Geen resultaten gevonden
Op 15 september 2026 heeft het kabinet het pakket Belastingplan 2027 bij de Tweede Kamer ingediend. Op deze pagina vindt u de belangrijkste voorgestelde fiscale maatregelen voor MKB-ondernemers.
Onze experts behandelen in 30 minuten de meest opvallende punten uit het
Belastingplan 2027. Bekijk onze webcast hieronder.
Wijzig de cookie-instellingen voor targeting/adverteren als u deze video wilt bekijken.
In deze bijdrage gaan wij in op de belangrijkste fiscale voorstellen voor MKB-ondernemers die het kabinet op Prinsjesdag heeft ingediend als onderdeel van pakket Belastingplan 2027. Ook enkele andere fiscale wetswijzigingen komen aan bod.
Op 15 september 2026 heeft het kabinet het pakket Belastingplan 2027 bij de Tweede Kamer ingediend. Op deze pagina vindt u de belangrijkste voorgestelde fiscale maatregelen voor MKB-ondernemers.
Van het pakket Belastingplan 2027 maken de volgende wetsvoorstellen deel uit:
De meeste maatregelen treden per 1 januari 2027 in werking. Waar dat anders is, hebben wij dat vermeld. Gedurende de parlementaire behandeling kunnen de wetsvoorstellen overigens nog flink wijzigen. Hierna zijn de voorgestelde maatregelen per belastingsoort weergegeven.
Vennootschapsbelasting en dividendbelasting
Vervallen onzakelijkheidsvermoeden bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit
De wet bepaalt dat splitsingen onder voorwaarden neutraal kunnen plaatsvinden. Om misbruik te voorkomen geldt de splitsingsfaciliteit niet als deze in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Daarvan wordt, behoudens tegenbewijs, geacht sprake te zijn indien de splitsing niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen. Als een betrokken lichaam binnen drie jaar na de reorganisatie wordt vervreemd aan een niet-verbonden lichaam geldt dit als een bewijsvermoeden van onzakelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde eerder dit jaar dat dit onzakelijkheidsvermoeden in strijd is met de Fusierichtlijn. Om die reden wordt voorgesteld om dit onzakelijkheidsvermoeden te schrappen. Omdat de bedrijfsfusiefaciliteit een vergelijkbaar onzakelijkheidsvermoeden bevat en eveneens is gebaseerd op de Fusierichtlijn, wordt voorgesteld om het onzakelijkheidsvermoeden ook daar te schrappen.
Energie-investeringsaftrek
Het kabinet stelt voor het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek te verhogen van 40% naar 45,5% van het investeringsbedrag. Voor bedrijven wordt het daarmee aantrekkelijker om te investeren in verduurzaming.
Verruiming forfaitaire regeling innovatiebox
De vennootschapsbelasting bevat een forfaitaire regeling met als doel om de innovatiebox toegankelijker te maken voor het midden- en kleinbedrijf (mkb). Voorgesteld wordt het maximale forfaitaire bedrag dat in de innovatiebox kan vallen te verhogen van € 25.000 naar € 100.000. Dit bedrag geldt per jaar en per belastingplichtige.
Inkomstenbelasting
Inkomensbeleid
Als onderdeel van het koopkrachtpakket wordt het maximum van de arbeidskorting in 2027 verhoogd van € 5.685 naar € 5.929. Daar staat tegenover dat het maximum van de ouderenkorting in 2027 wordt verlaagd van € 2.067 naar € 1.993. Verder stijgt het tarief in de eerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting naar 36,13% (2026: 35,75%) respectievelijk 38,16% (2026: 37,56%). Ook valt op dat de inkomensgrens waarboven het toptarief van 49,50% geldt in 2027 gelijk blijft aan die voor het jaar 2026 (€ 78.426). De voorgestelde tariefstructuur ziet er als volgt uit:
Schijfgrenzen |
2026 |
2027 |
Einde eerste schijf (geboren vóór 1 januari 1946) |
€ 41.123 |
€ 41.637 |
Einde eerste schijf (geboren na 1 januari 1946) |
€ 38.883 |
€ 39.247 |
Einde tweede schijf |
€ 78.426 |
€ 78.426 |
Derde schijf |
> € 78.426 |
> € 78.426 |
Gecombineerde tarieven IB/PVV |
2026 |
2027 |
Tarief eerste schijf (ouder dan AOW-leeftijd) |
17,85% |
18,33% |
Tarief eerste schijf (jonger dan AOW-leeftijd) |
35,75% |
36,23% |
Tarief tweede schijf |
37,56% |
38,16% |
Tarief derde schijf |
49,50% |
49,50% |
Het tarief in box 2 bedraagt in 2027 24,5% tot een inkomen van € 69.607 en 31% over het meerdere. Het tarief in box 3 bedraagt in 2027 ongewijzigd 36%. Het heffingsvrije vermogen in box 3 komt in 2027 uit op € 60.098.
Vrijheidsbijdrage
De wettelijke inflatiecorrectie zou voor het jaar 2026 2,6% bedragen. In het kader van de zogenoemde vrijheidsbijdrage wordt deze correctie in 2027 echter slechts deels (voor 48%) toegepast, zodat de tabelcorrectiefactor in 2027 op 1,01248 uitkomt. Dit brengt mee dat de eerste en tweede tariefschijf in de inkomstenbelasting, maar ook diverse andere schijfgrenzen, vrijstellingen en heffingskortingen in de inkomstenbelasting minder worden verhoogd dan volgens de wettelijke inflatiecorrectie gerechtvaardigd zou zijn. Hiermee is in 2027 een budgettair belang gemoeid van € 1,5 mld. Dit bedrag loopt in 2028 op naar € 3,4 mld. Voor bedrijven wordt de vrijheidsbijdrage vormgegeven door een verhoging van de Aof-premie. Die verhoging maakt echter geen onderdeel uit van het Belastingplan 2027.
Afschaffen bosbouwvrijstelling
Het kabinet stelt voor de bosbouwvrijstelling per 1 januari 2029 af te schaffen. Daarmee vervalt de vrijstelling voor voordelen uit bosbedrijf in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Voor IB-ondernemers en vennootschappen met bosbouwactiviteiten betekent dit dat voordelen uit bosbedrijf vanaf 2029 niet langer via deze vrijstelling buiten de heffing blijven.
Afbouw stakingsaftrek en meewerkaftrek
De stakingsaftrek in de inkomstenbelasting wordt per 2027 met 75% verminderd tot een bedrag van € 908 (2026: € 3.630) en in 2030 helemaal afgeschaft. Als reden voert de wetgever aan dat uit een evaluatie is gebleken dat de regeling geen legitiem doel meer dient. Om diezelfde reden wordt ook de meewerkaftrek in de inkomstenbelasting afgebouwd. Eerst worden de aftrekpercentages in 2027 sterk verminderd, waarna de regeling in 2030 helemaal verdwijnt. De opbrengst wordt gebruikt ter financiering van de nieuwe fiscale regeling voor startups en scale-ups in de loonbelasting.
Afbouw startersaftrek
Het kabinet stelt voor de startersaftrek per 1 januari 2027 te verlagen van € 2.123 naar € 10 en deze per 1 januari 2028 volledig af te schaffen. Ook de regeling voor willekeurige afschrijving voor starters wordt per 1 januari 2028 afgeschaft. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid vervalt per 1 januari 2029. De regelingen zijn volgens het kabinet slechts beperkt doeltreffend is in het stimuleren van ondernemerschap en gepaard gaat met relatief hoge uitvoeringskosten.
Afschaffen aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
Het kabinet stelt voor de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten per 1 januari 2028 af te schaffen. Daarmee vervalt ook de daaraan gekoppelde tegemoetkomingsregeling (TSZ). Er is geen specifiek overgangsrecht opgenomen voor negatieve persoonsgebonden aftrek die samenhangt met eerder afgetrokken specifieke zorgkosten. Dit betekent dat een latere teruggave of nagekomen betaling na 1 januari 2028 voor eerder afgetrokken zorgkosten niet meer leidt tot negatieve persoonsgebonden aftrek.
In het Coalitieakkoord is overigens afgesproken om € 350 miljoen vrij te maken voor een tegemoetkoming in de zorgkosten van chronisch zieken. Over de wijze waarop deze middelen zullen worden ingezet moet echter nog een beslissing worden genomen.
Verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang bij zetelverplaatsing naar Nederland
Voorgesteld wordt om bij verplaatsing van de werkelijke leiding van een buitenlandse vennootschap naar Nederland de verkrijgingsprijs van een aanmerkelijk belang te stellen op de waarde in het economische verkeer op het moment waarop de buitenlandse belastingplicht ontstaat. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat waardestijgingen of waardedalingen uit de periode vóór de Nederlandse belastingplicht in Nederland in aanmerking worden genomen.
Box 2: samenloop vererfd aanmerkelijk belang en excessief lenen
Reguliere voordelen uit een vererfd aanmerkelijk belang kunnen onder voorwaarden binnen 24 maanden na het overlijden zonder directe box 2-heffing worden ontvangen. De verkrijgingsprijs wordt daarbij verlaagd, waardoor de heffing wordt uitgesteld. In de Overige fiscale maatregelen 2027 wordt voorgesteld deze faciliteit per 1 januari 2027 uit te sluiten voor fictieve reguliere voordelen wegens excessief lenen bij de eigen vennootschap. Dit voorkomt uitstel van de heffing over deze voordelen en mogelijke dubbele belasting. Die dubbele belasting kan ontstaan doordat toepassing van de faciliteit de verkrijgingsprijs verlaagt, terwijl het maximumbedrag voor excessief lenen niet wordt verhoogd en dezelfde bovenmatige schuld opnieuw kan worden belast.
Loonbelasting
Start-ups en scale-ups
Er wordt een nieuwe fiscale aandelenoptiefaciliteit voor werknemers van start-ups en scale-ups voorgesteld. Een start-up of scale-up is een onderneming die gebruikmaakt van een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat voortvloeit uit innovatie. Een ‘schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel’ is de capaciteit van een onderneming om snelle omzetgroei te realiseren door gebruik te maken van technologie die tot lagere marginale kosten en schaalvoordelen leidt. Bij innovatie gaat het om technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de bedrijfstak. Of sprake is van een start-up of scale-up wordt op verzoek van de werkgever door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bij beschikking vastgesteld. De afgegeven beschikking heeft in beginsel een geldigheidsduur van acht jaar en kan op verzoek maximaal drie keer voor vijf jaar worden verlengd. Het kabinet kiest ervoor om een eigen definitie van start-up en scale-up te hanteren en dus niet de criteria voorgesteld door de Europese Commissie te hanteren welke een grens stelt aan omzet of medewerkers.
Ingeval van een kwalificerende start-up of scale-up wordt het voordeel dat de werknemer realiseert met verkoop van de bij uitoefening van de opties verkregen aandelen of winstbewijzen slechts voor 65% als loon in aanmerking genomen. De volgende elementen zijn daarbij van belang:
Gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten
De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Op basis van deze gerichte vrijstelling kon het loonvoordeel gerelateerd aan branche-eigen producten tot een bedrag van ten hoogste 20% van de waarde in het economische verkeer, maar niet meer dan € 500 per kalenderjaar gericht vrijgesteld worden. Een tweetal bepalingen die zien op de belastingheffing van branche-eigen producten blijven in stand. Dit ziet enerzijds op de waardering, nu deze bepaald zal blijven worden aan de hand van de waarde in het economische verkeer. Anderzijds blijft een korting op de branche-eigen producten voor oud-werknemers aangemerkt als verplicht eindheffingsloon voor toepassing van de werkkostenregeling.
Onbelaste reiskostenvergoeding
De maximale onbelaste reiskostenvergoeding wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Dit komt neer op circa € 0,30 per liter brandstof. Het kabinet roept werkgevers op van deze fiscale faciliteit gebruik te maken, zodat het voordeel ook daadwerkelijk bij werknemers terecht komt. De verhoging wordt doorgetrokken naar de bepaling die ziet op het genietingstijdstip van de reiskostenvergoeding. Op deze manier kan een variabele reiskostenvergoeding die aan het einde van het jaar minder is dan of gelijk is aan € 0,25 per kilometer gesaldeerd blijven worden aan het einde van het kalenderjaar.
Maximum pensioengevend loon
Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 niet meer geïndexeerd. Dit geldt eveneens voor het inkomen voor de opbouw van lijfrenten. Tot en met 2032 wordt dit bedrag ‘bevroren’ op EUR 137.800.
Youngtimers
Voor zogenoemde ‘youngtimers’ die ook voor privédoeleinden aan een ondernemer of werknemer ter beschikking worden gesteld geldt een alternatief bijtellingsregime, namelijk 35% van de waarde in het economisch verkeer van de auto. De leeftijdsgrens om als ‘youngtimer’ te kwalificeren is per 2026 vastgesteld op 16 jaar. Per 1 januari 2027 wordt deze leeftijdsgrens verhoogd naar 17 jaar en vervolgens naar 20 jaar per 1 januari 2028. De eerder voorziene verhoging van de leeftijdsgrens naar 25 jaar is hiermee van de baan.
Omdat als gevolg van een vorig jaar aangenomen amendement de leeftijdsgrens wel werd aangepast voor het toepasselijke bijtellingspercentage maar niet voor de waarderingsgrondslag, wordt met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 geregeld dat auto’s die in 2026 de 16 jarige grens overschrijden als waarderingsgrondslag de waarde in het economische verkeer krijgen. Tot slot bevat het wetsvoorstel overgangsrecht om deze veranderingen soepel te laten verlopen.
Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s
Het kabinet stelt enkele uitzonderingen voor op de per 1 januari 2027 ingaande pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde voor ‘fossiele’ personenauto’s die ook voor privédoeleinden aan werknemers ter beschikking worden gesteld. De uitzonderingen zien op handgeschakelde lesauto’s en vervangende auto’s gedurende de eerste veertien dagen per onderhouds- of reparatieperiode voor. Ook de vaste auto moet dan voor privégebruik ter beschikking staan.
Het overgangsrecht voor auto’s die dezelfde werkgever vóór 2027 al ter beschikking stelde, wordt volgens het voorstel verlengd tot en met 31 december 2030. Tijdens de overgangsrechtperiode komt daarnaast een uitzondering voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen per auto, werkgever en kalenderjaar. Bij overschrijding of herhaalde terbeschikkingstelling vervalt deze uitzondering volledig. Verder wordt voorgesteld het autovoordeel bij samenloop buiten de grondslag voor de pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen te laten.
Overdrachtsbelasting
Tarief woningen
Het tarief van de overdrachtsbelasting voor de verkrijging van woningen die niet als hoofdverblijf dienen – waaronder woningen bestemd voor verhuur of vakanties, wordt met ingang van 1 januari 2027 verlaagd van 8% naar 7%. Het kabinet wil hiermee het investeringsklimaat op de huurmarkt verbeteren en zo het aanbod van huurwoningen vergroten.
Omzetbelasting
Afschaffing verlaagd tarief sierteelt
Het verlaagde btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten wordt met ingang van het jaar 2028 afgeschaft, waardoor deze leveringen worden belast tegen het algemene btw-tarief van 21%.
Afschaffing verlaagd tarief op luchtballonvaart
Ook het verlaagde btw-tarief voor luchtballonvaart wordt met ingang van het jaar 2028 afgeschaft, waardoor deze personenvervoerdiensten worden belast tegen het algemene tarief van 21%.
Ander personenvervoer zoals bijvoorbeeld openbaar vervoer en taxi’s blijft belast tegen 9%. Er is voorzien in een overgangsregeling om te voorkomen dat via vooruitbetalingen het verlaagde btw-tarief kan worden toegepast op ballonvaarten na 1 januari 2028.
Contourenbrief elektronisch factureren en rapporteren
Het kabinet heeft in een Kamerbrief een besluit gedeeld rondom elektronisch factureren (e-invoicing) en digitaal rapporteren (e-reporting). E-invoicing wordt voor zowel binnenlandse transacties tussen ondernemers als voor de meeste prestaties aan ondernemers in andere EU-lidstaten verplicht per 1 juli 2030. E-reporting wordt gefaseerd ingevoerd voor transacties met een e-invoicing verplichting, per 1 juli 2030 voor de grensoverschrijdende transacties en per 1 juli 2031 voor de binnenlandse prestaties.
Aankondiging Wet direct aanpassen bij de omzetbelasting
Na een preconsultatie in 2024 lijkt het erop dat het Kabinet het systeem voor het herstellen van fouten en verschillen in de btw-aangifte gaat veranderen. In het najaar wordt een internetconsultatie geopend over het wetsvoorstel ‘Wet direct aanpassen bij de omzetbelasting’. Op basis van de informatie uit de preconsultatie wordt er een herzieningstermijn van 3 jaar geïntroduceerd. Deze komt in de plaats van de huidige bezwaartermijn van 6 weken. Met deze langere termijn wordt beoogd meer rechtsbescherming te bieden doordat ondernemers gedurende 3 jaar hun aangifte kunnen corrigeren. De naheffingstermijn voor de inspecteur wordt volgens de informatie uit de preconsultatie verlengd van 5 tot 8 jaar voor situaties die dat rechtvaardigen. De inwerkingtreding wordt voorzien voor 1 januari 2028.
Auto- en milieubelastingen
Belasting op leidingwater
Per 1 januari 2027 vervalt het plafond voor de belasting op leidingwater als gevolg van maatregelen uit het Belastingplan 2026. In het Belastingplan 2027 stelt het kabinet voor om het tarief van de belasting op leidingwater per 1 januari 2027 te verhogen met € 0,10 per kubieke meter geleverd leidingwater van drinkwaterkwaliteit. Het tarief stijgt daarmee van € 0,437 naar € 0,537 per m³, op prijspeil 2026. Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd.
Afvalstoffenbelasting - tariefspad
Het kabinet stelt een minder snelle verhoging van de afvalstoffenbelasting voor. Het in het Belastingplan 2026 opgenomen tariefspad, dat zou uitkomen op € 117,10 per ton in 2035, wordt vervangen door een tarief dat oploopt van € 64,00 per ton in 2028 naar € 81,00 per ton vanaf 2030. Hoewel hiermee een deel van de voorgenomen lastenverzwaring wordt teruggenomen, blijft sprake van een aanzienlijke tariefstijging ten opzichte van het huidige niveau € 40,85 (2026). Voor de afvalsector biedt dit enerzijds verlichting ten opzichte van de eerdere plannen, maar anderzijds blijft de prikkel om afvalstromen verder te verduurzamen onverminderd aanwezig.
Afvalstoffenbelasting - tarief storten met ontheffing
Met het Belastingplan 2026 werd al een afzonderlijk tarief voor storten met ontheffing geïntroduceerd, bedoeld om de prikkel te beperken om afval te storten in plaats van te laten verbranden. In het Belastingplan 2027 wordt voorgesteld om ook dit tarief aan te passen. Uitgangspunt blijft dat storten met ontheffing fiscaal zwaarder wordt belast dan verbranden. Het tarief voor storten met ontheffing blijft daarom € 10 per 1.000 kilogram hoger dan het effectieve tarief voor verbranding. Daarbij wordt aangesloten bij het effectieve verbrandingstarief, dat bestaat uit de gecombineerde last van de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing industrie. Hiermee zet het kabinet de fiscale prikkel om afvalverwerking hoger op de afvalhiërarchie te bevorderen voort.
CO2-heffing industrie
Het tarief van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties wordt verhoogd van €103,66 naar €129,15. Daarnaast stijgen de tarieven van deze heffing in de toekomst minder snel: het voorgestelde tariefniveau wordt niet in 2030 bereikt, maar pas in 2035.
CO2-heffing glastuinbouw
In de Overige fiscale maatregelen 2027 wordt verduidelijkt dat bij samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid, zoals maatschappen en vennootschappen onder firma, de belastingplicht voor de CO₂-heffing glastuinbouw rust op het samenwerkingsverband dat het glastuinbouwbedrijf drijft. Er vindt geen toerekening plaats aan de afzonderlijke maten of vennoten. De omvang van de verschuldigde heffing verandert hierdoor niet. Voorgesteld wordt aan deze verduidelijking terugwerkende kracht te verlenen.
Energiebelastingtarieven voor de glastuinbouw
Binnen de energiebelasting geldt momenteel al een verlaagd tarief voor aardgas dat aan de glastuinbouw wordt geleverd tot en met 1 miljoen m3 aardgas. Dit verlaagde tarief wordt stapsgewijs afgebouwd. In de periode tussen 2025 en 2034 groeit het toe naar het reguliere energiebelastingtarief voor aardgas.
Op 1 januari 2027 treedt de bijmengverplichting voor groen gas in werking. Het kabinet wil de glastuinbouwsector hiervoor compenseren door de energiebelastingtarieven voor de glastuinbouw in 2027 te verlagen voor een verbruik tot 10 miljoen m³ aardgas, mits bij de levering van het aardgas een bijmengverplichting voor groen gas van toepassing is.
Vliegbelasting
Een differentiatie in de vliegbelasting was al opgenomen in het Belastingplan 2026, met ingangsdatum 1 januari 2027. Het kabinet wil vluchten van verschillende afstanden verschillend belasten. Aanvankelijk was het idee om € 31,04 te heffen bij korte vluchten (ca. < 2.000 kilometer), € 49,87 bij middellange vluchten (ca. 2.000 tot 5.00 kilometer) en € 74,81 bij lange vluchten (ca. > 5.500 kilometer). De staatssecretaris stelt nu echter voor om het tarief voor lange vluchten te verlagen naar € 59,43. Deze wijziging volgt uit een tariefverlaging in onze buurlanden Duitsland en België. Nederland wil de vliegbelasting hiermee harmoniseren en zo een gelijker speelveld creëren met de omliggende landen.
Het tarief van de vliegbelasting hangt vanaf 1 januari 2027 af van de eindbestemming van de passagier Bij het ontbreken van een vervoersovereenkomst, bijvoorbeeld bij privévluchten met een eigen vliegtuig, kan de eindbestemming met het vliegplan worden aangetoond. Dit voorkomt dat automatisch het hoogste tarief geldt.
Tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s en vrachtauto’s
Het kabinet stelt voor de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers tijdelijk te halveren en voor vrachtauto’s tijdelijk op nihil te stellen. De maatregel werkt terug tot en met 1 juli 2026 en geldt tot en met 31 december 2026. Vanaf 1 januari 2027 geldt de reguliere tariefstructuur.
Accijns
Korting brandstofaccijns
De tijdelijke korting accijns voor diesel zou op grond van het coalitieakkoord per 1 januari 2027 eindigen. Voor benzine zou de accijnskorting nog wel met een jaar worden verlengd tot en met 31 december 2027. Laatstgenoemde maatregel maakt ook deel uit van het Belastingplan 2027. Uit de aanbiedingsbrief blijkt echter dat een nota van wijziging zal worden ingediend, waardoor ook de tijdelijke accijnskorting op diesel voor het jaar 2027 in stand blijft. Daarnaast wordt voorgesteld om de accijnskorting voor benzine en diesel in 2028 geleidelijker af te bouwen.
Indexatie alcoholaccijns
Het kabinet stelt voor vanaf 1 januari 2027 een jaarlijkse indexatiesystematiek voor alcoholaccijns in te voeren. De indexering sluit aan bij de inflatie. De indexering geldt voor bier, wijn, tussenproducten en overige alcoholhoudende producten. Het minimumbedrag in de bieraccijns wordt overigens niet geïndexeerd, omdat dit gekoppeld blijft aan het tarief van de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.