KMO - Derde pensioenpijler: anticipatie op de “anticipatieve heffing” |
De Programmawet van 22 juni 2012 voorziet erin dat verzekeraars reeds 6,5% voor sommige tegoeden van de individuele levensverzekering zullen moeten afdragen. Deze anticipatie op de anticipatieve heffing werd nu - bij KB van 27 september 2012 (BS, 28/9/2012) - uitgebreid naar sommige tegoeden van het pensioensparen.
Gestorte premies voor de individuele levensverzekering en het pensioensparen geven recht op een belastingvermindering voor langetermijnsparen. Tot en met aanslagjaar 2012 werd deze vermindering berekend tegen een “bijzondere gemiddelde aanslagvoet” die schommelt tussen de 30% en 40%. Het jongste wetsontwerp houdende fiscale en financiële bepalingen legt de belastingvermindering vast op 30% met ingang vanaf aanslagjaar 2013.
In ruil voor deze belastingvermindering wordt een anticipatieve heffing geheven op het ogenblik dat de verzekerde 60 jaar is. Deze heffing is in principe gelijk aan 10% van de opgebouwde reserve op 60 jaar. Na toepassing van deze taks is er geen belasting meer verschuldigd zijn op de uiteindelijke pensioenuitkering. In sommige gevallen bedraagt deze anticipatieve heffing 16,5%, namelijk voor de reserves die opgebouwd werden met premies gestort vóór 1 januari 1993.
De nu ingevoerde eenmalige taks van 6,5% is een voorafname op voormelde heffing. Zij wordt genomen op de, per 1 januari 2012, theoretische afkoopwaarde van de individueel gesloten levensverzekeringscontracten of op de spaartegoeden opgebouwd door het pensioensparen, voor zover die is samengesteld door premies gestort vóór 1 januari 1993.
Uiteraard is deze taks enkel van toepassing indien de verzekerde de fiscale aftrek heeft genoten van de gestorte premies. Om aan te tonen dat de taks van 6,5% niet van toepassing is, bepaalt het K.B. ondermeer dat de verzekeringnemer aan de schuldenaar van de taks een certificaat moet overleggen dat - op verzoek van de verzekeringnemer - wordt afgeleverd door de Administratie die bevoegd is voor de vestiging van de inkomstenbelastingen.
Het K.B. voorziet er tevens in dat de eenmalige taks van 6,5% in het kader van pensioensparen in werking is getreden vanaf 30 september 2012. Voor individuele levensverzekeringen diende deze eenmalige taks van 6,5% uiterlijk tegen 1 oktober 2012 betaald te zijn. Pas eind september werd het Koninklijk Besluit gepubliceerd dat de modaliteiten inzake de betaling van deze taks vastlegt.
Deze maatregel is enkel van toepassing op pensioenspaarplannen en individuele levensverzekeringen van de derde pensioenpijler. Het zal met andere woorden geen uitwerking hebben op de tweede pensioenpijler (groepsverzekering, interne pensioenbelofte, VAPZ, enz. …).
Laatst bijgewerkt: