KMO - Aanpassing criteria boekhoudkundige verplichtingen voor VZW’s |
De drempels die Wet op de verenigingen zonder winstoogmerk hanteert om uit te maken of een VZW klein, groot, dan wel zeer groot is, werden bij Koninklijk Besluit van 25 augustus 2012 verhoogd. De nieuwe omvangcriteria zijn sinds 27 september jongstleden van toepassing.
De raden van bestuur van verenigingen zonder winstoogmerk dienen binnen de zes maanden na afsluiting van het boekjaar de jaarrekening ter goedkeuring voor te leggen aan de algemene vergadering. Voor het bepalen van de vorm van de jaarrekening wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘kleine verenigingen’, ‘grote verenigingen’ of ‘zeer grote verenigingen’.
Kleine VZW
Een VZW wordt vanaf 27 september 2012 als ‘klein’ beschouwd, wanneer ze niet meer dan 1 van de hierna vermelde criteria overschrijdt:
- het equivalent, gemiddeld over het jaar, van vijf voltijdse werknemers;
- in totaal 312.500 EUR aan ontvangsten op jaarbasis, exclusief BTW en exclusief uitzonderlijke ontvangsten (voorheen 250.000 EUR);
- een balanstotaal van 1.249.500 EUR (voorheen 1.000.000 EUR).
Deze criteria zijn eveneens van toepassing voor internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen.
Een kleine vereniging mag een vereenvoudigde jaarrekening opmaken. Deze omvat enerzijds ‘de staat van ontvangsten en uitgaven’ en anderzijds een ‘toelichting’. De jaarrekening van kleine verenigingen dient niet te worden neergelegd bij de Nationale Bank van België, maar wel bij de griffie van de rechtbank van koophandel. Voormelde neerlegging ter griffie van de rechtbank van koophandel is gratis.
Grote VZW
Een VZW, stichting of internationale VZW wordt sinds 27 september 2012 als ‘groot’ beschouwd, wanneer bij de afsluiting van het boekjaar ten minste twee van de hierboven genoemde criteria op haar van toepassing zijn.
De ‘grote’ VZW’s moeten een boekhouding voeren en een jaarrekening opstellen in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. Dit betekent dat zij een volledige boekhouding moeten voeren en een volledige jaarrekening moeten opstellen, bestaande uit een balans, een resultatenrekening en een toelichting. Grote VZW’s dienen hun jaarrekening op te maken volgens het verkort model van de jaarrekening voor verenigingen en stichtingen.
Zeer grote VZW
Een VZW, stichting of internationale VZW wordt sinds 27 september 2012 geacht ‘zeer groot’ te zijn:
- zodra zij gemiddeld over het jaar meer dan het equivalent van 100 voltijdse werknemers tewerkstelt;
- en ook, wanneer zij bij de afsluiting van het boekjaar ten minste twee van de volgende drie criteria overschrijdt:
- het equivalent, gemiddeld over het jaar, van 50 voltijdse werknemers;
- in totaal 7.300.000 EUR aan ontvangsten op jaarbasis, exclusief BTW en exclusief uitzonderlijke ontvangsten (voorheen 6.250.000 EUR);
- een balanstotaal van 3.650.000 EUR (voorheen 3.125.000 EUR).
Indien voornoemde kwalificeert als ‘zeer groot’ is deze verplicht haar jaarrekening op te maken volgens het volledig schema en een commissaris aan te stellen.
Het is mogelijk dat ten gevolge van voornoemde wijzigingen een aantal verenigingen en stichtingen die nu als zeer groot worden beschouwd, dit niet langer zijn. Dit betekent dan ook dat zij niet langer verplicht zijn om een commissaris aan te stellen.
De regels in verband met de commissaris zoals voorzien in het wetboek van vennootschappen zijn ook van toepassing op verenigingen en stichtingen. Artikel 135 § 1 van het wetboek van vennootschappen bepaalt dat een commissaris steeds dient te worden benoemd voor een hernieuwbare periode van drie jaar. Dit betekent dat als een vereniging of stichting door de aanpassing van de omvangcriteria niet langer als zeer groot wordt gekwalificeerd, de commissaris toch nog in functie blijft tot het einde van zijn termijn.
Gepubliceerd 07/01/2013.
Laatst bijgewerkt: