This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Verlegging van btw bij invoer - nieuwe toepassingsmodaliteiten

Auteur: Gert Heemeryck, Tax & Legal Services

Onder bepaalde specifieke voorwaarden wordt aan btw-belastingplichtigen, die tot het indienen van Belgische periodieke btw-aangiften zijn gehouden, vergunning verleend om als geadresseerde de invoer-btw te voldoen in de btw-aangifte, in plaats van op het douanekantoor (‘ET14000-vergunning’). Op deze manier vermijdt de belastingplichtige onderneming dat zij de btw op haar invoeren moet voorfinancieren. De btw wordt immers in de btw-aangifte betaald, maar kan ook onmiddellijk worden aangegeven als aftrekbare btw in diezelfde aangifte.

Sinds 1 oktober 2012 vraagt de btw-administratie geen ‘vooruitbetaling’ meer voor het verkrijgen van dergelijke vergunning. Ondernemingen met een uitstaande borg konden deze vanaf begin 2013 terugvragen. 

In het verlengde van de aanpassing van de regeling van de vooruitbetaling werd gesleuteld aan de modaliteiten met betrekking tot de ET14000-vergunning (cf. KB van 13 juni 2013 tot wijziging van KB nr. 7; nader toegelicht in Circulaire nr. 25/2013 (E.T. 123.777) dd. 27/06/2013). Hierna bespreken we kort de voornaamste nieuwigheden:

1) Invoervergunning voor ‘globale’ btw-nummers

Met de introductie van deze nieuwe modaliteiten is het voortaan mogelijk voor de aansprakelijke vertegenwoordiger (‘vooraf erkend persoon’) van buitenlandse ondernemingen, die in België zijn geïdentificeerd onder een ‘globaal’ btw-nummer, een ET14000-vergunning aan te vragen. Dit nummer wordt ‘globaal’ genoemd omdat deze ‘vooraf erkend persoon’ meerdere buitenlandse btw-belastingplichtigen tegelijkertijd onder dat specifieke speciale btw-nummer kan vertegenwoordigen. Het gaat hier enkel om de btw-nummers beginnend met BE0796.5, gezien enkel op dit globaal btw-nummer belaste invoeren kunnen worden verricht. Voor de aanvraag van een ET14000-vergunning door de houder van een globaal btw-nummer, voorziet voornoemde circulaire in een afzonderlijk model.

2) Ook voor belastingplichtigen die slechts occasioneel invoeren

Een vergunning wordt enkel toegekend indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Eén van de belangrijkste nieuwigheden bestaat erin dat het voortaan volstaat dat de btw-belastingplichtige “een invoer heeft verricht” of “moet kunnen aantonen dat dit in de toekomst het geval zal zijn”. Onder het oude regime was het immers zo dat de toepassing van deze regeling het bestaan van een “regelmatige invoeractiviteit” vereiste. Deze flexibilisering is interessant voor vennootschappen die eerder sporadisch invoeractiviteiten uitvoeren, waarbij deze activiteiten door hun waarde belastend zijn voor de voorfinanciering van btw.

3) Aanvraagprocedure: nieuwe termijn

De aanvraag dient schriftelijk te gebeuren, volgens het model in bijlage I (voor een individueel btw-nummer) of bijlage II (voor een ‘globaal’ btw-nummer) van de circulaire (te downloaden op www.myminfin.be «tabblad formulieren»). Sinds de nieuwe regeling heeft de administratie, indien aan de daartoe gestelde voorwaarden is voldaan, een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van indiening van de aanvraag om de vergunning te verlenen. Wanneer niet aan die voorwaarden is voldaan, wordt die aanvraag binnen diezelfde termijn verworpen bij een met redenen omklede beslissing.

4) Hoofdelijke aansprakelijkheid

In het wetboek btw bestaat in bepaalde omstandigheden een hoofdelijke aansprakelijkheid, die in de regel ‘onvoorwaardelijk’ is. Onder invloed van Europese rechtspraak kwam deze ‘onvoorwaardelijke aansprakelijkheid’ onder druk te staan. Dit heeft ook zijn gevolgen voor de ET14000-vergunning.

Met betrekking tot de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de voldoening van invoer-btw (men denkt hier bijvoorbeeld aan douaneagenten), werd deze hoofdelijke aansprakelijkheid afgezwakt tot een ‘voorwaardelijke’ hoofdelijke aansprakelijkheid. Voortaan zijn voornoemde personen van hun hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen indien “zij kunnen aantonen dat zij geen fout hebben begaan of niet nalatig zijn geweest”. In ieder geval zijn zij niet van deze aansprakelijkheid ontslagen indien zij “wisten of moesten weten dat de verschuldigde btw bij de invoer niet werd of zal worden gestort aan de staat”.

Deze nieuwe toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de verlegging van invoer-btw traden in werking op 4 juli 2013. De vergunningen die voor deze datum rechtsgeldig van kracht waren blijven geldig met behoud van hun nummer.


Gepubliceerd op 16/07/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site