This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - De obligatielening: enkele belangrijke aandachtspunten

Auteur: Julie Soens, Tax & Legal Services

In het huidige economische klimaat is het voor een onderneming vaak niet evident om aan vers geld te raken. De onderneming kan opteren voor een kapitaalverhoging of zij kan op zoek gaan naar een lening, hetzij bij de bank, hetzij rechtstreeks bij de spaarders via de uitgifte van een obligatielening. Hieronder bespreken we enkele belangrijke aandachtspunten bij de uitgifte van een obligatielening.

Wat?

De obligatielening is een collectief leningscontract (meestal op lange termijn), aangegaan door de emitterende vennootschap jegens één of meer personen. De schuld van de vennootschap wordt vastgelegd in een titel: de obligatie.

De mogelijkheid tot uitgifte van een obligatielening wordt in het Wetboek van vennootschappen enkel voorzien voor de BVBA, de NV en de Comm.VA. Voor de coöperatieve vennootschappen dient de mogelijkheid tot uitgifte van obligaties door de statuten te worden geregeld.

Beperkt risico obligatiehouder in vergelijking met aandeelhouder

De obligatiehouder die aan de vennootschap vreemde middelen verstrekt heeft recht op:

  • een conventioneel bepaalde of bepaalbare intrest (dit ongeacht of de vennootschap winst maakt)
    Hierbij dient opgemerkt te worden dat er ook obligaties bestaan die helemaal geen rente opleveren, de zogenaamde zerobonds of nulcouponobligaties. Ter compensatie zal de uitgifteprijs van deze obligaties veel lager zijn dan de prijs waartegen de obligaties worden terugbetaald op de eindvervaldag.
  • de terugbetaling van zijn kapitaal op de eindvervaldag van de obligatielening
    De rentabiliteit van het ingetekende kapitaal is aldus doorgaans bij voorbaat gekend (tenzij bij obligaties met een variabele rente). Bij een faillissement komt de obligatiehouder bovendien vóór de aandeelhouder in de rangorde der schuldeisers. Het risico blijft bijgevolg “beperkt” tot de vraag of de vennootschap haar verplichtingen ten aanzien van de obligatiehouder zal kunnen nakomen.

Vervroegde terugbetaling mogelijk?

De vennootschap moet de obligatielening in principe terugbetalen op de eindvervaldag.

De mogelijkheid tot vervroegde aflossing wordt best meteen voorzien in de voorwaarden van uitgifte van de obligatielening. Indien dit niet in de uitgiftevoorwaarden werd voorzien, is de rechtsleer verdeeld over de vraag of vervroegde aflossing mogelijk is. Overeenkomstig art. 1187 B.W. wordt de vervaltermijn steeds vermoed te zijn bedongen in het voordeel van de schuldenaar (de emitterende vennootschap), tenzij uit het beding of de omstandigheden blijkt dat deze ook ten voordele van de schuldeiser (obligatiehouder) bedongen is. Om zich tegen een vervroegde terugbetaling te verzetten, zal de obligatiehouder aldus het bewijs moeten leveren dat de vervaltermijn in zijn voordeel werd bepaald.

Wat bij niet-terugbetaling?

In het contract van obligatielening is de ontbindende voorwaarde steeds stilzwijgend begrepen voor het geval één van de partijen haar verbintenis niet nakomt. De partij tegenover wie de verbintenis niet werd uitgevoerd, kan ofwel - wanneer de uitvoering mogelijk is - de tegenpartij dwingen tot uitvoering, ofwel voor de rechtbank de ontbinding van de overeenkomst vorderen, gepaard met een schadevergoeding.

Overeenkomstig art. 1188 B.W. kan de obligatiehouder steeds de onmiddellijke terugbetaling van de vennootschap vorderen wanneer de vennootschap failliet gaat of wanneer zij de bijzondere waarborgen van de obligatiehouders door haar toedoen heeft verminderd.

Garanties?

Teneinde de terugbetaling van het kapitaal en de intresten te garanderen, kan de emitterende vennootschap bijkomende garanties stellen in voordeel van de obligatiehouder, dit zijn dan bevoorrechte of hypothecaire obligaties.

Bevoorrechte obligaties zijn obligaties waarbij de terugbetaling van het kapitaal en de intresten wordt gewaarborgd door bepaalde activa van de onderneming of door derde partijen. De obligatiehouder verkrijgt hierdoor meer zekerheid over de terugbetaling van zijn kapitaal en de intresten. 
Voorbeeld: de obligatielening waarbij de moedervennootschap garant staat voor de verplichtingen van haar dochter.

Hypothecaire obligaties zijn bevoorrechte obligaties waarbij de terugbetaling wordt gewaarborgd door het vestigen  van een hypotheek op één of meer onroerende goederen van de vennootschap.

Hiertegenover staan de achtergestelde obligaties die een verhoogd risico inhouden voor de obligatiehouder. Bij faillissement van de vennootschap wordt deze obligatiehouder slechts terugbetaald nadat de bevoorrechte en de gewone schuldeisers betaald zijn. In ruil voor dit verhoogd risico worden deze obligaties vaak vergoed door een hogere rentevoet.

Laatst bijgewerkt:

Material on this website is © 2013 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site