Ga direct naar de inhoud

Pakket Belastingplan 2026 - tarieven en heffingskortingen

De tariefstructuur van de vennootschapsbelasting wijzigt niet in 2026. Het tarief bedraagt 19% tot een belastbaar bedrag van € 200.000 en 25,8% over het meerdere. Zie de onderstaande tabel.

Jaar

2025

2026

Eerste schijf

19,0% (belastbaar bedrag tot €200.000)

19,0% (belastbaar bedrag tot €200.000)

Tweede schijf

25,8% (belastbaar bedrag >  €200.000)

25,8% (belastbaar bedrag >  €200.000)

Per 1 januari 2025 is aan de onderkant van de tariefstructuur een nieuwe schijf toegevoegd, waardoor weer sprake is van een drieschijvenstelsel. Het box 1 inkomen tot € 38.883 (tot € 41.123 als de belastingplichtige geboren is vóór 1 januari 1946) wordt in 2026 naar een tarief van 35,75% belast. Het tarief in de tweede schijf (box 1-inkomen tot € 78.426) bedraagt 37,56%. Het toptarief blijft met 49,50% in 2026 ongewijzigd.

Voor AOW-gerechtigden bedraagt het gecombineerde tarief in de eerste schijf in 2026 17,85%. In de tweede en derde schijf is het tarief gelijk aan dat voor de andere belastingplichtigen. Hieronder hebben wij de wijzigingen in tabelvorm samengevat.

Schijfgrenzen

 

2025

2026

Grens eerste schijf (geboren vanaf 1946)

€38.441

€38.883

Grens eerste schijf (geboren vóór 1946)

€40.502

€41.123

Grens tweede schijf

€76.817

€78.426

Derde schijf

> €76.817

> €78.426

Algemene tarieftabel

Gecombineerd tarief

2025

2026

Tarief eerste schijf

35,82%

35,75%

Tarief tweede schijf

37,48%

37,56%

Tarief derde schijf

49,50%

49,50%

Tarieftabel AOW-gerechtigden

Gecombineerd tarief

2025

2026

Tarief eerste schijf

17,92%

17,85%

Tarief tweede schijf

37,48%

37,56%

Tarief derde schijf

49,50%

49,50%

 

Sinds 1 januari 2024 geldt een tweeschijvenstelsel in box 2. Het box 2-inkomen tot € 68.843 wordt belast naar een tarief van 24,5%. Over het meerdere is 31% verschuldigd.

In box 3 wordt het vermogen in drie categorieën onderverdeeld: contant geld en banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Het rendement op overige bezittingen wordt bepaald aan de hand van langjarige gemiddelde rendementen op effecten, obligaties en vastgoed en komt in 2026 uit op 6%. De voorgestelde verhoging naar 7,78% in het Belastingplan 2026 is bij amendement door de Tweede Kamer teruggedraaid. Het rendement op banktegoeden en schulden wordt daarentegen gebaseerd op actuele rentestanden en kan daarom pas na afloop van het heffingsjaar definitief worden vastgesteld. De voor die categorieën genoemde percentages in 2025 dus zijn nog voorlopig.

Rendementspercentages voor de nieuwe berekening voor de drie categorieën

 

Banktegoeden (I)

Overige bezittingen (II)

Schulden

2024

1,44%

6,04%

2,61%

2025

1,44%

5,88%

2,62%

2026

 

6,00%

 


Het box 3-tarief blijft in 2026 36%. Het heffingsvrije vermogen in box 3 zou in 2026 worden verlaagd, maar ook dit voorstel is door de Tweede Kamer geblokkeerd. Het is nu vastgesteld op € 59.357, rekening houdend met indexatie.

De zelfstandigenaftrek wordt stapsgewijs afgebouwd. In 2025 bedraagt deze nog € 2.470, maar valt in 2026 terug naar € 1.200 om in 2027 uiteindelijk op € 900 uit te komen. Doel van deze verlaging is het verkleinen van het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen. De MKB-winstvrijstelling blijft in 2026 gehandhaafd op 12,7%.

In 2026 wordt het maximum van de algemene heffingskorting verhoogd tot € 3.115 (2025: € 3.068). Het afbouwpunt is sinds 2025 gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Ook telt sindsdien het hele verzamelinkomen van de belastingplichtige mee en niet langer alleen het box 1-inkomen. Op basis van de huidige cijfers betekent dit dat de algemene heffingskorting in 2026 vanaf € 29.736 met 6,398% wordt afgebouwd totdat deze bij een verzamelinkomen van € 78.426 op nihil uitkomt.

Het maximale bedrag van de arbeidskorting bedraagt in 2026 € 5.685. Deze heffingskorting wordt vanaf een arbeidsinkomen van € 45.592 afgebouwd met 6,51%, totdat deze bij een arbeidsinkomen van € 132.920 op nihil uitkomt. Hieronder hebben wij de wijzigingen in de algemene heffingskorting en de arbeidskorting in tabelvorm opgenomen:

Algemene heffingskortingen

2025

2026

Maximum algemene heffingskorting (onder AOW-leeftijd)

€3.068

€3.115

Maximum algemene heffingskorting (boven AOW-leeftijd)

€1.536

€1.556

Afbouwpunt algemene heffingskorting

€28.406

€29.736

Afbouwpercentage algemene heffingskorting (onder AOW-leeftijd)

6,337%

6,398%

Afbouwpercentage algemene heffingskorting (boven AOW-leeftijd)

3,170%

3,195%

Maximum arbeidskorting

€5.599

€5.685

Afbouwpunt

€43.071

€45.592

Afbouwpercentage arbeidskorting

6,51%

6,51%

 

In 2026 wordt de maximale IACK verhoogd tot € 3.032 en het vereiste minimale arbeidsinkomen tot € 6.239. Het opbouwpercentage blijft ongewijzigd (11,45%). Het maximum van de IACK wordt in 2026 bereikt bij een arbeidsinkomen van € 32.719.

Jaar

 

2025

2026

Maximale IACK

€ 2.986

€ 3.032

Opbouwpercentage

11,45%

11,45%

Opbouwpunt

€ 6.145

€ 6.239

 

De maximale ouderenkorting bedraagt in 2026 € 2.067. Deze wordt vanaf een verzamelinkomen van € 46.002 met 15% afgebouwd. De alleenstaande ouderenkorting is daarentegen een vast bedrag en komt in 2026 uit op € 540.

Jaar

2025

2026

Maximale ouderenkorting

€ 2.035

€ 2.067

Afbouwpercentage

15%

15%

Afbouwpunt

€ 45.308

€ 46.002

Alleenstaande ouderenkorting

€ 531

€ 540

De jonggehandicaptenkorting wordt in 2026 verhoogd naar € 923 (2025: € 909).

Fiscale Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze fiscale nieuwsbrief en ontvang de laatste updates over Prinsjesdag 2025 en het Belastingplan 2026.