Wanneer een ZZP'er als werknemer wordt geherkwalificeerd, betekent dit dat er voldaan wordt aan de wettelijke vereisten voor een arbeidsovereenkomst. Voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst moeten de volgende elementen, gebaseerd op artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek, aanwezig zijn:
- persoonlijke uitvoering van werk;
- in ruil voor betaling van loon;
- een gezagsverhouding;
- voor een bepaalde periode.
Bij de beoordeling of een arbeidsrelatie voldoet aan de vier voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek, moet aandacht worden besteed aan alle omstandigheden van de zaak, in onderlinge samenhang bekeken. De manier waarop de partijen hun arbeidsrelatie hebben uitgevoerd en daarmee inhoud hebben gegeven, zal leidend zijn. Het is daarom niet relevant of de partijen als zodanig de arbeidsrelatie onder de wettelijke regeling inzake arbeidsovereenkomsten wilden classificeren. Het bovenstaande kan aldus betekenen dat er sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst, zelfs als de overeengekomen overeenkomst van opdracht anders aangeeft. Als de uitvoering van het werk op enig moment de kenmerken van een arbeidsovereenkomst gaat vertonen, kan een arbeidsrelatie verkleuren gedurende de looptijd van de overeenkomst van opdracht.
In recente jurisprudentie van het Gerechtshof (met name de uitspraken van Deliveroo en Uber) is de kwalificatie van de arbeidsrelatie (en de holistische beoordeling ervan) opnieuw besproken, hetgeen verdere verduidelijking biedt over de wettelijke criteria zoals vastgelegd in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek. In de uitspraak van Deliveroo van 24 maart 2023 oordeelde het Gerechtshof dat de volgende overwegingen van belang kunnen zijn bij het kwalificeren van de arbeidsrelatie met een ZZP'er:
- De aard en duur van de activiteiten
- De wijze waarop de activiteiten en werktijden worden bepaald
- De verankering van het werk en de ZZP'er in de organisatie en bedrijfsvoering van de organisatie
- Het bestaan of ontbreken van een verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren
- De wijze waarop de contractuele relatie tussen de partijen tot stand is gekomen
- De wijze waarop de vergoeding wordt bepaald en betaald
- Het niveau van de beloning
- De mate waarin de ZZP'er een commercieel risico loopt
- In hoeverre de ZZP'er zich gedraagt als ondernemer in het economisch verkeer (extern ondernemerschap)
- Het belang van de contractuele voorwaarden zoals overeengekomen met de ZZP'er
In de uitspraak van Uber van 21 februari 2025 benadrukte het Gerechtshof dat het Deliveroo-criterium, dat betrekking heeft op het externe ondernemerschap van de ZZP'er, even belangrijk is als de andere criteria die in de Deliveroo-zaak zijn geïdentificeerd en daarom volledig in overweging moet worden genomen bij het kwalificeren van de arbeidsrelatie met de ZZP'er.
Op 27 januari 2026 deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in de procedure tussen FNV en Uber, na prejudiciële vragen die eerder aan de Hoge Raad waren voorgelegd. Het hof benadrukte dat de kwalificatie van de arbeidsrelatie per individuele chauffeur moet worden beoordeeld, omdat persoonlijke omstandigheden doorslaggevend kunnen zijn. Volgens het hof is een algemene vaststelling van de kwalificatie voor groepen werkenden niet mogelijk. Extern ondernemerschap moet (tevens) bij de beoordeling worden betrokken: investeringen, risico's, een zelfstandige strategie en meerdere opdrachtgevers worden hierin meegewogen.