Ga direct naar de inhoud

Van politieagent tot adviseur

De EAM-stijl vinden die werkt voor jouw organisatie

In ons vorige artikel verkenden we hoe agile werkvormen en Enterprise Architecture dichter bij elkaar kunnen komen. We zagen hoe organisaties vaak gevangen zitten tussen snelheid en structuur - worstelen om innovatie af te stemmen op langetermijndoelen. Maar hoe ziet die balans er in de praktijk eigenlijk uit? In dit vervolg introduceren we het concept van Enterprise Architecture Management (EAM)-stijlen – en een continuüm dat organisaties helpt de mix te vinden die voor hen werkt.

“Veel organisaties willen wendbaarder zijn”, zegt Rolf van Baar, Business Analyst bij Deloitte, die recent afstudeeronderzoek deed naar EAM-stijlen en technical debt. “Maar de enterprise architectuurfunctie loopt vaak achter. Terwijl de organisatie transformeert, blijft de architectuurfunctie hangen in traditionele werkwijzen.” Zijn onderzoek identificeerde twee dominante managementstijlen binnen EAM: directief en adaptief. Elk biedt duidelijke voordelen – en even duidelijke valkuilen.

De directieve stijl is de klassieke benadering van architectuur: strategisch, gedocumenteerd en top-down. “Het draait allemaal om stabiliteit en controle”, legt Van Baar uit. “Je definieert standaarden, maakt blauwdrukken en zorgt ervoor dat de organisatie de architectuurrichtlijnen volgt.” Dit werkt goed in sterk gereguleerde omgevingen, of wanneer risicobeheer op de lange termijn van cruciaal belang is. De keerzijde? “Het is vaak traag, rigide en losgekoppeld van de business”, zegt hij. “Je loopt het risico een architect in de ivoren toren te worden.”

Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de adaptieve stijl - een meer op agile geïnspireerde aanpak. “Je stelt minimale guardrails op en geeft teams meer vrijheid om beslissingen te nemen”, zegt Van Baar. Dit zorgt voor flexibiliteit, beter inspelen op veranderingen en een kortere time-to-value. “Maar het brengt ook risico's met zich mee: versnippering, inconsistente standaarden en minder grip op het strategische geheel.”

Een continuüm van stijlen

In plaats van een binaire keuze af te dwingen, stelt Van Baar voor om deze stijlen te zien als de twee uiteinden van een spectrum. “De sleutel is om de balans te vinden die bij je organisatie past – en die in de loop van de tijd kan verschuiven,” zegt hij. “Je zou kunnen beginnen met een meer directieve aanpak om volwassenheid op te bouwen, en vervolgens geleidelijk verschuiven naar een meer adaptieve stijl naarmate je teams en governance evolueren.” Deze benadering van het continuüm helpt organisaties minder in absolute termen te denken, en juist meer te kijken naar dynamische afstemming. “Het gaat niet om het kiezen van een kant. Het draait erom dat je begrijpt waar je nu staat, en waar je naartoe wilt om duurzaam waarde te leveren.”

“De meeste organisaties zitten niet netjes op één punt op het continuüm”, zegt Eric Onderdelinden, Director Enterprise Architecture bij Deloitte. “De kunst is om je aan te passen als je groeit: de governance aan te scherpen wanneer de complexiteit en risico's toenemen, en te versoepelen wanneer innovatie meer snelheid vereist.”

Technical debt beheersen

Een van de belangrijkste drijfveren achter het onderzoek van Van Baar was de impact van deze stijlen op technical debt: de meestal onzichtbare structurele problemen die ontstaan wanneer kortetermijnoplossingen worden gekozen boven duurzamere. Voorbeelden hiervan zijn concessies doen aan de codekwaliteit, wat later leidt tot overmatige computing consumptie of beveiligingsrisico's, of het implementeren van één-op-één-interfaces die extreem kostbaar zijn om te opereren en te onderhouden. Technical debt moet op een bepaald moment worden aangepakt, en het is altijd duurder dan een first time right-aanpak. “Beide stijlen van architectuurgovernance brengen risico's met zich mee”, merkt hij op. “ Adaptieve benaderingen zijn snel, maar kunnen ongemerkt technische schuld laten ontstaan als beslissingen niet worden gedocumenteerd of gecoördineerd. Directieve benaderingen zijn gericht op het voorkomen van technical debt, maar kunnen leiden tot verouderde systemen omdat verandering te lang duurt.”

Zijn conclusie? “ Technical debt is het best beheersbaar met een bewuste mix van beide stijlen waarbij je een adaptieve aanpak hanteert, maar toch architectuur afwijkingen documenteert, compromissen begrijpt en een plan hebt om bij te sturen.” “Agile levert vaak indrukwekkende front-end resultaten op”, zegt Andreas Boon, Specialist Lead in Business & Enterprise Architecture bij Deloitte. “Maar als je de niet-functionele aspecten – schaalbaarheid, prestaties, robuustheid – buiten beschouwing laat, bouw je kastelen op zand. Dat is waar ‘architectural thinking’ om de hoek moet komen kijken.”

Geen one-size-fits-all

Van Baar betrok vier grote organisaties in zijn onderzoek, elk met heel verschillende uitdagingen – van regelgeving tot verstoringen in de supply chain. De rode draad? “Er is niet één perfect model”, zegt hij. “Elke organisatie moet zijn eigen sweet spot op het continuüm vinden.” En die sweet spot wordt beïnvloed door vele factoren: de mate van volwassenheid van de architectuurfunctie, de cultuur van de organisatie, het niveau van regelgeving en de samenwerking tussen business en IT.

Bovendien kan de optimale EAM-stijl binnen dezelfde organisatie verschillen, afhankelijk van de bedrijfsafdeling. R&D kan bijvoorbeeld baat hebben bij een flexibelere en innovatievere aanpak, terwijl Finance een meer gestandaardiseerde en compliance-gedreven stijl vereist. “Agility kun je niet copy-pasten”, legt Onderdelinden uit. “ Wat werkt voor een fintech-start-up die volledig is gebouwd op de nieuwste IT-technologie, zal niet werken voor een hightech productiebedrijf dat afhankelijk is van optimale bescherming van zijn intellectueel eigendom. Strategie, cultuur, regelgeving – en zelfs de behoeften van specifieke bedrijfsafdelingen – bepalen samen welke EAM-stijl het beste past.”

"Er is geen perfect model. Elke organisatie moet zijn eigen sweet spot vinden op het EAM-continuüm."

Rolf van Baar, Business Analyst bij Deloitte

De balans vinden in de praktijk

Dus, wat kunnen organisaties vandaag de dag doen om de juiste balans te vinden? Van Baar: “Wat opviel in mijn onderzoek, was het belang van een forum waar architecten en stakeholders uit de business regelmatig bij elkaar kunnen komen.” Dit soort fora creëren ruimte voor incrementele besluitvorming, waarbij de adaptieve behoefte aan snelheid wordt gecombineerd met de directieve behoefte aan strategische afstemming.

Om deze fora echt waardevol te maken, is het essentieel om de focus te verduidelijken. “In plaats van te proberen elke beslissing te bespreken, moeten deze sessies zich richten op de meest cruciale keuzes – beslissingen die lastig terug te draaien zijn of waarvoor van bestaande regels moet worden afgeweken, en die bepalend zijn voor de strategische richting. Alledaagse, eenvoudig te corrigeren beslissingen neem je het beste binnen de teams die dicht op het werk zitten. Het forum is er dan voor de grotere en complexere keuzes, die zorgvuldige afweging en afstemming vereisen.”

Mindset is belangrijk

Nog een succesfactor? De rol van architecten veranderen van politieagent naar adviseur. “In plaats van alleen normen te bewaken, kunnen architecten management en teams meer mogelijkheden bieden door hen te begeleiden met net genoeg structuur, terwijl autonomie en het nemen van verantwoordelijkheid wordt aangemoedigd.” En natuurlijk is er de menselijke factor. “Mindset is belangrijk”, zegt Van Baar. “Sommige organisaties hebben nog steeds enterprise architecten die de overstap niet hebben gemaakt. Ze zijn gewend om op een zeer gecontroleerde, top-down manier te werken. Om een moderne bedrijfsvoering te ondersteunen, moet dat veranderen.” Onderdelinden voegt eraan toe: “Onderschat nooit het vermogen van de business om architectuurcontrole te omzeilen als zij het gevoel hebben dat dit hen te veel vertraagt. Dus je past je aan, of je wordt irrelevant als architect.”

Zelfbewust sturen

De kernboodschap van Van Baar gaat over bewustwording en intentie. “Het gaat er niet om dat je perfect in balans bent, want dat is een illusie en niet iets om per se na te streven”, zegt hij. “ Het gaat erom dat je weet waar je staat en waar je naartoe wilt - en bewuste beslissingen neemt over hoe je werkt.” In een snel veranderende wereld kan juist dat soort strategisch zelfbewustzijn het verschil maken. “Architecten moeten niet langer vasthouden aan het verleden, maar enablers van de toekomst worden”, concludeert Boon. “Dat betekent meer luisteren, zorgen voor net genoeg governance en het creëren van een geschikte architectuur - en betrokken zijn bij waar het echte werk gebeurt.”

Klaar om je eigen EAM-balans te verkennen?

Neem een stap terug en reflecteer: waar staat jouw organisatie momenteel op het continuüm – en waar wil je heen? Ga in gesprek met je architectuur- en business teams en ontdek hoe jullie huidige stijl bijdraagt aan waarde op de lange termijn, of deze juist in de weg zit. Wil je meer weten of bespreken hoe je je EAM-aanpak kunt ontwikkelen? Neem contact op met ons team – we helpen je graag om stijl om te zetten in strategie.

Did you find this useful?

Thanks for your feedback