This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Vijf aandachtspunten inzake managementvergoedingen

Auteur: Louis Mortier, Tax & Legal Services

Binnen vennootschapsgroepen is het courant om bepaalde vergoedingen voor geleverde prestaties onderling door te factureren (bv. administratieve ondersteuning, klantenprospecties, enz.).

De toekenning van deze vergoedingen gebeurt niet zelden in het kader van algemeen geleverde ‘managementprestaties’. Uit de rechtspraak rond de materie kan opgemaakt worden dat de belastingadministratie dergelijke doorrekeningen met argusogen bekijkt, en hierin een techniek ziet om winsten onderling door te schuiven om op die manier de belastingstoestand op groepsniveau te optimaliseren.

De administratie probeert de oprechtheid van de betalingen dan ook regelmatig aan te vechten om zo de overeenkomstige kost in hoofde van de toekennende vennootschap te verwerpen. Het is dan aan de belastingplichtige om aan te tonen dat er tegenover de vergoedingen wel degelijk werkelijk geleverde prestaties staan. Hierna volgt een overzicht van enkele te volgen richtlijnen, teneinde het risico op de verwerping van de managementfees te beperken.

1. Maak een overeenkomst op

De opmaak van een overeenkomst tussen de betrokken vennootschappen is van fundamenteel belang bij het toekennen van managementfees. Zonder contract is er immers geen enkele grond aanwezig op basis waarvan de vergoedingen worden betaald. In een discussie met de belastingadministratie nadien wordt het moeilijk om de echtheid van de vergoedingen nog te verdedigen. De overeenkomst moet op zijn minst volgende elementen bevatten:

  • een specifieke omschrijving van de te leveren prestaties;
  • een duidelijke formulering van het bedrag van de managementfees.

Er is rechtspraak waarbij managementvergoedingen verworpen werden op basis van een ontbrekende of te vage omschrijving van de te vervullen taken, of omdat niet duidelijk was hoe de gefactureerde vergoedingen juist berekend werden. Uit de uitspraken blijkt ook het belang van een effectieve en volledige naleving van het contract.

2. Vermijd ‘dubbel gebruik’

Bij de concrete invulling van de taakomschrijving dient specifiek aandacht besteed te worden aan het feit of de betreffende vennootschap niet reeds vergoedingen betaalt voor identieke of gelijkaardige prestaties. Een typisch voorbeeld hiervan is dat er in de managementovereenkomst opdrachten van bestuur zouden opgenomen zijn, terwijl er aan de betrokken vennootschap reeds een afzonderlijke bestuursvergoeding wordt toegekend. Op basis hiervan zou de belastingadministratie kunnen besluiten dat er een dubbele vergoeding wordt toegekend voor dezelfde geleverde prestaties, met de verwerping van een deel van de overeenkomstige kosten tot gevolg.

3. Tewerkstelling gekwalificeerd personeel

Uit de rechtspraak blijkt dat onderling gefactureerde vergoedingen binnen een vennootschapsgroep ook kunnen verworpen worden indien er geen gekwalificeerd personeel tewerkgesteld wordt om de specifieke taken te vervullen.

Het is belangrijk om de concrete managementprestaties zo gedetailleerd mogelijk te omschrijven in de overeenkomst. Zorg dat de vennootschap over het bekwame personeel beschikt om de betreffende prestaties te leveren (bv. boekhouding, marketing, enz.)

4. Aanrekening van “marktconforme” vergoeding

Ook binnen vennootschapsgroepen dient steeds een “marktconforme” fee vastgesteld te worden. De vergoedingen moeten in wezen evenredig zijn met de geleverde prestaties.

Naast de verwerping van de “overdreven” toegekende vergoeding, loopt ook de ontvangende vennootschap immers het risico effectief belast te worden op het verkregen voordeel (= minimum belastbare basis, geen fiscale aftrekken mogelijk).

Daarnaast vallen sterke, niet verklaarbare schommelingen in de toegekende bedragen absoluut te vermijden.

5. Simulatie: opgelet met bestaande mandaten in eigen naam

Concreet worden situaties geviseerd waarbij de vaste vertegenwoordiger van de managementvennootschap (natuurlijke persoon) eveneens in eigen naam zaakvoerder of bestuurder is binnen de vennootschap waaraan de managementprestaties geleverd worden (een zogenaamd ‘dubbel mandaat’). De belastingadministratie gaat er in dergelijk geval vanuit dat de managementovereenkomst  gesimuleerd is, aangezien het niet de managementvennootschap, maar wel de zaakvoerder of bestuurder in eigen naam zou zijn die de prestaties in werkelijkheid levert. Op basis van deze redenering moeten de toegekende vergoedingen in hoofde van de bedrijfsleider belast worden in de personenbelasting. De rechtspraak heeft, telkens op basis van de specifieke omstandigheden, de belastingadministratie reeds meermaals gevolgd in deze zienswijze.

Bij het toekennen van intragroepmanagementfees kan het volgen van bovenstaande richtlijnen helpen om de oprechtheid van de toegekende vergoedingen aan te tonen. Zo wordt het risico op de niet-aftrekbaarheid van de overeenkomstige bedragen beperkt.

De verwerping van de managementfees neemt niet weg neemt dat de vergoedingen opgenomen worden in de belastbare winst van de ontvangende vennootschap (dubbele belasting). Een grondige screening van reeds bestaande contracten is dan ook geen overbodige luxe.


Gepubliceerd op 24/06/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site