Ga direct naar de inhoud

Fiscale aspecten ‘Acties Weerbaarheid Energieschok’

Het kabinet heeft op 20 april 2026 een brief aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd met de titel ‘Acties Weerbaarheid Energieschok’. Daarin worden diverse scenario’s geschetst en maatregelen aangekondigd. In deze alert gaan wij in op de fiscale onderdelen van het pakket.

Inleiding

Het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten leidt tot toenemende verstoringen in de aanvoer van olie en olieproducten. De vraag naar olie is relatief inelastisch. Een terugval in het aanbod heeft daardoor een relatief groot effect op de prijs.

Het conflict resulteert wereldwijd in hogere prijzen, toenemende onzekerheid en verhoogde volatiliteit op de energiemarkt. Dit heeft bredere economische gevolgen, waaronder afnemende wereldhandel en economische groei, stijgende kosten voor bedrijven, hogere lasten voor huishoudens en onzekerheid op financiële markten. Daarnaast worden energie-intensieve sectoren direct geraakt.

Gegeven deze onzekerheid heeft het kabinet vijf scenario’s uitgewerkt voor het energieaanbod, de economische gevolgen en de impact op huishoudens en bedrijven. Het kabinet bereidt zich voor op deze scenario’s en werkt maatregelen uit om huishoudens en bedrijven te ondersteunen.

Koopkracht huishoudens, veerkracht bedrijven, en weerbaarheid

  • Om de koopkracht van burgers te ondersteunen, wordt de maximale onbelaste reiskostenvergoeding met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Dit komt neer op circa € 0,30 per liter brandstof. Het kabinet roept werkgevers op van deze fiscale faciliteit gebruik te maken, zodat het voordeel ook daadwerkelijk bij werknemers terecht komt.
  • Voor bedrijven wordt het aantrekkelijker om te investeren in verduurzaming door het aftrekpercentage van de Energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 te verhogen van 40% naar 45.5%. Daarnaast wordt het mkb ondersteund bij het nemen van energiebesparende maatregelen.
  • Per 1 juli 2026 worden de tarieven in de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers voor een periode van zes maanden met 50% verlaagd. Voor vrachtauto’s wordt het tarief zelfs tijdelijk op nihil gesteld. Tevens wordt in overleg met de sector bezien of binnen de vrachtwagenheffing maatwerk mogelijk is.
  • Er wordt ingezet op versnelling van de elektrificatie van het wagenpark. De inruilregeling voor brandstofauto’s wordt al eind 2026 opengesteld. Met deze regeling kunnen huishoudens met lagere en middeninkomens een oudere fossiele auto (emissieklasse 1 t/m 4) laten slopen en aan de hand van een subsidie een tweedehands elektrische auto aanschaffen.
  • Ter versterking van de veerkracht van bedrijven wordt de toegang tot garantieregelingen verruimd, met als doel levensvatbare ondernemingen beter toegang te bieden tot financiering en liquiditeit.
  • Het kabinet neemt daarnaast maatregelen om de weerbaarheid met betrekking tot de vraag naar energie te vergroten. Huishoudens worden ondersteund bij energiebesparing door verruiming van leningen via het Warmtefonds, inzet van energiefixers en verhoging van verduurzamingssubsidies voor VVE’s.
  • Er wordt een noodfonds energie voorbereid, gericht op het voorkomen van acute financiële problemen voor huishoudens bij stijgende gasprijzen. Daarvoor is € 195 mln. gereserveerd.

Budgettaire dekking

  • De startersaftrek in de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Uit evaluaties blijkt dat deze regeling beperkt doeltreffend is in het stimuleren van ondernemerschap en gepaard gaat met relatief hoge uitvoeringskosten.
  • De kleinschaligheidsaftrek (KIA) wordt in 2027 versoberd. Deze regeling wordt als beperkt doeltreffend en doelmatig beoordeeld. Het kabinet onderzoekt tevens een mogelijke hervorming van de regeling, waarbij vrijgekomen middelen worden ingezet voor een effectievere stimulering van investeringen en innovatie.
  • Er wordt vanaf 2027 in accijns op alcoholhoudende dranken een indexatiemechanisme geïntroduceerd. In tegenstelling tot andere accijnzen wordt deze momenteel niet structureel geïndexeerd, waardoor de reële waarde afneemt.

Moties en overwinsten in de energiesector

De Tweede Kamer heeft moties aangenomen waarin wordt verzocht te onderzoeken of bedrijven die dankzij de stijgende energieprijzen mogelijke overwinsten behalen kunnen bijdragen aan het dempen van prijsstijgingen of het ondersteunen van kwetsbare huishoudens. Tevens is gevraagd om inzicht in eerdere maatregelen uit 2022 gericht op het afromen van overwinsten.

Het kabinet ziet op dit moment geen aanwijzingen voor overwinsten op de gasmarkt. Voor de oliemarkt geldt dat er weliswaar indicaties dat de opbrengsten van oliewinning en raffinage zijn gestegen, maar de ontwikkeling van prijzen en kosten is onzeker. Bovendien worden eventuele extra winsten grotendeels in het buitenland gerealiseerd, aangezien er in Nederland nauwelijks olie wordt gewonnen. Ook de prijsontwikkeling bij Nederlandse raffinaderijen is onzeker.

Het kabinet acht het complex om ‘overwinst’ eenduidig vast te stellen en vindt het onwenselijk om unilateraal een extra heffing boven op de vennootschapsbelasting in te voeren. Daarover moet op Europees niveau worden gesproken. Het kabinet verwijst naar in 2022 getroffen maatregelen als de tijdelijke solidariteitsbijdrage en de inframarginale elektriciteitsheffing, waartoe ook in EU-verband is besloten. Daarbij wordt opgemerkt dat deze heffingen zowel in Nederland als daarbuiten tot vele juridische procedures hebben geleid.

Did you find this useful?

Thanks for your feedback