Ga direct naar de inhoud

BCBS 239 Benchmark Survey 2026

Hoe gaan banken om met compliance-uitdagingen sinds de publicatie van BCBS 239 en de definitieve ECB RDARR-gids?

Onze BCBS 239 Benchmark Survey 2026 onderzoekt hoe banken reageren op toenemende toezichtsdruk, met nadruk op veranderende toezichtsverwachtingen en de herstelmaatregelen die banken treffen. Voortbouwend op onze enquête uit 2024 is deze editie ruim twee keer zo groot en gebaseerd op inzichten van meer dan 50 instellingen. Als de meest omvangrijke enquête in zijn soort tot nu toe biedt zij waardevolle peer‑benchmarking en praktische inzichten voor banken die hun capaciteiten voor risicogegevens‑aggregatie en -rapportage willen versterken.

Belangrijkste inzichten

  • De enquête belicht best practices, hiaten en trends op het gebied van governance, data-architectuur en datakwaliteit. Deze inzichten helpen banken te voldoen aan de verwachtingen uit de ECB‑RDARR‑gids en de naleving te versterken.
  • Het onderzoek laat zien hoe banken BCBS 239 kunnen inzetten als strategische hefboom om datagovernance te verbeteren en zo te komen tot veerkrachtiger, datagedreven besluitvorming.
BCBS 239 Benchmark Survey 2026

Download hier onze studie

BCBS 239 in 2026: Een sector die voortdurend onder toezicht staat

Meer dan tien jaar na de invoering van BCBS 239 blijven risicogegevensaggregatie en risicorapportage (RDARR) centraal staan in het toezicht. Met de afgeronde RDARR-gids van de ECB (2024) zijn de verwachtingen concreter en harder geworden. De focus verschuift van interpretatie naar uitvoering. We onderzoeken hoe banken in de praktijk aantonen dat governance, scope, geïntegreerde data‑architectuur en herstelmaatregelen daadwerkelijk werken.

Onze BCBS 239 Benchmark Survey 2026 biedt een momentopname van hoe banken reageren op deze volgende fase van regelgevingsdruk. Op basis van de eerste editie toont de benchmark hoe implementatiebenaderingen evolueren nu de toezichthoudende controle toeneemt.

Een nieuwe en uitgebreide benchmark

Onze enquête bestaat uit 22 vragen die ontworpen zijn om vast te leggen hoe banken de ECB‑verwachtingen operationaliseren op het gebied van governance, scope, geïntegreerde data‑architectuur en datakwaliteit.

De antwoorden komen van meer dan 50 internationale banken, die uiteenlopende geografische gebieden, businessmodellen en volwassenheidsniveaus vertegenwoordigen. De deelnemers zijn hoofdzakelijk grote, internationaal actieve banken, met het grootste aandeel gevestigd in de Europese Unie, aangevuld met instellingen uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Azië met aanzienlijke activiteiten in Europa. Qua omvang wordt de benchmark gedomineerd door instellingen met totale activa boven €100 miljard, waaronder veel banken met meer dan €500 miljard.

De uitgebreide deelname ten opzichte van de editie van 2024 maakt een robuustere beoordeling van bestaande praktijken en trends in opkomende markten mogelijk. De resultaten van de enquête worden verrijkt door Deloitte's voortdurende dialoog met de markt, waaronder regelmatige BCBS 239-rondetafelgesprekken, toezichtsbesprekingen en uitgebreide klantcontacten in Europa en daarbuiten. Deze inzichten helpen de enquête-antwoorden te contextualiseren, terugkerende toezichtsthema's te identificeren en onderscheid te maken tussen geïsoleerde praktijken en bredere signalen uit de sector.

Belangrijkste resultaten: wat de markt ons vertelt

Onze resultaten tonen een aantal consistente signalen in de hele sector:

  • Banken passen BCBS 239 toe die ver buiten de oorspronkelijke scope van toepassing zijn. Hoewel interne risicorapportage het meest volwassen toepassingsgebied blijft, worden RDARR‑vereisten vaker toegepast op FINREP, COREP, Pillar‑3‑rapportages, stresstesten en risicomanagementmodellen.
  • De toezichtsdruk blijft de scope uitbreiden. Vergeleken met eerdere bevindingen is de toepassing van regelgeving en financiële rapportage aanzienlijk toegenomen, wat de verwachtingen van bedrijfsbrede dekking versterkt.
  • Het eigendom van BCBS 239 is voornamelijk verankerd in financiële en risicofuncties. Onze enquête wijst op een sterke samenwerking tussen risico en financiën, met steun van operations en IT, als het gangbare governancemodel voor BCBS 239-sanering.
  • Kostentransparantie blijft een aandachtspunt. Een grote meerderheid van de instellingen kan de BCBS 239‑uitgaven nog steeds niet precies kwantificeren, omdat de kosten voor herstelmaatregelen vaak zijn geïntegreerd in bredere data-, risico- en IT‑initiatieven.
  • End-to-end datalijn is nu de dominante doeltoestand. De meeste banken definiëren de afstamming van rapportages terug naar de bronsystemen, in lijn met RDARR-verwachtingen, al verschilt de implementatiediepte.
  • End-User Computing (EUC) blijft risico's vormen. Ondanks breed gebruik ontbreken bij veel banken nog systematische kwaliteitscontroles en gedetailleerde afstammingsdocumentatie voor EUC.

Van regelgevende last tot strategische basis

Onze enquête toont een sector in geleidelijke maar duidelijke transitie. BCBS 239 wordt steeds meer gezien als meer dan een nalevingsverplichting; toonaangevende instellingen beschouwen vooruitgang in RDARR als de basis voor sterkere datagovernance, meer transparantie en veerkrachtige besluitvorming.

Deze verschuiving wordt versterkt door de groeiende vraag naar automatisering, geavanceerde analyses en generatieve AI (GenAI), allemaal afhankelijk van een solide datagrondslag. Uitdagingen blijven bestaan rond scope, granulaire lineage, EUC en de operationalisering van datakwaliteitsrisico’s. Toch verschuiven banken van louter voldoen aan regelgeving naar het bouwen aan een weerbare, datagedreven organisatie.

Investeringen in data worden een strategische noodzaak voor banken. Nieuwe technologieën, vooral GenAI, zullen hun volledige potentie niet bereiken zonder een solide databasis.

Yuri Jolly

Did you find this useful?

Thanks for your feedback