KMO - Programmawet 27/12/2012: voornaamste wijzigingen |
De programmawet van 27 december 2012 waarmee de Belgische regering onder andere de budgettaire problemen wil aanpakken, wijzigde meerdere fiscale bepalingen. Wij geven hier een beknopt overzicht van de voornaamste wijzigingen.
Roerende voorheffing
Vanaf 1 januari 2013 is het standaard tarief van de roerende voorheffing op interesten, dividenden en royalties 25%. Hierop zijn echter volgende uitzonderingen van toepassing:
- Liquidatiedividenden (10%);
- Dividenden van residentiële vastgoedbevaks (15%);
- Interesten van de zogenaamde Leterme-staatsobligaties (15%);
- Interesten van gereglementeerde spaardeposito’s bij overschrijding van het vrijgestelde deel (15%);
- Royalties afkomstig van auteursrechten en naburige rechten, evenals van wettelijke en verplichte licenties (15%).
De roerende voorheffing is opnieuw bevrijdend. Dit impliceert dat de inkomsten waarop de roerende voorheffing werd ingehouden niet aangegeven dienen te worden in een belastingaangifte. Deze algemene regel heeft enkele uitzonderingen. Auteursrechten bijvoorbeeld moeten nog wel aangegeven worden aangezien de inkomsten die de drempel van 54.890 EUR (aanslagjaar 2013) overschrijden onderworpen zijn aan het standaard tarief van 25% en mogelijks kwalificeren als beroepsinkomsten. Zij kunnen dus onderworpen worden aan de normale tarieven in de personenbelasting. Binnen het bestek van dit artikel gaan we niet verder op alle uitzonderingen in.
Zoals uitvoerig in de pers besproken heeft de verhoging van het standaardtarief van de roerende voorheffing tot gevolg dat de bijkomende heffing van 4% op hoge roerende inkomsten, de zogenaamde “rijkentaks”, werd afgeschaft. Voor 2012 zal deze 4% heffing nog wel van toepassing blijven.
Meerwaarden op aandelen
De meerwaarden op aandelen verwezenlijkt door grote ondernemingen en die aan bepaalde voorwaarden voldoen (zie verder) zullen onderworpen worden aan een afzonderlijke belasting van 0,4%, berekend op het nettobedrag van de meerwaarde. Het is niet mogelijk om de meerwaarden die onderworpen zijn aan de 0,4% afzonderlijke belasting te compenseren met minderwaarden op aandelen. Deze belasting zal altijd verschuldigd zijn, zelfs indien de vennootschap bijvoorbeeld overgedragen fiscale verliezen ter beschikking heeft. Noteer voor de volledigheid dat op meerwaarden die niet voldoen aan de voorwaarden voor “vrijstelling” van belasting er nog steeds 25,75% of 33,99% vennootschapsbelasting verschuldigd zal zijn.
Aftrek voor risicokapitaal
In tegenstelling tot de voorgaande aanpassingen aan fiscale bepalingen werd nog geen aanpassing aan de aftrek voor risicokapitaal ofte de notionele interestaftrek opgenomen in de gepubliceerde programmawet. Het is echter aangekondigd dat aan dit regime ook aanpassingen worden gedaan. De huidige maximumtarieven voor de notionele interestaftrek, die reeds verlaagd werden tot 3% voor grote ondernemingen en 3,5% voor KMO’s, zouden behouden blijven. Het effectief toepasbare tarief van de notionele interestaftrek zou voortaan echter op een andere basis berekend worden. Voor aanslagjaar 2014 zou dit resulteren in een lager effectief tarief van 2,742% voor grote ondernemingen en 3,242% voor KMO’s.
Fiscale amnestie
De regering overweegt ook om een nieuwe, en laatste, fiscale amnestieprocedure in te voeren om belastingplichtigen toe te laten hun niet aangegeven inkomsten en kapitalen te regulariseren. Deze fiscale amnestie zou slechts mogelijk zijn tot eind 2013.
De geregulariseerde inkomsten zouden onderworpen worden aan hun gewone fiscale regime. Bovenop de in België verschuldigde belasting zou een boete van 15% worden geheven. De regularisatie zou er ook toe leiden dat de belastingplichtigen immuniteit verkrijgen voor verdere strafrechtelijke vervolging.
Over deze nieuwe fiscale amnestieprocedure heerst echter nog veel onduidelijkheid en onenigheid op politiek niveau.