Het kabinet heeft op 20 april 2026 een brief aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd met de titel ‘Acties Weerbaarheid Energieschok’. Daarin worden diverse scenario’s geschetst en maatregelen aangekondigd. In deze alert gaan wij in op de fiscale onderdelen van het pakket.
Inleiding
Het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten leidt tot toenemende verstoringen in de aanvoer van olie en olieproducten. De vraag naar olie is relatief inelastisch. Een terugval in het aanbod heeft daardoor een relatief groot effect op de prijs.
Het conflict resulteert wereldwijd in hogere prijzen, toenemende onzekerheid en verhoogde volatiliteit op de energiemarkt. Dit heeft bredere economische gevolgen, waaronder afnemende wereldhandel en economische groei, stijgende kosten voor bedrijven, hogere lasten voor huishoudens en onzekerheid op financiële markten. Daarnaast worden energie-intensieve sectoren direct geraakt.
Gegeven deze onzekerheid heeft het kabinet vijf scenario’s uitgewerkt voor het energieaanbod, de economische gevolgen en de impact op huishoudens en bedrijven. Het kabinet bereidt zich voor op deze scenario’s en werkt maatregelen uit om huishoudens en bedrijven te ondersteunen.
Koopkracht huishoudens, veerkracht bedrijven, en weerbaarheid
Budgettaire dekking
Moties en overwinsten in de energiesector
De Tweede Kamer heeft moties aangenomen waarin wordt verzocht te onderzoeken of bedrijven die dankzij de stijgende energieprijzen mogelijke overwinsten behalen kunnen bijdragen aan het dempen van prijsstijgingen of het ondersteunen van kwetsbare huishoudens. Tevens is gevraagd om inzicht in eerdere maatregelen uit 2022 gericht op het afromen van overwinsten.
Het kabinet ziet op dit moment geen aanwijzingen voor overwinsten op de gasmarkt. Voor de oliemarkt geldt dat er weliswaar indicaties dat de opbrengsten van oliewinning en raffinage zijn gestegen, maar de ontwikkeling van prijzen en kosten is onzeker. Bovendien worden eventuele extra winsten grotendeels in het buitenland gerealiseerd, aangezien er in Nederland nauwelijks olie wordt gewonnen. Ook de prijsontwikkeling bij Nederlandse raffinaderijen is onzeker.
Het kabinet acht het complex om ‘overwinst’ eenduidig vast te stellen en vindt het onwenselijk om unilateraal een extra heffing boven op de vennootschapsbelasting in te voeren. Daarover moet op Europees niveau worden gesproken. Het kabinet verwijst naar in 2022 getroffen maatregelen als de tijdelijke solidariteitsbijdrage en de inframarginale elektriciteitsheffing, waartoe ook in EU-verband is besloten. Daarbij wordt opgemerkt dat deze heffingen zowel in Nederland als daarbuiten tot vele juridische procedures hebben geleid.
Bron:
Dennis van Bergen
Manager | Global Business Tax
Tel: +31(0)88 286 1443
dvanbergen@deloitte.nl