This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Artikel 629 W.Venn.: Analyse van de term “met het oog op”

Auteur: Deloitte Tax & Legal Services

Artikel 629 W.Venn. verbiedt financiële steun “met het oog op” de verwerving van eigen aandelen of winstbewijzen. Deze vereiste is cruciaal in de beoordeling van het geoorloofde karakter van de kredietverstrekking.  In de rechtsleer zijn hieromtrent echter verschillende standpunten waar te nemen.

1. Finaliteit van de rechtshandeling

Volgens bepaalde rechtsleer dient er bij de beoordeling van de toepasselijkheid van artikel 629 W.Venn. voornamelijk rekening te worden gehouden met de finaliteit van de betrokken rechtshandeling. Dit impliceert concreet dat de vennootschap weet, of gelet op de omstandigheden behoort te weten, waarvoor de door haar toegestane lening dient.

In het kader van een strikte interpretatie van artikel 629 W.Venn. zou daarom aangenomen dienen te worden dat leningen die verstrekt worden zonder de hoofdbedoeling om de verwerving van eigen aandelen mogelijk te maken, toegelaten zijn. Voor deze auteurs is de chronologie van de verrichtingen zeer belangrijk. Volgens hun stelling is er namelijk geen schending van artikel 629 W.Venn. voorhanden, indien de derde eerst de aandelen koopt en er pas daarna een lening door de vennootschap wordt verstrekt aan de derde met het oog op het aflossen van een bankschuld of om de nodige liquiditeiten te verschaffen. In deze interpretatie zou een financiering “a posteriori” aldus niet verboden zijn.

Deze strikte interpretatie werd recent nog toegepast door de Rechtbank van Koophandel te Brussel (3 april 2001, T.B.H. 2003, 29) en door de Rechtbank van Koophandel te Charleroi (29 augustus 2002, DAOR 2002/64, 433).

2. Subjectieve intentie

Volgens een tweede strekking vereist de notie “met het oog op” een “subjectieve intentie” aan de zijde van het bestuur van de steunverlenende vennootschap. Minimale voorwaarde hier is dat de handeling als nevendoel het steunen van het verkrijgen van aandelen voor ogen moet hebben.

Deze intentie moet normalerwijze bestaan vóórdat het nemen of het verkrijgen van de aandelen plaatsvindt. De vaststelling achteraf dat, bijvoorbeeld, door de vennootschap ontleend geld gebruikt is voor de aankoop van aandelen en dat de vennootschap daarin berust, lijkt niet voldoende te zijn om van een intentie te kunnen spreken.

Ter vermijding van een mogelijke schending van artikel 629 W.Venn. zal aldus moeten worden voorzien in een afdoende motivering voor de kredietverstrekking teneinde de link met de aankoop van de aandelen te doorbreken.

3. Causaal verband

Het meest verdedigbaar is volgens sommigen de stelling van bepaalde auteurs dat de woorden “met het oog op” betekenen dat er een causaal verband moet bestaan tussen het verstrekken van de lening en het verwerven van de aandelen. Centraal bij deze interpretatie staat de vraag of de vennootschap beoogde de aankoop al dan niet te vergemakkelijken. Indien het beoogde doel van de handeling steunverlening is, dan valt zij onder het verbod. De volgorde van de handelingen is, met andere woorden, niet beslissend voor de beoordeling van hun causale samenhang.

Ook andere auteurs verdedigen deze stelling dat het in artikel 629 W.Venn. neergelegde verbod slaat op leningen toegestaan na de verwerving van de aandelen, van zodra vaststaat dat deze financiële hulp van meet af aan als element van de operatie is geconcipieerd. Financiering “a posteriori” door de vennootschap is hier aldus slechts toegelaten, in zoverre ze niet in het oorspronkelijke plan tot de aankoop van aandelen is voorzien.

De volgorde van de handelingen vormt daarom weliswaar een belangrijk beoordelingselement in het kader van artikel 629 W.Venn., maar is helemaal niet doorslaggevend voor de eindbeoordeling. Slechts de werkelijke intentie van de partijen zal doorslaggevend zijn. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de verkrijging van de aandelen de hoofddoelstelling vormt of pas in bijkomende orde aan bod komt.

Het bewijs van deze intentie in hoofde van de vennootschap om de verwerving van haar aandelen mogelijk te maken, zal ondermeer geleverd kunnen worden door de timing (dit is dus niet hetzelfde als de chronologie) van de verschillende rechtshandelingen, de overeenstemming tussen de bedragen en het ontbreken van een afdoende economische verantwoording voor het ter beschikking stellen van middelen of zekerheden door de vennootschap.

Aldus zal slechts in de mate dat er geen oorzakelijk verband is tussen de verstrekking van de lening enerzijds en de verwerving van de aandelen anderzijds, er geen schending van artikel 629 W.Venn. voorhanden zijn. Vanzelfsprekend moet deze operatie van de steunverlenende vennootschap steeds kaderen in haar maatschappelijk doel en in overeenstemming zijn met het vennootschapsbelang.

Laatst bijgewerkt:

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site