Het kabinet wil per 1 januari 2027 een nieuwe faciliteit in de loonbelasting invoeren voor aandelenopties in start‑ups en scale‑ups. Dit om de concurrentiekracht van deze bedrijven in Nederland te versterken. Ook wordt een nieuwe wettelijke definitie van start‑ups en scale‑ups geïntroduceerd.
Inleiding
Het kabinet heeft op 15 september 2026 het wetsvoorstel fiscale stimulering start‑ups en scale‑ups ingediend bij de Tweede Kamer. Volgens het kabinet presteren start‑ups en scale‑ups in Nederland minder goed dan in andere Europese landen, terwijl juist deze categorie bedrijven zeer belangrijk is voor innovatie, groei en daarmee voor het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie.
Om personeel aan te trekken en te behouden maken start‑ups en scale‑ups vaak gebruik van aandelenopties. De belastingdruk op aan werknemers toegekende aandelenopties is in Nederland echter relatief hoog vergeleken met veel andere landen. Daarom stelt het kabinet voor om per 1 januari 2027 een fiscale faciliteit in de loonbelasting in te voeren voor aandelenopties toegekend aan werknemers van start‑ups en scale‑ups. Bij wijze van overgangsrecht is de regeling ook van toepassing op kwalificerende opties die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, mits deze per ultimo 2026 de loonsfeer nog niet hebben verlaten. Aandelen of opties die kwalificeren als lucratief belang of aanmerkelijk belang zijn daarentegen van de regeling uitgesloten.
Aandelenopties in start‑ups en scale‑ups
De huidige wettelijke regeling voor aandelenopties voorziet in uitstel van de loonheffing tot het tijdstip waarop de opties uitgeoefend worden, of het latere moment van verhandelbaar worden van de daarmee verkregen aandelen. Voor aandelenopties in start‑ups en scale‑ups wordt de heffing echter uitgesteld tot de feitelijke verkoop van de daarmee verkregen aandelen, zij het dat de werknemer wel kan kiezen om aan te sluiten bij een van de hiervoor genoemde eerdere heffingsmomenten (mits tijdig aangegeven).
De belangrijkste voorgestelde maatregel is een korting van 35% op de in aanmerking te nemen heffingsgrondslag in de loonbelasting. Het loonvoordeel, dat is het verschil tussen de opbrengst bij vervreemding van de aandelen en de optie uitoefenprijs, wordt dus slechts voor 65% in aanmerking genomen, waardoor de belastingdruk verlaagd wordt tot maximaal 32,2%. De korting geldt ook voor voordelen uit de aandelen (zoals dividenden minus kosten) gedurende de periode dat de aandelen nog tot de loonsfeer behoren.
De korting is niet van toepassing voor zover de uitoefenprijs van het aandelenoptierecht lager is dan de waarde van de onderliggende aandelen ten tijde van toekenning van het optierecht. Voor werknemers die met kwalificerende aandelenoptierechten in Nederland komen wonen, geldt in dit verband de waarde in het economische verkeer van de aandelen bij immigratie.
Definitie start‑up en scale‑up
Aan de regeling zijn verschillende voorwaarden verbonden. In de eerste plaats moet de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bij beschikking hebben vastgesteld dat er sprake is van een start‑up of scale‑up. Deze beschikking is acht jaar geldig en kan maximaal drie keer met vijf jaar worden verlengd. Hiervoor is een nieuwe wettelijke definitie voorgesteld. Kort gezegd moet het gaan om een inhoudingsplichtige:
Onder ‘schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel’ wordt verstaan: de capaciteit van een onderneming om snelle omzetgroei te realiseren via technologie die leidt tot lagere marginale kosten en schaalvoordelen. Bij innovatie gaat het om technische vernieuwing of een significante functionele verbetering ten opzichte van de sector.
Overige voorwaarden
Ook moet sprake zijn van een kwalificerend aandelenoptierecht. De voorwaarden zijn als volgt:
Niet langer kwalificeren
Wanneer een inhoudingsplichtige niet langer kwalificeert als start‑up of scale‑up of failliet wordt verklaard, moet dit binnen vier weken aan RVO worden gemeld; de eerder afgegeven beschikking wordt dan ingetrokken. Bij niet‑naleving kan een geldboete van de vijfde categorie worden opgelegd (2026: maximaal €110.000).
RVO kan de beschikking ook uit eigen beweging intrekken wanneer aannemelijk is dat niet langer sprake is van een start‑up/scale‑up of als bij de aanvraag zodanig onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, dat een andere beslissing zou zijn genomen als de juiste feiten en omstandigheden bekend waren geweest.
Als niet langer aan de voorwaarden voor toepassing van de faciliteit wordt voldaan, hoeft niet altijd direct te worden afgerekend: er wordt dan teruggevallen op de hoofdregel dat heffing plaatsvindt bij uitoefening van de opties of bij het latere moment dat de aandelen verhandelbaar worden (art. 10a Wet LB 1964). Voor de periode waarin sprake was van een kwalificerend optierecht kan de korting pro rata worden toegepast..
Bijzondere gevallen