De nationale implementatie zal op 1 januari 2013 aanvangen. De wet- en regelgeving zal in de hiervoor liggende periode worden aangepast. Vanaf 1 januari 2013 zullen banken moeten voldoen aan de volgende minimum kapitaaleisen uitgedrukt in de risico gewogen activa van de bank: 3,5% aandelenkapitaal, 4,5% Tier-1 kapitaal en 8% totaal vermogen. Een transitieperiode is aanwezig tussen 1 januari 2013 tot en met 2019 om deze ratio’s geleidelijk te verhogen naar 4,5% aandelenkapitaal, 6% Tier-1 kapitaal en 8% totaal vermogen.
Ten aanzien van de conservation buffer kan worden gemeld dat deze geleidelijk zal worden ingevoerd van 1 januari 2016 tot en met 1 januari 2019 tot een percentage van 2,5%. Hiermee zal een bank uiteindelijk 10,5% totaal vermogen moeten aanhouden uitgedrukt in de risico gewogen activa van de bank.
Nationale toezichthouders zullen verdere aftrekposten op het kapitaal van de bank betreffende bijvoorbeeld latente belastingvorderingen en investeringen in financiële instellingen geleidelijk invoeren van 1 januari 2014 tot en met 1 januari 2018.
Ten aanzien van de invoering van de Leverage Ratio zal er vanaf 1 januari 2011 vanuit de toezichthouder worden gefocust op de ontwikkeling van templates om op een consistente manier de componenten van de Leverage Ratio te monitoren. In de periode 1 januari 2013 tot 1 januari 2017 zal er een parallel run periode zijn. In deze periode zal de ontwikkeling van de Leverage Ratio worden bijgehouden. De intentie is om vanaf 1 januari 2018 de Leverage Ratio te migreren in de Pillar 1 vereisten.
Vanaf 2011 zal de Liquidity Coverage Ratio worden gemonitoord door zowel het Basel Committee als de toezichthouder met het doel om deze officieel te verplichten met ingang van 1 januari 2015. De Net Stable Funding Ratio zal per 1 januari 2018 worden ingevoerd als minimum standaard.