This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Wijzigingen in Vlaamse subsidieprogramma’s in 2013

Auteur: Tax & Legal Services

Enkele belangrijke wijzigingen in bepaalde Vlaamse subsidieprogramma’s.

1. Steunpercentages verhogen tot 70% binnen het Ecologiepremie-plus programma

Kmo’s en grote ondernemingen die investeren in groene technologie in het Vlaamse Gewest kunnen beroep doen op de ecologiepremie. De Vlaamse overheid voorziet in 2013 ruim 63 miljoen euro voor de ecologiepremie.

Enkel investeringen die starten na de indiening van de subsidieaanvraag en die vermeld worden op de zogenaamde limitatieve technologielijst (LTL) komen in aanmerking. Technologieën waarbij u kan genieten van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten komen niet in aanmerking. Indien u wenst te investeren in een nieuwe technologie die niet voorkomt op de LTL kan u een aanvraag indienen om deze technologie toe te voegen aan de LTL.

De hoogte van de ecologiepremie wordt bepaald in functie van de grootte van de onderneming (kmo’s worden meer gesteund dan grotere bedrijven) en de performantie van de technologie waarin geïnvesteerd wordt. Vandaag bedraagt het hoogste steunpercentage voor grote ondernemingen 20% en voor kmo’s 40%. Vanaf half december 2012 zullen de steunpercentages verhoogd worden tot maximum 70%! Daarnaast zullen de meeste technologieën een hogere ecoklasse toebedeeld krijgen, zodat de steunpercentages voor deze technologieën interessanter wordt.

2. Nieuwe steunmaatregel: Strategische ecologiesteun

De ‘strategische ecologiesteun’ zal kunnen ingezet worden voor projecten die een integrale milieu- of energieoplossing op bedrijfsniveau bieden. Het betreft technologieën die, gezien hun uitzonderlijke en unieke karakter, moeilijk gestandaardiseerd kunnen worden en doorgaans niet in aanmerking komen om opgenomen te worden op de limitatieve technologielijst (zie Ecologiepremie-plus). Ondernemingen krijgen hierdoor een grotere keuzevrijheid bij het kiezen van hun groene investeringen in vergelijking met de limitatieve technologielijst. Projecten die de Vlaamse overheid beoogt zijn bijvoorbeeld de implementatie van een warmtenet om restwarmte uit te wisselen of het opwaarderen of valoriseren van CO2.
De instapdrempel zal minimaal 5 miljoen euro bedragen en het project dient te kaderen in de globale visie van het bedrijf ten aanzien van milieu- en energiegebruik binnen de onderneming. Ondernemingen die aan de nodige voorwaarden voldoen, kunnen steun ontvangen tot een maximaal subsidiebedrag van 1 miljoen euro.

3. Omvorming strategische investerings- en opleidingssteun tot strategische transformatiesteun

In 2013 wordt de strategische investerings- en opleidingssteun (SIOS) omgevormd tot strategische transformatiesteun (STS). Voor de “strategische transformatiesteun” wordt een jaarlijkse enveloppe van 40 miljoen euro voorzien.

In het programma zullen enkel nog die investerings- en opleidingsprojecten ondersteund worden, die in belangrijke mate bijdragen aan de versterking van het economische weefsel in Vlaanderen. Het betreft :

  • investeringen in strategische clusters en lead plants in Vlaanderen,
  • het ondersteunen van de internationale doorgroei van innovatiegerichte kmo’s in Vlaanderen,
  • het ondersteunen van transformerende investeringen, die de duurzame verankering realiseren van belangrijke tewerkstelling in Vlaanderen.

4. Wijzigingen aan de IWT bedrijfssteun

Vanaf 1 januari 2013 wijzigt IWT haar programma voor bedrijven die innoveren in Vlaanderen. Naast de kmo-projecten en de O&O-projecten voor de grote ondernemingen, zullen vanaf 2013 ook ‘sprint-projecten’ in aanmerking komen. Deze innovatieprojecten van eerder beperkte omvang gaan uit van grote ondernemingen, die niet beschikken over een grote R&D-afdeling, maar wel innovatieve projecten willen doorvoeren.

Het steunpercentage voor IWT bedrijfsprojecten bedraagt minimaal 25% en maximaal 60% van de projectbegroting. De projectkosten komen in aanmerking voor IWT-steun vanaf de eerste dag van de maand volgend op de indiening van de subsidieaanvraag.

De behandelingstermijn van een subsidieaanvraag varieert van 2 maanden voor kmo-projecten en sprint-projecten tot 4 maanden voor O&O-projecten. IWT brengt verder wijzigingen aan in de budget berekening voor bedrijfsprojecten, in het bijzonder met betrekking tot de berekening van de niet-personeelskosten.  De mogelijkheid om projecten mondeling voor te stellen, wordt ook uitgebreid.

5. Hervorming van het steunmechanisme voor groene stroom en warmtekrachtkoppeling

Een installatie met startdatum vanaf 1 januari 2013 krijgt enkel groenestroomcertificaten en/of warmte-krachtcertificaten gedurende de afschrijvingsperiode die in de berekeningsmethodiek voor de onrendabele top voor de WKK- of groenestroomtechnologie wordt gehanteerd.

Vanaf 1 januari 2013 bedraagt de minimumwaarde voor groenestroomcertificaten 93 euro, voor warmtekrachtcertificaten bedraagt deze minimumwaarde 31 euro. Deze installaties krijgen niet langer 1 certificaat per 1.000 kWh opgewekte elektriciteit of 1.000kWh bespaarde primaire energie, maar meer of minder, afhankelijk van een zgn. bandingsfactor. Deze factor betreft een aanpassing aan de evolutie van de investeringskosten, afschrijvingsperiode, brandstofprijzen en elektriciteitsprijs. De bandingsfactoren van de diverse technologieën worden minimaal 1 keer per jaar bepaald.

6. Nieuwe steunmaatregel voor de stimulering van de Vlaamse filmindustrie: Screen Flanders

De Vlaamse Regering heeft beslist om jaarlijks 5 miljoen euro uit te trekken om meer internationale filmproducties naar Vlaanderen te halen. Producenten kunnen van de Vlaamse overheid terugbetaalbare voorschotten bekomen als economische ondersteuning van hun bestedingen in Vlaanderen. De voorschotten worden terugbetaald met een percentage van de netto-ontvangsten die de producent genereert als gevolg van de exploitatie van het audiovisuele werk. De steunmaatregel is bedoeld voor lange speelfilms, d.w.z. lange fictie-, documentaire- of animatiefilms met een duur van minstens 60 minuten en animatiereeksen.

De maximale steun per project bedraagt 400.000 euro, en het productiehuis moet kunnen bewijzen dat ze een verbintenis aangaat op basis van uitgaven voor minimum 250.000 euro. Er zal gewerkt worden met een oproepsysteem en een jaarlijks budget van 5 miljoen euro. Een cultureel en economisch samengestelde jury zal de projecten beoordelen op basis van vastgelegde criteria, en zal een rangschikking van de projecten opmaken.

De eerste oproep is gelanceerd met als deadline donderdag 28 februari 2013 om 12u.


Gepubliceerd op 08/01/2013.

Laatst bijgewerkt:

Material on this website is © 2013 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site