KMO - De zelfstandige (managementvennootschap) in het vizier |
Hoe zit het nu eigenlijk met de nieuwe wetgeving inzake schijnzelfstandigheid? Kan werken via een managementvennootschap een herkwalificatie voorkomen? En is een vennootschap fiscaal nog opportuun?
‘Schijnzelfstandige’?
Dit zijn personen die aangesloten zijn als zelfstandige, maar feitelijk onder het gezag van hun opdrachtgever werken en bijgevolg als werknemer moeten gekwalificeerd worden. Eén van de gevolgen is een regularisatie op het vlak van RSZ waarbij zowel de werkgevers- als de werknemersbijdragen ten laste worden gelegd van de opdrachtgever-werkgever.
Principes Arbeidsrelatiewet blijven behouden
De Arbeidsrelatiewet hanteert de wil van de partijen als vertrekpunt: partijen mogen vrij vorm geven aan hun samenwerking en kunnen dus opteren voor een samenwerking op zelfstandige basis. Deze wil komt het best tot uitdrukking op papier. Een goede overeenkomst is cruciaal. Een herkwalificatie kan enkel gebeuren indien uit de feiten elementen naar voren komen die haaks staan op de eerdere keuze voor de zelfstandige samenwerking. De Arbeidsrelatiewet beperkt de elementen die daartoe in overweging kunnen genomen worden tot de vrijheid in de werk- en/of werktijdorganisatie en/of de mogelijkheid tot hiërarchische controle vanwege de opdrachtgever.
Nieuwe wetgeving vanaf 1 januari 2013
Voor arbeidsrelaties die kaderen binnen de uitvoering van vier welbepaalde activiteiten/sectoren worden vanaf 2013 extra criteria ingevoerd. Het gaat om zelfstandigen die in opdracht van derden werken in onroerende staat (de klassieke bouwsector, installateurs van CV, keukens, vloeren,…) of bewakingsdiensten leveren, en zij die instaan voor vervoer van goederen of personen voor rekening van derden (m.u.v. ambulancediensten en het vervoer van personen met een handicap) of schoonmaakactiviteiten. Of zelfstandigen die in de bouwsector andere diensten leveren dan de bedoelde werken in onroerende staat, buiten de nieuwe regelgeving vallen, is voorlopig niet volledig duidelijk.
Voor de vier voormelde activiteiten zal vanaf 2013 een vermoeden van werknemersstatuut gelden indien u aan meer dan de helft van negen wettelijke criteria beantwoordt. Deze hebben betrekking op het ontbreken van:
- het ondernemingsrisico;
- de beslissingsmacht over financiële middelen, aankoopverrichtingen en prijzen;
- een effectieve resultaatsverbintenis;
- en het zich niet profileren als een echte zelfstandige ondernemer (geen eigen personeel, geen mogelijkheid om zich te laten vervangen, het niet hebben van andere klanten).
Binnen familiale ondernemingen geldt het vermoeden van werknemersstatuut niet voor:
- wettelijk samenwonenden;
- bloed- en aanverwanten tot de derde graad;
- een vennootschap en een persoon die verwant is tot in de derde graad of die wettelijk samenwonend is met een vennoot die meer dan 50 % van de aandelen bezit. Opgelet: het begrip ‘familiale arbeidsrelatie’ is enkel van toepassing op de wettelijke vermoedens, niet op de principes uit de Arbeidsrelatiewet.
Managementvennootschap versus problematiek schijnzelfstandigheid
De rechtspraak oordeelt reeds geruime tijd eensgezind dat het leveren van diensten via vennootschap een herkwalificatie van de zaakvoerder van de vennootschap tot werknemer van de opdrachtgever geenszins in de weg staat. De diensten die klassiek geleverd worden door de ‘managementvennootschap’ kunnen volgens ons niet getoetst worden aan de nieuw geformuleerde criteria.
Het is echter nog niet duidelijk of de inspectiediensten de negen criteria al of niet als een checklist zullen gebruiken om na te gaan of verder onderzoek noodzakelijk is. U maakt dus best zelf al eens de oefening om na te gaan in welke mate u aan het nieuwe prototype van dé zelfstandige beantwoordt.
In elk geval blijft voor zelfstandige bestuurders of leden van het directiecomité het wettelijk vermoeden van zelfstandigheid gelden. Het vermoeden slaat slechts op de bestuurstaken, waardoor andere diensten los van het bestuursmandaat nog steeds kunnen getoetst worden. In de praktijk ervaren we evenwel dat inspectiediensten dergelijke profielen minder viseren.
Fiscale maatregelen
De verwachting is dat de structuur van een managementvennootschap op zich niet geviseerd zal worden door de nieuwe antimisbruikbepalingen. Anderzijds zal u door de verhoging van vooral de roerende voorheffing de opportuniteit moeten herbekijken. Bovendien zal de fiscus strenger toekijken op misbruiken inzake kosten. Bepaalde voordelen zijn ook minder voordelig geworden. Denken we maar aan de verhoging van de voordelen alle aard voor bewoning, elektriciteit, bedrijfswagens, de afschaffing van de interne pensioenvoorziening, de afschaffing van het verlaagde tarief roerende voorheffing voor dividenduitkeringen, …
De strijd tegen de schijnzelfstandige wordt opgevoerd. Het vertrekpunt bij een eventuele herkwalificatie blijft de wil van de partijen. De overeenkomst waarin de partijen vorm geven aan hun samenwerking blijft dus cruciaal. Een verdere afstemming van de samenwerking op de 9 nieuw geformuleerde criteria is aangewezen.
Laatst bijgewerkt: