KMO - Verboden terbeschikkingstelling en de strenge Vlaamse sociaal inspecteur |
De terbeschikkingstelling van personeel is in België verboden tenzij dit wordt georganiseerd via een erkend uitzendkantoor. Er is sprake van terbeschikkingstelling van personeel wanneer over de betrokken werknemers een gedeelte van het werkgeversgezag dat normaal aan de initiële werkgever (de vennootschap waar zij zijn ingeschreven) toekomt, wordt uitgeoefend door de vennootschap die de facto tewerkstelt.
Volgens de federale wetgeving kan het geven van:
- instructies betreffende de regels over het welzijn op het werk (alles inzake veiligheid en gezondheid);
- instructies die door de gebruiker gegeven worden in uitvoering van de overeenkomst die hem met de werkgever bindt, zowel inzake de arbeids- en rusttijden als inzake de uitvoering van het overeengekomen werk evenwel NIET als de overdracht van werkgeversgezag beschouwd worden.
In 2010 introduceerde de Vlaamse decreetgever een eigen definitie van het begrip “terbeschikkingstelling”. De nuance die op federaal niveau bestond, werd niet langer weerhouden. Dit leidde ertoe dat de Vlaamse inspecteur quasi elke vorm van onderaanneming waarbij personeel werd ingezet en geïnstrueerd door de opdrachtgever-aannemer als een verboden terbeschikkingstelling bestempelde en trachtte te vervolgen.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde in haar arrest van 14 juni 2012 dat de Vlaamse decreetgever haar bevoegdheden te buiten ging. Intussen werd het Vlaamse decreet gewijzigd en verwijst het opnieuw naar de federale definitie van het begrip “terbeschikkingstelling”.
Laatst bijgewerkt: