KMO - Strengere “thin cap” regeling: groepsleningen aangepakt |
De programmawet van 29 maart 2012 heeft een nieuwe thin cap-regeling geïmplementeerd. We kennen al een thin-cap regel (aftrekverbod voor interest bij onderkapitalisatie) maar deze wordt nu grondig hervormd.
De oorspronkelijke thin cap-regel bestaat erin dat, indien het totale bedrag van toegestane leningen door een vennootschap hoger is dan zeven maal de som van haar belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde ervan, de betaalde interest in de mate van de overschrijding niet aftrekbaar is.
De toepassing van deze thin cap-regel, blijft echter wel beperkt tot de interesten die betaald worden aan verkrijgers gevestigd in een belastingparadijs (verkrijgers die niet onderworpen zijn aan een inkomstenbelasting of die voor rente-inkomsten onderworpen zijn aan een aanzienlijk gunstigere aanslag dan in België).
De regering Di-Rupo heeft de oorspronkelijke thin cap-regeling nu verruimd en verstrengd. Enerzijds wordt de oude 7:1 schuld/eigen vermogen ratio verstrengd naar een 5:1 ratio, anderzijds zullen voortaan ook alle intra”groep”leningen onder de nieuwe maatregel vallen.
Het begrip “groep” doelt op het geheel van verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 wetboek vennootschappen. Dus ook een consortium of een centrale leiding vallen hieronder. Het toepassingsgebied van de thin-cap regeling wordt hierdoor sterk verruimd. Of de lening verstrekt wordt door een Belgische of buitenlandse vennootschap van de groep speelt geen rol.
Om te vermijden dat men de nieuwe thin cap-regeling zal ontwijken door een buitenstaander te betrekken bij intra-groepsleningen (bv. niet de moeder maar een bank leent aan de dochtervennootschap zij het met waarborg van de moeder) werd een anti-misbruik maatregel ingevoerd. Deze maatregel stelt dat als een derde partij hetzij de fondsen ter beschikking stelt van de schuldeiser (de moeder leent het geld aan de bank, die het op haar beurt doorgeeft aan de dochter) hetzij een waarborg verleent, die derde partij (in casu de moeder) beschouwd wordt als de werkelijke verstrekker, zodat die leningen meegeteld moeten worden voor de bepaling van de schuld/eigen vermogen ratio en er eventueel ook een aftrekbeperking moet worden toegepast. De anti-misbruik maatregel is wel slechts van toepassing als het verstrekken van de lening of van de waarborg als hoofddoel belastingontwijking heeft.
Zoals reeds het geval is op dit moment, wordt met obligaties of andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen geen rekening gehouden. Daarenboven blijven ook leningen toegestaan door banken en financiële instellingen als bedoeld in art. 56, §2, 2° WIB buiten beschouwing.
Evenzo is de nieuwe regeling niet van toepassing op leningen afgesloten door:
- vennootschappen voor roerende leasing (zoals bedoeld in artikel 2 van het Koninklijk Besluit nr. 55) en vennootschappen waarvan de voornaamste activiteit uit factoring of onroerende leasing bestaat voor zover deze ondernemingen actief zijn in de financiële sector en voor zover de ontleende kapitalen effectief dienen voor leasing- en factoringactiviteiten;
- vennootschappen waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit het uitvoeren van een project van publiek-private samenwerking gegund na inmededingingstelling conform de reglementering inzake overheidsopdrachten.
De inwerkingtreding van de nieuwe thin cap-regeling zal afzonderlijk worden vastgesteld bij KB uiterlijk op 1 juli 2012. Dit uitstel moet de regering toelaten een “budgettair neutraal en juridisch en technisch solide” oplossing uit te werken voor de nadelige gevolgen van de nieuwe onderkapitalisatieregel voor groepen die bepaalde financiële activiteiten centraliseren in België (bv. cash pooling companies,..). Welke oplossing men voor deze vennootschappen zal aanreiken en wie hiervoor in aanmerking komt is nog onduidelijk.