerealiseerde waardeveranderingen tot dit rendement behoren. In reactie hierop is met terugwerkende kracht de Wet tegenbewijsregeling box 3 ingevoerd, waardoor belastingplichtigen met behulp van het zogenoemde OWR-formulier om vermindering kunnen verzoeken.


Premies sociale verzekeringen

  • De premiepercentages voor de volksverzekeringen blijven in 2026 ongewijzigd en bedragen respectievelijk 17,90% (AOW), 0,10% (ANW) en 9,65% (WLZ).
  • Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen bedraagt in 2026 € 79.409.
  • Grote werkgevers zijn de hoge premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) verschuldigd. Deze bedraagt in 2026 7,63%. Kleine werkgevers betalen de lage Aof-premie van 6,27%.
  • De lage premie voor het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) bedraagt in 2026 2,74%. Deze is verschuldigd voor werknemers met een vast arbeidscontract voor onbepaalde tijd. In andere gevallen is de werkgever de hoge Awf-premie van 7,74% verschuldigd.
  • De werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) bedraagt in 2026 6,10% over een bijdrageloon tot € 79.409. Verzekeringsplichtigen die ander arbeidsinkomen genieten zijn in 2026 zelf een inkomensafhankelijk bijdrage van 4,85% verschuldigd over het bijdrage-inkomen tot € 79.409.


Tarieven en vrijstellingen schenk- en erfbelasting

Het tarief van de schenk- en erfbelasting is afhankelijk van de verwantschap tot degene van wie verkregen wordt. Voor verkrijgingen (krachtens schenking of erfenis) door de partner of een kind geldt in 2026 een tarief van 10% tot een verkrijging van € 158.669 en 20% over het meerdere. Voor verkrijgingen door kleinkinderen bedragen deze tarieven 18% en 36%. Voor overige verkrijgers gaat het om tarieven van respectievelijk 30% en 40%.

De reguliere vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen bedraagt in 2026 € 6.908. Indien het kind tussen de 18 en 40 jaar oud is, mogen de ouders echter eenmalig een bedrag van € 33.129 onbelast schenken. Is de schenking bestemd voor de betaling van een kostbare studie van het kind, dan bedraagt de eenmalig verhoogde vrijstelling zelfs € 69.009. Als voorwaarde voor toepassing van de eenmalig verhoogde vrijstelling geldt dat aangifte schenkbelasting moet worden gedaan. In alle overige gevallen bedraagt de schenkingsvrijstelling in 2026 € 2.769.

Pakket Belastingplan 2026 aangenomen door de Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft op 27 november 2025 ingestemd met het Belastingplan 2026. Daarbij zijn verschillende amendementen en moties aangenomen.

Belastingplan 2026 – overzicht van de ingediende wetsvoorstellen

De voorgestelde maatregelen per belastingsoort weergegeven.