This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Vrijstelling IC-levering zonder btw-nummer afnemer – Administratie eist bijkomende bewijsmiddelen

Auteur: Bert Guenter, Tax & Legal Services

In een recente beslissing (E.T. 123.179 dd. 27.08.2013) aanvaardt de administratie (onder strikte voorwaarden) dat een IC-levering kan toegepast worden zonder dat de leverancier over een geldig btw-nummer van de afnemer beschikt.

Traditioneel stelt art. 39bis van het Wetboek dat een levering is vrijgesteld van btw wanneer de goederen worden verzonden buiten België maar binnen de EU, voor een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig handelt en in een andere lidstaat is gehouden zijn verwervingen aan de btw te onderwerpen. Verder verduidelijkt art. 2 K.B. nr. 52 dat de leverancier het bewijs moet leveren dat de goederen in een andere lidstaat zijn geleverd aan een belastingplichtige die aldaar voor btw-doeleinden is geïdentificeerd. Onze administratie paste deze voorwaarde strikt toe en weigerde de vrijstelling toe te passen wanneer een leverancier geen geldig btw-nummer van zijn klant kon voorleggen.

Onder druk van Europese rechtspraak (VSTR-arrest, C-587/10 dd. 27 september 2012) heeft de Belgische administratie haar standpunt enigszins moeten versoepelen.

In het onderhavige arrest buigt het Hof zich over een geschil tussen de Duitse fiscus en een Duitse onderneming over de toepassing van de vrijstelling voor een IC-levering. Concreet verkocht een Duitse onderneming goederen (industriële machines) aan een Amerikaanse klant. Deze Amerikaanse afnemer was echter in geen enkele lidstaat voor btw-doeleinden geregistreerd. De Amerikaanse onderneming had de machines doorverkocht aan een Finse onderneming voordat de goederen verzonden waren. De Amerikaanse onderneming deelde het Finse btw-nummer van haar afnemer mee aan de Duitse leverancier, die dit btw-nummer ook op de verkoopfactuur vermeldde. Vervolgens werden de machines rechtstreeks van Duitsland naar Finland verscheept. De Duitse administratie verwierp de vrijstelling omwille van het feit dat de Duitse onderneming geen btw-nummer kon voorleggen van haar koper (gezien de Amerikaan nergens was geregistreerd).

In zijn gemotiveerd arrest stelt het Hof dat er sprake is van een IC-levering wanneer (1) de voorwaarde inzake hoedanigheid van belastingplichtige is voldaan, (2) de macht om over het goed te beschikken is overgegaan op de koper, (3) een fysieke verplaatsing van de goederen van de ene lidstaat naar de andere is gebeurd (materiële vereisten). Bijgevolg oordeelt het Hof dat de Duitse administratie te ver gaat door een geldig btw-nummer van de koper te eisen (=formele vereiste). Het Hof zegt expliciet dat de fiscale neutraliteit eist dat een vrijstelling wordt verleend wanneer is voldaan aan de 3 materiële vereisten. Het Hof besluit dat de vrijstelling niet kan worden geweigerd wanneer de leverancier te goeder trouw handelt en alles doet wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht teneinde een geldig btw-nummer van de afnemer te bekomen.

In de onderhavige beslissing ‘nuanceert’ de Administratie haar traditioneel standpunt. Principieel blijft ze van mening dat de leverancier een btw-nummer van haar koper opgeeft. Vervolgens stelt ze dat onder strikte voorwaarden die gezamenlijk dienen vervuld te worden de vrijstelling niet zal geweigerd worden:

  • De leverancier handelt te goeder trouw. Dit houdt in dat hij alles doet wat redelijkerwijs kan verwacht worden om zich ervan te vergewissen niet frauduleus te handelen en bij zijn klant een btw-nummer op te vragen. Hij zal geen passieve houding aannemen en zijn klanten als goede huisvader aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Wanneer hij vaststelt dat de klant niet over een geldig btw nummer beschikt zal hij deze aansporen het nodige te doen om een btw-identificatienummer aan te vragen.
  • De leverancier moet over voldoende aanwijzingen beschikken waaruit blijkt dat de afnemer een belastingplichtige is die als zodanig handelt. In bepaalde gevallen blijkt dit uit de aard en/of de hoeveelheid van de aangekochte goederen.

Het is dus voorbarig te stellen dat voortaan geen btw-nummer dient opgegeven te worden om de vrijstelling IC-levering toe te passen. Echter in uitzonderlijke situaties zal de Administratie onder druk van deze rechtspraak haar te strenge formele vereisten moeten afzwakken.


Gepubliceerd op 29/10/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site