De positioneringsroos laat ons toe een individuele onderneming of een groep ondernemingen op basis van een aantal financiële ratio’s te positioneren ten opzichte van een groep van andere ondernemingen, de referentiegroep.
Klik op de figuur voor een grotere weergave.
Elk van de 9 assen op de roos stelt een kengetal voor. In het middelpunt van de roos positioneren we de zwakst scorende onderneming in de referentiegroep (percentiel 0). De best scorende onderneming in de referentiegroep (percentiel 100) positioneren we op de buitenste cirkel. Waar de andere cirkels de lijnen snijden, bevinden zich de kwartielen voor de referentiegroep. De kleinste cirkel binnenin staat voor percentiel 25 (Q1), de cirkel in het midden voor de mediaanonderneming of percentiel 50 (Q2) en de derde cirkel voor percentiel 75 (Q3).
Concreet: Indien u de waarde van een kengetal voor 100 ondernemingen berekent, sorteert u de waarden van klein (zwak) naar groot (sterk).
Bij de evaluatie van een groep ondernemingen kruisen we per as de scores (Q1, Q2, Q3, Q4) van de groep aan. Als we de punten van de verschillende assen met elkaar verbinden, bekomen we 4 veelhoeken die in één oogopslag de financiële toestand van de groep ondernemingen onthullen.
Bij de positionering van een individuele onderneming duiden we op elke as de waarde van de ratio van de onderneming in kwestie aan en bekomen we zo één veelhoek die de financiële situatie van de onderneming in kaart brengt.
Hoe groter de veelhoeken, hoe beter de individuele onderneming op de verschillende ratio’s scoort. Is de veelhoek mooi rond, dan wijst dit op een evenwichtige financiële structuur.