KMO - De nieuwe antimisbruikbepaling: waait er een nieuwe wind door het fiscale landschap? |
Het voorbije jaar heeft de regering Di Rupo al heel wat inkt doen vloeien. Talrijke nieuwe (fiscale) wetten werden ingevoerd en oude werden van onder het stof gehaald. Zo bleek de in 1993 ingevoerde antimisbruikbepaling geen efficiënt wapen voor de fiscus en was ze dus aan herziening toe.
Fiscaal misbruik
De nieuwe antimisbruikbepaling moet er voortaan voor zorgen dat rechtshandelingen niet moeten worden aanvaard door de fiscus als er sprake is van ‘fiscaal misbruik’. Dit veronderstelt dat iemand een rechtshandeling stelt die hem een fiscaal voordeel oplevert maar dat het verkrijgen van dit voordeel in strijd is met de geest van de wet. Het moet benadrukt dat deze strijdigheid moet worden begrepen in het licht van het begrip “volstrekt kunstmatige constructie”. Daarvan zal sprake zijn wanneer de rechtshandelingen alleen worden uitgevoerd om belastingen te ontwijken. Op die manier moet, aldus staatssecretaris Crombez, het kaf van het koren worden gescheiden.
Tegenbewijs
Als fiscaal misbruik bewezen is, kan de belastingplichtige bewijzen dat hij andere dan fiscale motieven had. Hierbij komt de focus te liggen op de ‘werkelijke intenties’ van de belastingplichtige. Waar de belastingplichtige voorheen enkel economische of financiële behoeften kon inroepen, kan hij voortaan ook een beroep doen op patrimoniale, persoonlijke, affectieve, … motieven.
Aantal praktische toepassingen
Strijd tegen managementvennootschap of professionele vennootschap
De vraag stelt zich of er bij het werken via een managementvennootschap of professionele vennootschap sprake is van fiscaal misbruik.
De fiscale gevoeligheid omtrent het werken met managementvennootschappen en professionele vennootschappen lijkt te wijten aan het feit dat het tarief van de vennootschapsbelasting lager ligt dan het tarief van de personenbelasting, de vermeende besparing van sociale bijdragen en het feit dat de vennootschap kosten ten laste zou nemen die de natuurlijke persoon toebehoren en bij de vennootschap de belastbare basis verminderen.
Wanneer we echter de denkoefening maken voor de oprichting van een managementvennootschap, kunnen naast de fiscale motieven ook vele niet-fiscale argumenten voor de geest worden gehaald, zoals:
- professionele aansprakelijkheid beperken tot het vermogen van zijn vennootschap
- professionele organisatie van de activiteiten
- aanwerven van personeel
- afschermen van het beroepsvermogen van de huwgemeenschap.
De nieuwe houding van de fiscus zal wellicht vooral haar beslag vinden via het maximaal bestrijden van niet-beroepsmatige kosten in managementvennootschappen, en het belasten van deze privékosten via de techniek van de aanslag geheime commissielonen van 309 %.
Turbovruchtgebruikconstructies
Vruchtgebruiken zijn al jaar en dag een doorn in het oog van de fiscus. Staatssecretaris Crombez heeft verklaard ‘turbovruchtgebruikconstructies’ aan te pakken en uit te roeien. De privépersoon houdt de naakte eigendom van een terrein met een bouwvallig gebouw voor zich en geeft het vruchtgebruik van het pand aan zijn commerciële vennootschap. Deze vennootschap doet alle nuttige verbouwingen om er een mooi modern pand van te maken en kan die kosten fiscaal afschrijven over de loop van de vruchtgebruikperiode. Finaal komt het geheel volledig in handen van de privépersoon. De jongste jaren werd deze techniek steeds agressiever (op kortere termijn) toegepast.
Vruchtgebruikconstructies voor beroepsmatig gebruikt onroerend goed zullen wellicht minder worden geviseerd. De waardering is, zoals voorheen al het geval was, cruciaal. Tevens moet gezorgd worden voor een degelijke onderbouw van de volledige constructie.
Kan de Rulingcommissie zekerheid bieden?
De Rulingcommissie kan zich uitspreken over de vraag of de geplande verrichting te verantwoorden is door andere dan fiscale motieven. Als de rulingdienst zijn zegen geeft, kan de rechtmatigheid van de keuze van de belastingplichtige voor een bepaalde verrichting niet meer in vraag gesteld worden door de fiscus. Gezien de grote onzekerheid ziet het er naar uit dat de Rulingcommissie in de toekomst een toevloed aan rulingaanvragen zal krijgen.
Wat leren we hieruit als belastingplichtige?
In de praktijk zal de volgende vraag cruciaal zijn: “Wanneer we alle fiscale voordelen wegdenken, zou de belastingplichtige de verrichting dan nog stellen en zo ja, op dezelfde manier?” Anders gezegd, de belastingplichtige moet zich afvragen of hij/zij zou kiezen voor de geplande juridische rechtshandeling in een wereld zonder fiscaliteit.
Tip: Win advies in voor u begint. Dit zal niet langer meer bestaan uit de “zekere” bevestiging van alle fiscale kenmerken en gevolgen van een structuur of transactie. Fiscale planning zal meer een afwegen en vergelijken zijn van diverse scenario’s (en motieven) en de hiermee verbonden risico’s. Hierbij valt het aan te raden om de niet-fiscale onderbouw van een verrichting voldoende te documenteren (bv. verslag raad van bestuur, …).
Laatst bijgewerkt: