Skip to main content
Welkom bij Deloitte
Als we de verkeerde ervaring voor je hebben geselecteerd, wijzig deze dan hierboven.

Co-invest- en carried interestfondsen kunnen onder voorwaarden kwalificeren als fonds voor gemene rekening

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen neemt het standpunt in dat een co-investfonds en een carried interestfonds binnen een grotere investeringsstructuur kunnen worden aangemerkt als beleggingsfondsen in de zin van artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht. Dat deze fondsen niet over een eigen, zelfstandig beleggingsbeleid beschikken, staat hieraan niet in de weg. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de participanten maar een relatief beperkt bedrag inleggen. Als ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan, kunnen zij kwalificeren als fonds voor gemene rekening en daarmee als zelfstandig belastingplichting.

Dit is met name relevant voor carried interestfondsen en co-investfondsen met een buitenlandse rechtsvorm die zonder kwalificatie als FGR als fiscaal transparant zouden worden gezien. Deze kwalificatie kan onder meer invloed hebben op de behandeling in de inkomstenbelasting van Nederlandse deelnemers in dergelijke fondsen.

Achtergrond

Het kennisgroepstandpunt ziet op twee naar Schots recht georganiseerde en in Schotland gevestigde Private Fund Limited Partnerships (hierna: PFLP’s). De ene PFLP treedt op als co-investfonds en de andere als carried interestfonds. Beide fondsen maken deel uit van een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds.

De PFLP is aangemerkt als CV-achtige. De belangrijkste vraag is of deze twee fondsen kunnen worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft). Als dat het geval is en ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan, kunnen de fondsen op grond van artikel 2, vierde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) kwalificeren als fonds voor gemene rekening (hierna: FGR), waardoor zij op basis van de voorrangsregel zelfstandig belastingplichtig zijn.

Daarnaast wordt de vraag beantwoord of een in Schotland gevestigd fonds als beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 Wft kan worden aangemerkt in de context van de kwalificatie als fond voor gemene rekening, nu het Verenigd Koninkrijk geen deel meer uitmaakt van de Europese Unie.

Fiscale kwalificatie van de Schotse PFLP

Via de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is per 1 januari 2025 de rechtsvormvergelijkingsmethode wettelijk vastgelegd. Op basis van deze methode worden buitenlandse rechtsvormen vergeleken met Nederlandse rechtsvormen.

In de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen is de Schotse PFLP aangemerkt als vergelijkbaar met de Nederlandse commanditaire vennootschap. Een Schotse PFLP kwalificeert daarom in beginsel als transparante rechtsvorm, tenzij sprake is van een FGR.

Onderdeel van de FGR-definitie in artikel 2, vierde lid, Wet Vpb 1969 is dat het moet gaan om een fonds dat wordt aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft. In dit kennisgroepstandpunt staat met name de vraag centraal of daarvoor is vereist dat het fonds over een eigen, zelfstandig bepaald beleggingsbeleid beschikt.

Het co-investfonds en het carried interestfonds

Het co-investfonds en het carried interestfonds maken als mede-beleggende fondsen deel uit van de groepsstructuur rond een groter investeringsfonds. Beide fondsen zijn voornamelijk bedoeld om bepaalde medewerkers te laten delen in de resultaten van dat grotere investeringsfonds. Het grotere investeringsfonds heeft als doel te investeren in verschillende portfoliovennootschappen.

Voor het gehele investeringsfonds, inclusief het co-investfonds en het carried interestfonds, treedt een rechtspersoon op als fundmanager. Deze fundmanager beschikt over een vergunning van de lokale autoriteiten die toezicht houden op de financiële sector. De medewerkers van de fundmanager zijn verantwoordelijk voor de selectie en aansturing van de investeringen en voor strategische beslissingen over onder meer de aan- en verkoop van de portfoliovennootschappen.

Het kapitaal van het grotere investeringsfonds wordt opgehaald bij verschillende institutionele beleggers. Daarnaast wordt een klein percentage van het kapitaal door bepaalde medewerkers van de fundmanager ingelegd via het co-investfonds en het carried interestfonds.

Kwalificatie als feederfonds

Een beleggingsinstelling trekt door de uitgifte van participaties gelden aan van een gespreide groep investeerders om deze vervolgens collectief met een vooraf bepaald doel in bepaalde activa te beleggen. Binnen een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds kunnen ook zogenoemde feederentiteiten voorkomen. Deze entiteiten hebben geen zelfstandig beleggingsbeleid, maar maken deel uit van de beleggingsstrategie die voor het grotere investeringsfonds is bepaald. Zij halen geld op bij investeerders en beleggen dit vervolgens in een ander fonds, de zogenoemde masterentiteit.

Artikel 4, eerste lid, onderdeel m, van de abi-richtlijn beschrijft wat onder een feeder-abi wordt verstaan. Een feederfonds kan eveneens worden aangemerkt als een beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 Wft. Volgens de Kennisgroep moeten het co-investfonds en het carried interestfonds, gelet op de voorgelegde feiten en omstandigheden, worden aangemerkt als feederfondsen. Beide fondsen maken deel uit van de bredere beleggingsstrategie die de fundmanager voor het grotere investeringsfonds heeft bepaald. Dat zij geen eigen, zelfstandig beleggingsbeleid vaststellen, verhindert daarom niet dat zij als beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 Wft kunnen worden aangemerkt.

Ook de relatief beperkte inleg van de deelnemende medewerkers leidt niet tot een andere conclusie. De fondsen worden gebruikt om (winst)rechten toe te kennen aan bepaalde medewerkers van de fundmanager. Daarmee maken zij volgens de Kennisgroep onlosmakelijk deel uit van het door de fundmanager aangeboden grotere investeringsfonds en van de daarvoor bepaalde beleggingsstrategie. De Kennisgroep concludeert daarom dat het co-investfonds en het carried interestfonds kunnen worden aangemerkt als beleggingsfondsen in de zin van artikel 1:1 Wft. Als ook aan de overige voorwaarden van artikel 2, vierde lid, Wet Vpb 1969 wordt voldaan, kunnen zij kwalificeren als FGR.

Fondsen buiten de EU

Volgens de Kennisgroep is aannemelijk dat een in Schotland gevestigd fonds, met een fundmanager die beschikt over een door de Financial Conduct Authority afgegeven beheerdersvergunning, kan worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft. Daarbij is van belang dat Schotland de abi-richtlijn heeft geïmplementeerd toen het Verenigd Koninkrijk nog lid was van de Europese Unie en dat de Financial Conduct Authority een met de Autoriteit Financiële Markten vergelijkbare toezichthoudende rol vervult.

Bron:

  • Kennisgroep Belastingdienst 30 juli 2026, KG:211:2026:30

Did you find this useful?

Thanks for your feedback

Onze denkwijze