This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - 309%-aanslag nog slechts uitzonderlijk van toepassing

Auteur: Louis Mortier, Tax & Legal Services

Sinds midden 2011 heeft de afzonderlijke aanslag op geheime commissielonen heel wat commotie veroorzaakt binnen de fiscale wereld. Aanleiding hiertoe was een interne instructie die aan de controlediensten opdracht gaf om de aanslag van 309% in alle gevallen strikt toe te passen. In tussentijd heeft de belastingadministratie via twee addenda de strenge aanpak ingeperkt. Deze ‘versoepelingen’ brachten echter weinig duidelijkheid, waardoor de dreiging van de monsterboete onverminderd bleef voortbestaan. Uiteindelijk werd nu middels de invoering van een nieuwe wettelijke uitzondering duidelijkheid geschept rond de toepassing van de maatregel.

De wetsbepalingen worden verder van commentaar voorzien in een administratieve circulaire van 22 juli 2013. Als uitgangspunt geldt dat zoveel als mogelijk voorrang moet verleend worden aan een belasting in hoofde van de genieter, waardoor de 309%-aanslag nog slecht uitzonderlijk zal worden toegepast.

De nieuwe wettelijke uitzondering die hierna besproken wordt, is ingevoerd bij Wet van 17 juni 2013 (BS 28/06/2013) en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014. In de administratieve circulaire wordt evenwel bevestigd dat hangende geschillen en lopende dossiers die betrekking hebben op voorgaande aanslagjaren reeds mogen worden opgelost in de geest van de nieuwe wetsbepalingen en van de betreffende circulaire, dit indien de aanslagtermijnen in de personenbelasting nog niet verstreken zijn.

1. Wettelijk kader

De afzonderlijke aanslag van 309% is van toepassing op commissielonen, bezoldigingen en andere beroepsmatige vergoedingen en voordelen, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave, alsook de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden (art. 219, eerste lid WIB 1992).

De bijzondere aanslag zelf, alsook het geheime commissieloon of de verdoken meerwinst zijn als beroepskost aftrekbaar in de vennootschapsbelasting (art. 198, §1, 1° en 197 WIB 1992).

  • Eerste uitzondering: spontane aangifte door de genieter van de vergoedingen of voordelen
    Wettelijk gezien bestaat reeds geruime tijd een uitzondering waarbij de aanslag niet van toepassing is indien de vennootschap aantoont dat het bedrag van de niet op fiche gerapporteerde kosten of voordelen spontaan werden aangegeven in een door de genieter tijdig ingediende aangifte (art. 219, vierde lid WIB 1992). Tot voor kort was dit de enige wettelijke mogelijkheid om aan de 309%-aanslag te ontsnappen.
  • Nieuwe uitzondering: belasting binnen aanslagtermijn met akkoord van de genieter

Zoals aangehaald, heeft de Wet van 17 juni 2013 een bijkomende wettelijke afwijking ingevoegd op de vestiging van de afzonderlijke aanslag (nieuw art. 219, vijfde lid WIB 1992). Concreet houdt deze in dat indien de kosten of voordelen niet spontaan werden aangegeven door de genieter (zie eerste uitzondering), de 309%-heffing toch achterwege blijft indien het overeenkomstig bedrag begrepen is in een aanslag die met het akkoord van de verkrijger te zijnen name wordt gevestigd binnen de driejarige aanslagtermijn.

Het akkoord van de verkrijger impliceert een te zijnen name gevestigde definitieve aanslag die niet meer ontvankelijk is voor enig bezwaar.

Onder toepassing van de nieuwe uitzondering, dient het bedrag van de uitgaven in hoofde van de vennootschap die de vergoeding of het voordeel heeft toegekend, bijkomend toegevoegd te worden aan haar verworpen uitgaven. Indien het voordeel niet gepaard gaan met een uitgave (Bv. bij het toestaan van een renteloze lening) moet het voordeel in mindering gebracht worden van de aftrekbare beroepskosten (nieuw art. 198, §1, 15° WIB 1992). Zodoende ontstaat een economische dubbele belasting van de vergoeding of het voordeel in hoofde van zowel de toekennende vennootschap, als van de genieter.

2. Circulaire nr. Ci.RH.421/628.803 (AAFisc Nr. 30/2013) dd. 22/07/2013

In een door de Minister van Financiën Koen Geens eigenhandig ondertekende circulaire werden inmiddels reeds nadere  instructies gegeven rond de concrete toepassing van de nieuwe wettelijke uitzondering op de 309%-aanslag. Geruststellend hierbij is dat benadrukt wordt dat “het vestigen van de bijzondere aanslag voortaan nog slechts als uitzonderingsmaatregel te beschouwen (is)”.

Concreet betekent dit dat ze enkel nog kan toegepast worden “indien, en slechts indien, de effectieve definitieve belasting in de personenbelasting ten name van de verkrijger niet (meer) mogelijk is binnen de termen van de gewijzigde wetgeving”. Bij twijfelgevallen wordt voortaan aanbevolen om “op basis van het gezond verstand, voorrang te verlenen aan een oplossing van het probleem, eerder door het vestigen van een (aanvullende) aanslag in de personenbelasting dan door het vestigen van de bijzonder aanslag in de vennootschapsbelasting”.

De circulaire versoepelt te wettelijke regeling vervolgens op twee punten.

- Ook bij definitieve belasting genieter zonder zijn akkoord

Vertrekkende vanuit het standpunt dat de belasting in hoofde van de genieter van doorslaggevend belang is, stelt de circulaire dat de afzonderlijke aanslag ook achterwege kan blijven als binnen de aanslagtermijn een definitieve belasting in hoofde van de genieter gevestigd is, zelf zonder zijn akkoord (daar waar het nieuw artikel 219, vijfde lid WIB 1992 wel een akkoord van de genieter vereist). Ook de situatie waarbij bezwaar aangetekend wordt tegen een (aanvullende) aanslag in de personenbelasting (die later onontvankelijk verklaard wordt), leidt bijgevolg niet tot de heffing van de 309%-aanslag.

- Vermijden economische dubbele belasting

Zoals aangehaald, ontstaat onder toepassing van de nieuwe wettelijke uitzondering een economische dubbele belasting door toevoeging van de vergoeding of het voordeel aan het fiscaal resultaat van de vennootschap. In zijn antwoord op een parlementaire vraag hieromtrent, heeft de minister van Financiën gesteld dat door de belasting in hoofde van genieter aan het normdoel is tegemoetgekomen, zodat economische dubbele belasting zo veel als mogelijk moet worden vermeden. In die zin wordt bevestigd dat de toevoeging van de kosten aan het fiscale resultaat van de vennootschap achterweg kan blijven, zeker als er kennelijk geen sprake is van kwade trouw. Het antwoord van de minister wordt integraal hernomen in de circulaire. Er wordt verder niet ingegaan op wat er moet verstaan worden onder “kwade trouw”.

3. Samenvatting

Op basis van bovenstaande uiteenzetting, kunnen volgende situaties onderscheiden worden met betrekking tot niet op fiche gerapporteerde vergoedingen en voordelen:

Situatie 309 % aanslag Taxatie vennootschap? Taxatie genieter?
Spontane en tijdige aangifte door genieter NEE NEE JA
Niet-spontane maar tijdige belasting genieter
+ vennootschap kennelijk niet te kwader trouw
NEE (zonder akkoord: circulaire) NEE (circulaire) JA
Niet-spontane maar tijdige belasting genieter
+ vennootschap kennelijk niet te goeder trouw
NEE (zonder akkoord: circulaire) JA JA
Belasting genieter niet (meer) mogelijk JA (in principe) NEE NEE

 

4. Conclusie

Met de nieuwe wettelijke uitzondering, en het bijhorend administratief commentaar, wordt uiteindelijk duidelijkheid geschapen rond de toepasbaarheid van de afzonderlijke aanslag in de praktijk. Concreet wordt steeds voorrang verleend aan belasting in hoofde van de genieter en wordt het vestigen van de bijzondere aanslag nog slechts als uitzonderingsmaatregel beschouwd.

Enkel in de gevallen waarbij de vennootschap weigert de genieter aan te duiden, of taxatie in zijn hoofde niet (meer) mogelijk is, kan de belastingadministratie de 309%-aanslag nog toepassen.

 

Gepubliceerd op 17/09/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site