This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - De nieuwe omgevingsvergunning

Auteur: Eugenie Carrez, Tax & Legal Services

Op vrijdag 19 april 2013 keurde de Vlaamse Regering het omgevingsvergunningsdecreet voor een eerste keer principieel goed. Intussen werd het decreet voorgelegd aan de Vlaamse adviesraden SERV, Minaraad en SARO. Wat houdt dit decreet concreet in? Hieronder vatten we enkele belangrijke aspecten samen.

Doelstelling (1)

De doelstelling van het decreet bestaat erin om één vergunning tot stand te brengen waarin zowel de milieuvergunning (of melding) als de stedenbouwkundige vergunning (of melding) als de verkavelingsvergunning geïntegreerd worden, waardoor de vergunningsprocedure eenvoudiger en transparanter wordt gemaakt. Dit vanuit de idee om op die manier investeringsprojecten in Vlaanderen vlotter en sneller op de rails te kunnen zetten.

Toepassingsgebied

Het decreet is van toepassing op projecten die zijn onderworpen aan (2):

1° de vergunningsplicht, met name voor:

  • het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, als vermeld in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna genoemd VCRO);
  • het verkavelen van gronden, als vermeld in artikel 4.2.15 van de VCRO;
  • de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse, als vermeld in artikel 7.2.1 van het Decreet Algemeen Milieubeleid (hierna genoemd DABM);

2° de meldingsplicht, met name voor:

  • het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, als vermeld in artikel 4.2.2 van de VCRO;
  • de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse, als vermeld in artikel 7.2.1 van het DABM.

Enkele belangrijke krachtlijnen van het decreet

1. Soorten vergunningsprocedures

Er zijn 2 onderscheiden procedures voor het verlenen van een omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg, met name: 

  • de gewone vergunningsprocedure en 
  • de vereenvoudigde vergunningsprocedure (3). Het decreet bepaalt wanneer de vereenvoudigde procedure van toepassing is (4). In alle andere gevallen is de gewone procedure van toepassing.

2. Tijdswinst

In het decreet worden beperkte proceduretermijnen opgenomen. Daarenboven worden de termijnen per procedurefase afgebakend en gesanctioneerd bij overschrijding. Deze termijnen zijn wel verschillend naar gelang het gaat om een gewone procedure of een vereenvoudigde procedure. Deze laatste voorziet zeer korte termijnen. Bijvoorbeeld een beslissing over een vergunningsaanvraag dient bij een vereenvoudigde procedure binnen een termijn van 60 dagen (5) te gebeuren in vergelijking met de gewone procedure binnen een termijn van 105 of 120 dagen (6).

3. Omgevingsvergunning voor onbepaalde duur

De omgevingsvergunning geldt in principe voor onbepaalde duur.

4. Vermijden van juridische problemen bij koppeling milieu- en bouwvergunning

In de huidige regeling zijn de stedenbouwkundige en de milieuvergunning aan elkaar gekoppeld wat betreft hun uitvoerbaarheid. De stedenbouwkundige vergunning wordt geschorst zolang de milieuvergunning niet is verleend. Dit betekent ook dat indien de milieuvergunning wordt geweigerd, de stedenbouwkundige vergunning vervalt. Door één geïntegreerde procedure voorkomt men dit juridisch probleem.

5. Opheffing Milieuvergunningsdecreet

Het Milieuvergunningsdecreet wordt opgeheven door dit decreet. De procedurele bepalingen van het Milieuvergunningsdecreet worden immers overbodig. De niet-procedurele bepalingen van het Milieuvergunningsdecreet worden opgenomen in een nieuwe titel VII “Exploitatie van inrichtingen en activiteiten en erkende personen”, die wordt toegevoegd aan het Decreet Algemeen Milieubeleid.

Hoewel het omgevingsvergunningsdecreet reeds grondig werd uitgeschreven, dienen er volgens de adviesraden nog enkele aspecten te worden opgenomen in het decreet. Daarenboven dienen ook nog talrijke punten nader te worden ingevuld, beslist en uitgevoerd te worden. Conclusie: Er dus duidelijk nog werk aan de winkel.


Gepubliceerd op 01/07/2013.

------------

Voetnoten:

(1) Memorie van Toelichting over het voorontwerp van decreet betreffende de omgevingsvergunning, p.8.
(2) Artikel 4 van het voorontwerp van het decreet betreffende omgevingsvergunning
(3) Artikel 11, §1 van het voorontwerp van het decreet betreffende omgevingsvergunning
(4) Artikel 11, §2 van het voorontwerp van het decreet betreffende omgevingsvergunning
(5) Artikel 37, §1 van het voorontwerp van het decreet betreffende omgevingsvergunning
(6) Artikel 25, §1 van het voorontwerp van het decreet betreffende omgevingsvergunning

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site