KMO - Nieuwe wet- en regelgeving overheidsopdrachten |
Reeds geruime tijd wordt gewerkt aan een volledige hervorming van de wet- en regelgeving omtrent overheidsopdrachten. Zo werden reeds een aantal wetten (Overheidsopdrachtenwet van 15 juni 2006 - Overheidsopdrachtenwet op defensie- en veiligheidsbeleid van 13 augustus 2011) en koninklijke besluiten (KB Plaatsing van 15 juli 2011) gepubliceerd ter vervanging van de bestaande regelgeving. Er wordt verwacht dat de hervormde wet - en regelgeving tussen april en juni 2013 in werking zal treden. Eén van de doelstellingen van deze hervorming is de toename van het aantal offertes ingediend door KMO’s.
Hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste vernieuwende elementen uit deze toekomstige regelgeving.
In eerste instantie wordt een nieuwe terminologie gehanteerd. Er wordt niet langer gesproken van gunning van overheidsopdrachten, maar wel van plaatsing van overheidsopdrachten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de plaatsing (de volledige gunningsprocedure), de gunning ( de beslissing om de gekozen inschrijver aan te wijzen) en de sluiting (de totstandkoming van de contractuele band tussen overheid en begunstigde) van de overheidsopdracht.
Andere nieuwigheden zijn de mogelijkheid om een offerte in te dienen voor één of meerdere percelen of het hanteren van een andere gunningswijze per perceel; eigen systeem van prijsherziening; de beschrijving van nieuwe gunningswijzen, zoals de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking en de concurrentiedialoog.
Ook nieuwe mogelijkheden om overheidsopdrachten te plaatsen (dynamisch aankoopsysteem, elektronische veiling en de raamovereenkomst) worden ingevoerd door deze nieuwe wet- en regelgeving.
Kortelings wordt ook de publicatie verwacht van het KB Algemene Uitvoeringsregels Overheidsopdrachten. Dit KB bevat de specifieke voorschriften met betrekking tot de uitvoering van de overheidsopdrachten en zal de zogenaamde algemene aannemingsvoorwaarden vervangen.
Dit KB voorziet in een versoepelde regeling inzake de borgtocht. Zo worden de opdrachten waarvoor geen borgtocht is vereist uitgebreid. Voor opdrachten voor leveringen en diensten waarvan de uitvoeringstermijn 45 kalenderdagen niet overschrijdt en opdrachten waarvan het oorspronkelijk bedrag kleiner is dan EUR 50.000,00 dient niet langer een borgtocht te worden verstrekt. Deze maatregel is er specifiek op gericht om meer KMO’s aan te zetten om offertes in te dienen. Verder wordt het niet tijdig voorleggen van het bewijs van borgtochtstelling niet langer bestraft, kan de borgtocht worden overgedragen en dient niet langer een apart formeel verzoek tot vrijgave te worden ingediend.
Daarnaast zullen volgende nieuwigheden worden ingevoerd ingevolge voornoemd KB: de mogelijkheid om een opdracht over te dragen; vaststelling van “belangrijk nadeel” in het kader van de imprevisieleer op 2,5% van het opdrachtbedrag; verificatie- en betalingstermijn van elk 30 dagen. De intrest voor laattijdige betaling wordt vastgesteld op de basisintrestvoet ECB, vermeerderd met 8 procent. Bovendien zal de intrest steeds verschuldigd zijn, ook als hij minder dan 5 euro bedraagt. Ook voorziet het KB in een forfaitaire vergoeding van EUR 40,00 voor invorderingskosten ingevolge de laattijdige betaling.
Dit overzicht geeft een eerste beeld van de toekomstige hervormingen inzake de regelgeving omtrent de overheidsopdrachten, maar verdient zeker verder opvolging gelet op de toenemende betrokkenheid van KMO’s in overheidsopdrachten.
Gepubliceerd op 28/01/2013.