This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Actief verkregen ingevolge belastingvrije fusie: geldige herbelegging?

Auteur: Louis Mortier, Tax & Legal Services

In recente rechtspraak is de vraag gerezen of in het kader van de gespreide taxatie van een gerealiseerde meerwaarde overeenkomstig artikel 47 WIB 92, kan worden herbelegd in een actief dat “verkregen” wordt naar aanleiding van een belastingvrije fusie. In haar arrest van 25/06/2013 bevestigt het Hof van Beroep te Gent het vonnis in eerste aanleg.

Krachtens artikel 47 WIB 92 kunnen verwezenlijkte meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa gespreid worden belast indien een bedrag gelijk aan de verkoopwaarde binnen een bepaalde termijn wordt herbelegd in welbepaalde activa.

De feiten die aan de rechtbank van Gent werden voorgelegd, betroffen een vennootschap die gebruik maakte van dit fiscale gunstregime om een meerwaarde, verwezenlijkt bij de verkoop van een appartement, gespreid te laten belasten. Als herbeleggingsactief werd een gebouw aangeduid dat de vennootschap (tijdig) verkreeg naar aanleiding van een belastingvrije fusie door opslorping van een andere vennootschap.

De administratie was evenwel van oordeel dat de belastingvrije inbreng van het gebouw niet voldeed aan de door de wet gestelde voorwaarden van artikel 47 WIB 1992.

1. Standpunt administratie

De administratie argumenteert namelijk dat het gebouw verkregen werd naar aanleiding van een belastingvrije fusie, waardoor het, in toepassing van het fiscaal neutraliteitsbeginsel, niet kan fungeren als een geldige wederbelegging in het kader van artikel 47 WIB 92. Het algemene fiscale neutraliteitsbeginsel zou, aldus de fiscus, meer bepaald tot gevolg hebben dat bij een belastingvrije inbreng het ingebracht actiefbestanddeel op fiscaal vlak verder behandeld wordt alsof er geen inbreng is geweest, zodat de vennootschap er ten onrechte van uitging dat er een geldige wederbelegging zou hebben plaatsgegrepen. In haar motivatie verwijst de administratie (onder meer) naar de antwoorden van de Minister op twee parlementaire vragen.

Reeds in 1994 nam de toenmalige minister van financiën inderdaad het standpunt in dat een onroerend goed dat  belastingvrij wordt ingebracht (in casu in het kader van een algemeenheid van goederen) niet kan gebruikt worden als wederbelegging door de vennootschap waarin de inbreng plaatsvindt (Parl. Vr. Nr. 610 van 7/2/1994). Dit gelet op het algemene fiscale neutraliteitsbeginsel van artikel 46, §2 en 212 WIB 92  (merk op dat de administratie een gebouwd onroerend goed dat een vennootschap ingevolge een niet belastingvrije inbreng heeft verkregen, met uitsluiting van de waarde van de grond, wel aanvaardt als een geldige herbelegging; Parl. Vr. Nr. 599 van 17/06/1993).

Volgens de vennootschap houdt de administratie er evenwel een te ruime interpretatie op na van wat begrepen moet worden onder het principe van de  “fiscale neutraliteit” bij een belastingvrije inbreng. Artikel 47 WIB 92 zou zich volgens de vennootschap immers niet uitspreken over een te maken onderscheid tussen belaste of belastingvrije inbrengen.

Ter verantwoording haalt de vennootschap de principes van het stelsel van de belastingvrije inbreng aan, zijnde dat de elementen die ervan deel uitmaken moeten ingebracht worden tegen hun boekhoudkundige waarde en dat deze boekhoudkundige neutraliteit fiscaal wordt doorgetrokken in artikel 46, §2 WIB 92. Het is niet omdat de inbreng van de overgenomen activa tegen boekwaarde gebeurt, aldus de vennootschap, dat hieruit mag geconcludeerd worden dat ze niet is gebeurd: de activa zijn wel degelijk van eigenaar veranderd.

2. Standpunt in de rechtspraak

De rechtbank in eerste aanleg te Gent treedt de zienswijze van de vennootschap bij. Zij oordeelt dat het fiscale neutraliteitsbeginsel binnen zijn eigen context moet worden geïnterpreteerd, “namelijk een op fiscaal vlak belastingvrije overgang van de activa en passiva van de ene vennootschap naar de andere vennootschap, alsof de fusie of splitsing niet heeft plaatsgevonden”. De rechtbank is van mening dat dit principe evenwel niet impliceert dat de activa niet van eigenaar zijn veranderd en dat de overnemende vennootschap de activa wel degelijk heeft verworven.

Vervolgens sluit zij zich aan bij het standpunt van de vennootschap dat artikel 47 WIB 92 niet bepaalt op welke wijze de herbelegging moet of niet mag of kan plaatsvinden. De systematische interpretatie van de fiscale wetsbepalingen die een zogenaamd algemeen fiscaal neutraliteitsbeginsel inhoudt, en waarop de administratie zich steunt, sluit volgens de rechtbank niet uit dat goederen verworven door een belastingvrije fusie, principieel in aanmerking komen voor een herbelegging overeenkomstig artikel 47 WIB 92.

Zoals aangehaald, werd dit vonnis nu ook in hoger beroep bevestigd. Het Hof te Gent komt eveneens tot de conclusie dat artikel 47 WIB 1992 niet bepaalt op welke wijze de erin vermelde herbelegging dient te gebeuren, zodat de bepaling zich niet verzet tegen herbelegging door middel van een fusie, of die nu belastingneutraal plaatsgreep of niet. Het Hof ziet in het fiscaal neutraliteitsbeginsel enerzijds, en het fiscaal voordeel van de gespreide taxatie anderzijds, twee verschillende, los van elkaar staande systemen met elk hun specifiek doel. Het belastingneutraal karakter van de fusie is, zo concludeert het Hof, dan ook zonder invloed voor de toepassing van artikel 47 WIB 92.

3. Conclusie

Zowel de rechtbank in eerste aanleg als het Hof van Beroep te Gent houden er een strikte of tekstuele interpretatie van artikel 47 WIB 92 op na en komen zo tot het besluit dat goederen verworven door een belastingvrije fusie wel degelijk principieel in aanmerking komen als herbelegging.

De hier besproken (positieve) rechtspraak zou de enige gekende zijn over het onderwerp. Gelet op de gelijkaardige bewoording van de betreffende wetsbepalingen, zou ze o.i. kunnen doorgetrokken worden naar de herbeleggingsplicht inzake vrijgestelde meerwaarden op bedrijfsvoertuigen (artikel 44bis WIB 92) en naar de investeringsverplichting voor vrijgestelde investeringsreserves (artikel 194quater WIB 92).


Gepubliceerd op 29/10/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site