Het inkomensbeleid
Het kabinet wil werken meer laten lonen en investeert om die reden in een verhoging van de arbeidskorting. Dit wordt gedekt met een tariefsverhoging in de eerste schijf van de loon- en inkomstenbelasting. Hierdoor wordt de koopkrachtontwikkeling van werkenden ten opzichte van uitkeringsgerechtigden dichter bij elkaar gebracht.Daarnaast wordt de inflatie in 2026 slechts deels (voor 52,8%) gecompenseerd door een verhoging van de schijfgrenzen en heffingskortingen. De beperkte toepassing van de inflatiecorrectie heeft eveneens gevolgen voor de grenzen in de KIA, de maximumbedragen voor groen beleggen en contant geld, de aanslag- en teruggavedrempel en de hoogste grens van de eigenwoningwaarde voor het eigenwoningforfait.
Aanpassing tarieven box 1
De voorgestelde tariefstructuur ziet er als volgt uit:
Schijfgrenzen
|
2025
|
2026
|
Einde eerste schijf (geboren vóór 1 januari 1946)
|
€ 40.502
|
€ 41.123
|
Einde eerste schijf (geboren na 1 januari 1946)
|
€ 38.441
|
€ 38.883
|
Einde tweede schijf
|
€ 76.817
|
€ 79..137
|
Derde schijf
|
> € 76.817
|
> € 79.137
|
Gecombineerde tarieven IB/PVV
|
2025
|
2026
|
Tarief eerste schijf (ouder dan AOW-leeftijd)
|
17,92%
|
17,80%
|
Tarief eerste schijf (jonger dan AOW-leeftijd)
|
35,82%
|
35,70%
|
Tarief tweede schijf
|
37,48%
|
37,56%
|
Tarief derde schijf
|
49,50%
|
49,50%
|
De tarieven in box 2 (eerste schijf 24,5% en tweede schijf 31%) en box 3 (36%) blijven daarentegen ongewijzigd.
MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek
De MKB-winstvrijstelling blijft in 2026 gehandhaafd op 12,70%. De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd naar €1.200 in 2026. In 2025 bedraagt deze aftrekpost nog €2.470.
Maatregelen lucratiefbelangregeling
De voordelen uit een middellijk gehouden lucratief belang kunnen op verzoek van de belastingplichtige in box 2 worden belast in plaats van als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) in box 1. De voorwaarde is dat ten minste 95% van de in een kalenderjaar genoten lucratief belang-voordelen als inkomen uit aanmerkelijk belang wordt uitgekeerd. Het kabinet stelt voor om de grondslag voor het inkomen uit een middellijk gehouden lucratief belang te verbreden via een multiplier. Hierdoor wordt de effectieve belastingdruk op de betreffende voordelen verhoogd van 24,5% naar 28,45% voor voordelen uit lucratief belang voor zover deze belast zijn in de eerste tariefschijf van box 2 en verhoogd van 31% naar 36% voor voordelen uit lucratief belang voor zover deze belast zijn in de tweede tariefschijf van box 2. Deze maatregel is niet beperkt tot lucratieve belangen gehouden door private equity managers, maar strekt zich uit tot alle kwalificerende belangen.
Aanpassing forfait voor overige bezittingen box 3
Het kabinet stelt voor de berekeningswijze van het forfait voor overige bezittingen in box 3 aan te passen en om het heffingsvrije vermogen te verlagen, om zo de budgettaire derving van uitstel van de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 (tot 1 januari 2028) op te vangen. Het forfait voor overige bezittingen stijgt met 1,78%-punt tot 7,78% en het heffingsvrije vermogen wordt verlaagd van € 57.684 naar € 51.396.
Uitsluiten niet-marktconform handelen gelieerde partijen van toepassing leegwaarderatio
Op woningen die worden verhuurd aan een gelieerde partij van de belastingplichtige waarbij de huurder huurbescherming geniet maar de huur- of pachtprijs niet marktconform is, kan vanaf 1 januari 2026 niet langer de leegwaarderatio worden toegepast. Dit geldt zowel voor de inkomstenbelasting als voor de schenk- en erfbelasting. Verder wordt een arrest van de Hoge Raad gecodificeerd op grond waarvan de waarde in het economisch verkeer in de plaats komt van de waarde die is bepaald met toepassing van de leegwaarderatio als laatstgenoemde meer dan 10% hoger uitkomt.
Reparatie box 3-tegenbewijsregeling voor obligaties en andere vermogensbestanddelen met kortlopende termijnen
Met terugwerkende kracht tot 25 augustus 2025 om 16:00 uur zal de berekening van het werkelijk rendement in de box 3-tegenbewijsregeling ten aanzien van obligaties worden aangepast. Obligaties en met obligaties vergelijkbare effecten worden voortaan gewaardeerd op waarde in het economische verkeer. Dit is de waarde inclusief aangegroeide rente, wat voorheen niet het geval was. Tevens wordt voorgesteld om de vrijstelling voor kortlopende termijnen (banktegoeden uitgezonderd) te laten vervallen, waardoor de aangegroeide rente niet langer is vrijgesteld. Deze combinatie van maatregelen zorgt ervoor dat het werkelijk rendement op deze vermogensbestanddelen gelijkmatiger wordt verdeeld over verschillende belastingjaren.
Aanpassing groen beleggen
De box 3-vrijstelling en de heffingskorting voor groene beleggingen kan om technische redenen niet worden afgeschaft per 1 januari 2027. Het kabinet stelt echter een laag bedrag van de vrijstelling voor groene beleggingen van € 200 per belastingplichtige voor, zodat de regelingen de facto wel al per 1 januari 2027 worden afgeschaft. De vrijstelling en heffingskorting voor groen beleggen zullen per 1 januari 2028 definitief komen te vervallen.