KMO - Nieuwe meerwaardebelasting op aandelen onder de loep |
Zoals bekend voerde de regering Di Rupo I eind vorig jaar enkele wijzigingen door aan de Belgische vennootschapsbelastingwetgeving. Eén van de meest in het oog springende maatregelen betreft de invoering van een nieuwe meerwaardebelasting op aandelen. Kort gezegd houdt de regel in dat vanaf aanslagjaar 2014 meerwaarden op aandelen die vroeger, onder bepaalde voorwaarden, vrijgesteld waren, onderworpen zullen worden aan een belasting van 0,412%.
Toepassingsgebied
Deze nieuwe belasting is enkel van toepassing op meerwaarden op aandelen die, onder de huidige regeling, volledig zijn vrijgesteld van belasting en die worden gerealiseerd door niet-kmo vennootschappen.
In de eerste plaats dient de meerwaarde in aanmerking te komen voor de meerwaardevrijstelling en meer bepaald moet de vennootschap waarvan de aandelen vervreemd worden voldoen aan de zogenaamde taxatievoorwaarde. Zonder in detail te treden betekent dit dat die vennootschap niet van een fiscaal gunstig regime mag genieten. Indien de taxatievoorwaarde niet voldaan is, wordt de meerwaarde op de aandelen sowieso belast tegen het gewone tarief van de vennootschapsbelasting van 33,99%.
Daarenboven dienen de aandelen minstens voor een ononderbroken periode van één jaar in volle eigendom te zijn gehouden. Voldoet men niet aan deze voorwaarde, dan valt deze ‘korte termijn-meerwaarde’ niet onder de vrijstellingsregeling en is ze belastbaar tegen een afzonderlijk tarief van 25,75%.
Enkel indien aan de taxatievoorwaarde en de minimale houdperiode van één jaar wordt voldaan en de vennootschap geen kmo is, zal de behaalde meerwaarde op aandelen voortaan belast worden tegen 0,412%. Dit is 0,4% vermeerderd met drie opcentiemen aanvullende crisisbijdrage.
Een kmo kan dus alsnog van een volledige vrijstelling genieten, op voorwaarde dat aan de taxatievoorwaarde is voldaan en op voorwaarde dat zij de aandelen reeds één jaar heeft aangehouden. De definitie van een kmo is die van een kleine vennootschap conform artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen. Dit houdt in dat een vennootschap niet meer dan één van de volgende criteria mag overschrijden:
- Jaargemiddelde van het personeelsbestand : 50
- 7,3 miljoen EUR jaaromzet, excl. btw
- 3,65 miljoen EUR balanstotaal
Een vennootschap is in ieder geval geen kleine vennootschap indien het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt. Deze criteria worden bovendien op geconsolideerde wijze beoordeeld.
Minimaal belastbare grondslag
De meerwaarden op aandelen die onderworpen zijn aan het nieuwe tarief kunnen bovendien niet afgezet worden tegen bijvoorbeeld overgedragen fiscale verliezen, notionele interestaftrek en dergelijke. Het betreft dus als het ware een minimale belastbare basis waardoor de belasting van 0,412% steeds verschuldigd zal zijn.
Waardeverminderingen en minderwaarden
De invoering van deze nieuwe fiscale maatregel brengt echter geen verandering in de behandeling van waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen. Deze blijven zoals voordien een niet-aftrekbare beroepskost, tenzij bij de ontbinding van de dochtervennootschap waarbij mogelijk wel een gedeelte fiscaal aftrekbaar wordt.
Conclusie
Kortom, het aantal vennootschappen dat kan genieten van een volledige vrijstelling van belasting op meerwaarden op aandelen is aanzienlijk ingeperkt door deze nieuwe regeling. De niet-kmo’s die minstens één jaar over de volle eigendom van aandelen beschikken in normaal belaste entiteiten zullen voortaan toch 0,412% vennootschapsbelasting betalen op de gerealiseerde meerwaarde. Er zijn voortaan dus vier mogelijke tarieven van toepassing op meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting : 0%, 0,412%, 25,75% en 33,99%.
Deze nieuwe belasting is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.
Gepubliceerd op 12/02/2013.