This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Financiële leasing beschouwd als levering van goed

Auteur: Caroline Pesout, Tax & Legal Services

In een recent arrest in de zaak Eon Aset heeft het Europees Hof van Justitie een opmerkelijke uitspraak gedaan omtrent de btw-kwalificatie van een financieringshuur.  Gelet op de specifieke kenmerken van een financieringshuur, stelde het Hof immers dat dergelijke financieringshuur voor de toepassing van de btw beschouwd moet worden als een levering van een goed en niet als een dienst, hetgeen volledig afwijkt van de Belgische interpretatie waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen een operationele en een financiële leasing.

In onderhavige zaak had Eon Aset twee verschillende overeenkomsten afgesloten betreffende de ‘huur’ van twee voertuigen. Enerzijds had zij een gewone huurovereenkomst gesloten, anderzijds een leaseovereenkomst voor een periode van 48 maanden.

Eon Aset had de btw op alle facturen in aftrek gebracht maar bij een btw-controle werd deze aftrek geweigerd gezien de goederen moesten worden geacht als niet te zijn gebruikt voor de economische activiteit van Eon Aset. Eon Aset ging hiermee niet akkoord en bijgevolg werd er een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie.

Voor het beantwoorden van de vragen ging het Hof echter dieper in op de kwalificatie inzake btw van de overeenkomsten die aan de grondslag lagen van de discussie.

Volgens het Hof is de loutere verhuur van voertuigen geen levering van goederen en moet de handeling worden gekwalificeerd als een belastbare dienst. Het huren van een voertuig op basis van een leaseovereenkomst, kan volgens het Hof echter kenmerken vertonen die vergelijkbaar zijn met de verkrijging van een investeringsgoed. Er is weliswaar niet noodzakelijk sprake van een verkrijging van het goed, aangezien in zulke overeenkomst de leasingnemer eveneens de keuze wordt gelaten om het goed aan het eind van de huurperiode niet te verkrijgen.

Volgens het Hof moet er evenwel een onderscheid worden gemaakt tussen een operationele en een financiële leasing, zoals eveneens gebeurt in de boekhoudregelgeving (IAS 17). Een financiële leasing wordt gekenmerkt door het feit dat de voordelen en risico’s verbonden aan de juridische eigendom, grotendeels worden overgedragen aan de leasingnemer. Het feit dat de eigendom op het einde van de leasing wordt overgedragen of dat de geactualiseerde optelsom van de termijnen praktisch overeenkomt met de verkoopwaarde van het goed, zijn elk op zich of in combinatie met elkaar, criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald of een overeenkomst gekwalificeerd kan worden als een financiële leasingovereenkomst.

Er wordt bovendien op gewezen dat het btw-begrip ‘levering van goederen’ niet verwijst naar een juridische eigendomsoverdracht, het betreft echter “elke overdrachtshandeling van een lichamelijke zaak door een partij die de wederpartij machtigt daarover feitelijk als een eigenaar over beschikken”.

Aldus concludeert het Hof dat ingeval de leaseovereenkomst voor een voertuig bepaalt dat de eigendom van dat voertuig op het einde van de overeenkomst overgaat op de leasingnemer, de leasingnemer beschikt over wezenlijke attributen van de eigendom en de handeling moet worden gelijkgesteld aan de verkrijging van een investeringsgoed.

Het Hof is dus van mening dat dergelijke financiële leasing niet als een belastbare dienst beschouwd moet worden, maar wel als een levering van goed. Bijgevolg zal de boekhoudkundige behandeling van een leasing eveneens een impact hebben op de btw-behandeling van dergelijke leasing. De levering van goederen en diensten zijn immers aan verschillende regels onderworpen.

Voor een levering gelden er onder meer andere regels inzake plaatsbepaling  en  opeisbaarheid, ook bij grensoverschrijdende handelingen verschilt de verwerking  (roosters in de btw-aangifte, code ic-listing etc.). Het beschouwen van een financiële leasing als een levering, heeft automatisch tot gevolg dat het geleasete goed een bedrijfsmiddel wordt in hoofde van de leasingnemer en bijgevolg zal de leasing onder de herzieningsregeling vallen.

Het is duidelijk dat het laatste woord hier nog niet over is gezegd en het is af te wachten of de Belgische Administratie stappen zal ondernemen om tegemoet te komen aan deze uitspraak.

Laatst bijgewerkt:

Material on this website is © 2013 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site