KMO - Kmo of grote onderneming: een (fiscale) wereld van verschil? |
Bij de groei van een onderneming dient rekening gehouden te worden dat sommige wettelijke bepalingen kunnen wijzigen. Vanaf bepaalde grenzen wordt een kmo immers een ‘grote’ vennootschap.
Criteria
De criteria om te beoordelen of uw vennootschap vanuit boekhoudkundig oogpunt al dan niet als kmo door het leven gaat zijn genoegzaam bekend: omzet (7,3 miljoen EUR), balanstotaal (3,65 miljoen EUR) en gemiddeld personeelsbestand (50) zijn de bepalende factoren. Zolang gedurende de 2 voorbije boekjaren maximaal 1 grens is overschreven blijft u een kmo; in het andere geval (of indien het gemiddeld personeelsbestand groter is dan 100) krijgt uw vennootschap het etiket ‘groot’ opgekleefd.
Wat betekent dit nu in de praktijk?
Naast het feit dat een grote vennootschap een commissaris moet benoemen en haar jaarrekening niet meer volgens het ‘verkorte’ maar volgens het ‘volledige’ schema moet gepubliceerd worden (waarbij vooral de verplichte omzetvermelding in het oog springt), komt ook de fiscus een graantje meepikken. Als grote vennootschap kan u immers niet meer genieten van een aantal fiscale voordelen die aan kmo’s zijn voorbehouden. Denken we hierbij aan de mogelijkheid om een investeringsreserve aan te leggen, het niet verschuldigd zijn van vermeerdering bij laattijdige of ontoereikende voorafbetalingen in de eerste drie boekjaren vanaf de oprichting, … Ook de toepassing van prorata afschrijvingen en het verlaagde tarief bij de berekening van de notionele intrestaftrek zadelen grote ondernemingen op met een hogere belastingdruk.
Behoort de vennootschap tot een groep?
Let wel: als de vennootschap tot een groep behoort, volstaat het niet om de individuele cijfers aan de grensbedragen te toetsen, maar moeten de geconsolideerde cijfers worden berekend. Uiteraard volstaat het daarbij niet om omzet, balanstotaal en personeelsbestand van de diverse vennootschappen bij elkaar op te tellen: een eliminatie van de intra-groepstransacties (verkopen, doorrekening van kosten, openstaande vorderingen en schulden, participaties, ...) dringt zich dan ook op. Zijn hoger vermelde criteria op geconsolideerd niveau overschreden, dan worden alle vennootschappen die tot de groep behoren geacht grote vennootschappen te zijn, niettegenstaande zij misschien elk afzonderlijk als kmo kwalificeren.
Let wel: enkel de vennootschappen die op individueel niveau de criteria overschrijden moeten een commissaris benoemen.
De hamvraag is daarbij natuurlijk of uw vennootschap al of niet tot een groep behoort. Het Wetboek van Vennootschappen heeft het over ‘verbonden vennootschappen’. In een moeder-dochter-relatie is het snel duidelijk: beide vennootschappen zijn verbonden en vormen een groep. Andere praktijkgevallen leveren soms meer stof op tot nadenken: zo vormen vennootschappen met versnipperd aandelenbezit maar die behoren tot een consortium (= onder centrale leiding staan), eveneens een groep.
Uw balansstructuur en/of facturatie- en geldstromen kunnen dus zowel uw financiële ratio’s beïnvloeden als de fiscale regels die voor u van toepassing zijn.
Laatst bijgewerkt: