Rekening houdend met een risicovrije intrestvoet van 4.14% 1, heeft de mediaanonderneming een risicopremie van 2.06% gegenereerd. Ook hier zien we dus een kleine terugval ten opzichte van 2010.
Het aantal ondernemingen met een ROCE groter dan de opbrengst van een risicoloze belegging is opnieuw gedaald van 59% tot 57%.
Klik op de figuur voor een grotere weergave.
Startende ondernemingen hebben zwaarste klappen gekregen, maar tonen tegelijkertijd grootste veerkracht
Vooral bij startende ondernemingen is de ROCE de voorbije jaren zwaar onder druk komen te staan. Eind 2009 noteerde de helft van de ondernemingen, jonger dan 3 jaar, een ROCE van maximaal 2.1%. Dit was maar liefst 5.4% minder dat het recordjaar 2007. Sindsdien heeft de ROCE zich bij deze groep ondernemingen gedeeltelijk weten te herstellen. Eind 2011 noteerde de mediaanonderneming een ROCE van 5.5%.
Klik op de figuur voor een grotere weergave
Kmo die opstartfase voorbij zijn, noteren hoogste netto financieel rendement
De tabel hierna toont aan dat jonge ondernemingen, die de opstartfase voorbij zijn, het hoogste netto financieel rendement noteren. Eind 2011 realiseerde de helft van de kmo’s, tussen de 4 en 10 jaar actief, een netto financieel rendement van 10.1% of meer. Bovendien heeft het financieel netto rendement van deze groep kmo’s het beste stand gehouden tijdens de voorbije crisisjaren.
Ook hier zien we dat het rendement van startende ondernemingen het zwaarst onder druk is komen te staan tijdens de voorbije crisisjaren. Eind 2009 wist de helft van deze groep bedrijven amper nog een rendement van 4.8% te behalen. Overigens werd toen maar liefst 39% van de startende kmo geconfronteerd met een negatief rendement. Eind 2011 is dit rendement terug opgeklommen tot 7.5% voor de mediaanonderneming. Het aantal ondernemingen met een negatief rendement is nu gedaald tot 28%.
De groep ondernemingen ouder dan 25 jaar, noteert traditioneel het laagste netto financieel rendement. De kloof tussen de Q1- en de Q3-waarde is hier echter een stuk kleiner dan bij de jonge bedrijven. Tussen deze Q1- en Q3-waarde situeren we het netto financieel rendement van de helft van de bedrijven. Een kwart van de bedrijven scoort zwakker dan de Q1-waarde; een kwart van de bedrijven scoort nog beter dan de Q3-waarde.
Klik op de tabel voor een grotere weergave.
__________
1 Als risicovrije intrestvoet weerhouden we de OLO op 10 jaar op datum van 31/12/2011.