ESG-cijfers van organisaties uit dezelfde sector zijn vaak moeilijk te vergelijken, omdat ze verschillende rekenmethodes gebruiken. Daar besloot de Nederlandse verzekeringssector iets aan te doen: sinds vorig jaar bouwen verzekeraars samen aan nieuwe standaarden, georganiseerd door het Verbond van Verzekeraars met ondersteuning van Deloitte. Dat helpt zowel verzekeraars als hun klanten om betere, duurzamere keuzes te maken.
Bij de ene verzekeraar kreeg een oude Volvo V50 tot voor kort een oranje CO₂-score en bij de andere een rode. Voor een Mercedes C-klasse uit 2019 liepen de verschillen in de zogenoemde insurance-associated emissions nog verder uiteen: de ene verzekeraar rekende met 88 kilo CO₂-uitstoot, de ander met 237 kilo. En dat terwijl dit soort cijfers tot deeenvoudigere CSRD-berekeningen horen.
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) dwingt grote bedrijven om transparant te rapporteren over duurzaamheid. Maar verzekeraars zelf willen niet alleen weten wat de impact is van hun portefeuilles op mens en milieu. Ze willen ook onderling de scores goed kunnen vergelijken. Verzekeringsportefeuilles raken immers aan veel thema’s die invloed hebben op klimaatverandering. “Neem autobezit, of de manier waarop we ons vastgoed verduurzamen of omgaan met schadeherstel”, zegt Martijn Minkenberg, die vanuit het Verbond van Verzekeraars programmaleider ESG-standaarden is. “Daarom zijn de meeste verzekeraars behoorlijk ambitieus op dit vlak. Ze willen zelf in 2050 klimaatneutraal zijn en nemen verschillende maatregelen om bij te dragen aan de nationale en internationale beperking van CO₂-uitstoot. Om zo toekomstige schade door klimaatverandering te beperken, of nog beter: te voorkomen.”
Voor goede inhoudelijke begeleiding is zowel brede als diepe expertise nodig van verzekeren, emissierapportage, en accountacy. Deze combinatie van expertise is in dit project geborgd.
Jan-Jacob Blussé van Oud-Alblas
Sinds vorig jaar werken verzekeraars aan de ontwikkeling van ESG- standaarden, georganiseerd door het Verbond van Verzekeraars met ondersteuning van Deloitte. “Voor goede inhoudelijke begeleiding is zowel brede als diepe expertise nodig”, zegt Jan‑Jacob Blussé, projectleider vanuit Deloitte. “Breed, omdat het gaat over auto’s, huizen en projectontwikkeling. Diep, omdat het gaat over opstalverzekeringsclausules, underwriting en klimaatmitigatie. Deze combinatie van expertise is in dit project geborgd.”
Het project startte begin 2025 met het bespreken van ESG-standaarden voor de sectoren particuliere autoverzekeringen en zakelijke verzekeringen. Die standaarden zijn inmiddels gepubliceerd, net als standaarden voor particulier wonen en wegtransport. Nu wordt er onder meer gewerkt aan een standaard voor het meten van klimaatadaptatie. Het programma is daarmee in zijn derde fase. Dat is opvallend in een tijd waarin het Europees parlement de CSRD flink heeft afgezwakt en duurzaamheidsregelgeving politiek onder druk staat. Minkenberg: “Juist verzekeraars willen zich volop inzetten voor de wereld van morgen. Om klimaatneutraal te worden is er goede, vergelijkbare data nodig.”
Het team van Deloitte, dat kennis van de sector, duurzaamheid, data en rapportage combineert, begeleidt deze sessies als neutrale partij. Zij bereiden de sessies voor, bewaken de methode, brengen aanvullende expertise in waar nuttig en houden het tempo erin. Blussé: “We hebben de productexperts in één overlegstructuur samengebracht, de rapportage-experts in een andere, en de sustainability officers in weer een andere. Doordat we mensen van dezelfde bloedgroep met elkaar laten praten, houden we de overleggen compact en begrijpen ze elkaar snel. Wij zorgen ervoor dat zaken waar een andere groep iets van moet vinden of waarover principiële keuzes gemaakt moeten worden, bij de juiste groep terechtkomen.”
Minkenberg: “Doordat de begeleiding van de sessies wordt gedaan door iemand van buiten onze sector, zijn de gesprekken effectief en is de uitkomst echt iets van het collectief. Ook omdat de benodigde expertise aanzienlijk is. Dat krijg je denk ik niet zo goed voor elkaar zonder externe ondersteuning. Ook is alles op een relevante manier voorbereiden en vastleggen heel veel werk.”
Ook bij de moeilijkere keuzes blijkt de aanwezigheid van een neutrale kennisintensieve partij prettig, vindt Minkenberg. Blussé: “Elke verzekeraar heeft z’n eigen aanpak. De ene rekent een auto die pas in mei in de portefeuille werd toegevoegd het hele jaar mee, de ander kijkt naar hoeveel maanden een auto onderdeel uitmaakt van de portefeuille. Maar voor een ESG-standaard moet je daar als collectief iets van vinden en het moet ook praktisch haalbaar zijn. Dat zijn dus best ingewikkelde gesprekken, waarbij de deelnemers los moeten komen van wat zij gewend zijn om te doen. Gelukkig lukt dat tot nu toe steeds heel goed, omdat het uitgangspunt steeds is om tot de beste weergave van de werkelijkheid te komen.”
De leden van het Verbond van Verzekeraars hebben toegang tot de door het verbond ontwikkelde ESG-CSRD Toolkit, met daarin de huidige goedgekeurde gezamenlijke sectorstandaarden. De toolkit beschrijft ook een logische werkwijze, met daarin relevante data-attributen, meetpunten, rekenmethodes, databronnen en een blauwdruk van de gegevensstructuur. Daarnaast staan er praktische toelichtingen in, met Nederlandse definities, volgens de Insurance Reporting Guidance ESG (NL-IRGE). De standaardtekstblokken in de toolkit kunnenverzekeraars direct in hun jaarverslag opnemen.
Nederlandse verzekeraars lopen met de ontwikkeling van de standaarden internationaal voorop. Er bestaan al langer internationale raamwerken als PCAF voor de financiële sector, maar die zijn veel algemener en op een hoger abstractieniveau. De Nederlandse aanpak gaat een stap verder: er zijn sectorspecifieke standaarden voor het berekenen van de voetafdruk. Voor alle situaties die in een portefeuille kunnen voorkomen zijn er afspraken gemaakt over hoe je daar als verzekeraar over rapporteert.
Vanuit buitenlandse verzekeraars en internationale koepelorganisaties is er dan ook al flink wat interesse, vertelt Minkenberg. “De standaarden sluiten aan op bestaande internationale kaders, waardoor delen te kopiëren zijn. Al zal elk land natuurlijk nog wel z’n eigen proces moeten doorlopen.”
Rapporteren is uiteindelijk een middel. Als je goed meet, kun je beter sturen. Heldere cijfers over klimaatimpact maken klimaatrisico’s inzichtelijk en daarmee ook beheersbaar.
Martijn Minkenberg
Verzekeraars profiteren van de toolkit doordat ze het wiel niet zelfstandig hoeven uit te vinden. Het definiëren en rapporteren van CSRD-standaarden kost enorm veel werk. Door dat samen te doen, bespaart de sector niet alleen tijd maar gaat ook de kwaliteit van de standaarden omhoog. Dat het programma inmiddels meerdere fases heeft doorlopen, bewijst ook de schaalbaarheid van de aanpak: de werkwijze met sectortafels, een validatiecommissie en een gestandaardiseerdetoolkit, is herbruikbaar voor elk nieuw verzekeringsthema. Een van de verzekeraars die meewerkte zei: “Normaal sluit je jezelf een paar maanden op om te werken aan een rapportage. Dan kom je met een pak papier naar buiten en dan hoop je maar dat die in lijn ligt met wat je concurrenten hebben gedaan en dat je accountant ermee akkoord gaat. Nu doorloop je de stappen uit je toolkit waarvan je weet dat andere verzekeraars die ook gebruiken.” Minkenberg: “Wat ook helpt is dat elke stap goed onderbouwd en uitlegbaar is, en daar wordt de accountant ook blij van.”
Ook voor klanten en toezichthouders levert deze werkwijze voordelen op. Als verzekeraar A en verzekeraar B dezelfde portefeuille op dezelfde manier doorrekenen, zegt een verschil in uitkomst ook echt iets. Dat helpt om greenwashing tegen te gaan: als je de standaard volgt kun je een bepaalde negatieve impact naar boven krijgen en daar actie op ondernemen.
Volgens Minkenberg is de echte impact dat verzekeraars met deze standaard uiteindelijk beter en slimmer kunnen sturen. “Rapporteren is uiteindelijk een middel. Heldere cijfers over klimaatimpact maken klimaatrisico’s inzichtelijk en daarmee ook beheersbaar. Ze helpen zowel verzekeraars zelf als hun klanten om betere, duurzamere keuzes te maken. En dat past naadloos bij de mooie ambities van onze sector.”
Kijk voor meer informatie over de NL-IRGE-standaarden op de website van het Verbond van Verzekeraars. Wil je weten wat een vergelijkbare aanpak voor jouw sector kan betekenen? Neem contact op met Jan-Jacob Blussé.