KMO - Interpretatie van ‘abnormale of goedgunstige voordelen’ |
In een eerder artikel bijdrage werd de impact van het verlenen en verkrijgen van abnormale of goedgunstige voordelen op de belastbare basis van een vennootschap besproken. Er werd echter niet dieper ingegaan op het concept ‘abnormale of goedgunstige voordelen’ en de interpretatie hiervan. Dit artikel tracht dit concept verder te verduidelijken.
Het begrip ‘abnormale of goedgunstige voordelen’ houdt twee voorwaarden in:
- het bestaan van een voordeel; en
- het abnormaal of goedgunstig karakter van dit voordeel.
Slechts wanneer beide voorwaarden cumulatief voldaan zijn, kan de Belgische fiscus dit concept inroepen teneinde een aanpassing aan de belastbare basis van een Belgische vennootschap mogelijk te maken. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de bewijslast bij de Belgische fiscus ligt, die het materieel bestaan van het vermeende voordeel en van het abnormaal of goedgunstig karakter ervan moet aantonen.
De Belgische wetgeving geeft echter geen definitie van wat onder een ‘voordeel’ of ‘abnormaal’ of ‘goedgunstig’ begrepen moet worden. Daarom grijpen we terug naar de rechtspraak en rechtsleer.
Voordeel
Over de invulling van woord ‘voordeel’ is de grote meerderheid van de rechtspraak en de rechtsleer het eens. Een ‘voordeel’ kan omschreven worden als een objectieve realiteit, namelijk als een verrijking in de vorm van een winstverschuiving ten voordele van de verkrijger zonder gelijkwaardige tegenprestatie ten voordele van de uitkerende vennootschap.
Abnormaal of goedgunstig
Een voordeel kan slechts als abnormaal beschouwd worden wanneer het in strijd is met de normale gang van zaken, de regels en de gevestigde gebruiken of nog, in strijd is met wat in soortgelijke gevallen gebruikelijk is. Een voordeel wordt als goedgunstig beschouwd wanneer de voordelen worden verleend zonder dat daarover een verbintenis bestaat, of zonder (gelijkwaardige) tegenprestatie.
Het beoordelen van het abnormaal of goedgunstig karakter is bijgevolg een feitenkwestie en over de invulling van deze concepten bestaat in de rechtspraak en rechtsleer geen eenduidige opvatting. Toch kunnen twee benaderingen weerhouden worden:
- de objectieve benadering; en
- de subjectieve benadering.
Objectieve benadering
Onder de objectieve benadering wordt nagegaan of een onafhankelijke onderneming in gelijkaardige omstandigheden zou overgaan tot eenzelfde transactie als de transactie onder beoordeling. Dit wil zeggen dat een transactie reeds als abnormaal kwalificeert zodra een onafhankelijke vennootschap het voordeel niet zou hebben verleend in het licht van de actuele handelsgebruiken en van de heersende economische omstandigheden.
Aangezien de objectieve benadering als ijkpunt uitgaat van een vergelijkbare transactie tussen strikt onafhankelijke partijen, spreek het voor zich dat een dergelijke benadering niet toe laat rekening te houden met de specifieke omstandigheden waarin verbonden ondernemingen zich bevinden. Laat staan dat deze methode een vergelijkingspunt zou kunnen bieden voor transacties die eenvoudigweg nooit zouden plaatsvinden tussen onafhankelijke partijen.
Bijgevolg kan de objectieve methode er onmogelijk in slagen het abnormaal of goedgunstig karakter van bepaalde transacties tussen groepsvennootschappen zoals e.g. de afstand van een schuldvordering ten voordelen van een groepsvennootschap te evalueren.
Voor dit soort transacties lijkt de subjectieve benadering een betere maatstaf ter evaluatie van het abnormaal of goedgunstig karakter van een transactie tussen verbonden ondernemingen.
Subjectieve benadering
Onder de subjectieve benadering wordt eveneens nagegaan of een onafhankelijke onderneming in gelijkaardige omstandigheden zou overgaan tot eenzelfde transactie als de transactie onder beoordeling. Maar, de subjectieve benadering houdt, in tegenstelling tot de objectieve benadering, eveneens rekening met de economische en/of financiële elementen inherent aan de partijen in de transactie zoals e.g. de relatie tussen de partijen of het groepsbelang. Met ander woorden, de economische rechtvaardiging speelt een belangrijke rol in het kader van de beoordeling van een abnormaal of goedgunstig voordeel. Hierbij is het niet onbelangrijk dat bij de evaluatie van een transactie eveneens rekening gehouden wordt met de alternatieven van de betrokken partijen in kwestie (i.e. een opportuniteitskost benadering).µ
Bijgevolg lijkt de subjectieve benadering vaak een betere maatstaf voor het evalueren van een abnormaal of goedgunstig voordeel. Het is dus niet voor niets dat de subjectieve aanpak het meeste aanhangers heeft in de rechtsleer. Daarnaast is het niet onbelangrijk te vermelden dat er reeds meerdere voorafgaande beslissingen en rechtszaken beslecht werden in het voordeel van de subjectieve aanpak e.g. in het kader van voorwaardelijke schuldkwijtscheldingen tussen groepsvennootschappen.
Laatst bijgewerkt: