This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Het einde van de interne pensioenvoorzieningen

Auteur: Mattijs Wittevrongel, Tax & Legal Services

De externalisatie van alle intern gefinancierde pensioenvoorzieningen voor bestuurders en zaakvoerders is voortaan verplicht, net zoals voor de werknemers. De voorzieningen zoals die geboekt staan op het einde van het laatste boekjaar met afsluitdatum vóór 1 januari 2012 ontsnappen hieraan. Enkel de verdere financiering zal extern moeten gebeuren, bij een verzekeringsonderneming of een pensioeninstelling. Voor de bestaande interne pensioenvoorzieningen zijn er een aantal overgangsregelingen uitgewerkt.

1. Verbod op verdere aanleg

Er is een verbod ingevoerd tot verdere interne opbouw van extra-wettelijke pensioenkapitalen. Indien dit verbod niet wordt opgevolgd dan is voorzien in een aantal administratieve en strafrechtelijke sancties.

2. Gevolgen voor bestaande contracten

Aanpassing contract

Het bestaande pensioencontract zal herzien moeten worden, vermits er op vandaag contractueel een hoger pensioenkapitaal zal beloofd zijn dan de voorziening “ultimo 2011”. Het behoud van het huidige contractueel kapitaal is een overtreding en kan worden bestraft.

Bovendien, al wat uitgekeerd wordt boven de voorziening “ultimo 2011” zal voor de vennootschap geen aftrekbare uitgave uitmaken.

Aanpassing voorziening

De voorziening werd berekend op basis van het contractueel kapitaal, de reeds gepresteerde loopbaan en een actualisatievoet.

Door de verlaging van het contractueel kapitaal zou dezelfde berekeningswijze als gevolg hebben dat voor boekjaren die afsluiten na 31/12/2011 de reeds opgebouwde voorziening dient te worden verminderd. Evenwel is de houding van de fiscale administratie op vandaag hierin nog onduidelijk.

3. Bijzondere heffing van 1,75 %

De voorzieningen bestaand op het eind van het laatste boekjaar met afsluitdatum vóór 1 januari 2012 zullen onderwerpen worden aan een afzonderlijke aanslag van 1,75 %.

Deze aanslag zal samen met de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2013 worden ingekohierd. De onderneming kan echter ook kiezen om deze bijzondere aanslag te spreiden over de drie aanslagjaren 2013, 2014 en 2015. In dit geval wordt het tarief vastgesteld op jaarlijks 0,60 %. Deze bijzondere aanslag vormt fiscaal een verworpen uitgave. Deze aanslag is aldus van toepassing ongeacht of de bestaande pensioenvoorziening geëxternaliseerd wordt of niet.

4. Vrijstelling premietaks bij externalisatie

Om de externalisatie van de bestaande interne pensioenvoorzieningen aan te moedigen werd in een vrijstelling van deze premietaks voorzien wanneer de interne voorziening bij een verzekeringsinstelling wordt gestort. Dit kan onbeperkt in de tijd.

5. Bijzondere sociale zekerheidsbijdrage voor aanvullende pensioenen (Wyninckxbijdrage)

Er is tevens een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage aanvullende pensioenen ingevoerd. Deze zal van toepassing zijn vanaf 1 januari 2012 en van kracht blijven tot ten laatste 1 januari 2016, waarna het systeem zal worden aangepast.

Indien een onderneming tijdens een jaar meer dan 30.000 EUR (te indexeren) premies of bijdragen gaat storten voor aanvullende pensioenen zal er op het excedent een bijzondere sociale bijdrage van 1,5 % verschuldigd zijn. De bijdrage zal een aftrekbare beroepskost vormen voor de vennootschap.

Of de Wyninckxbijdrage ook van toepassing is op de externalisatie van de bestaande interne pensioenvoorzieningen is momenteel nog niet duidelijk.

Voorbeeld

Een bedrijfsleider is 55 jaar in 2012 met een zelfstandige loopbaan van 30 jaar op 31/12/2011. Hij wenst te werken tot 65 jaar. Er bestaat een overeenkomst die hem een pensioenkapitaal belooft van 100.000 EUR op 65 jaar. Er is een pensioenvoorziening van 75.000 EUR geboekt op 31/12/2011. De onderneming wenst deze te bevriezen en de overige 25.000 EUR op te bouwen via premies groepsverzekering.

Derhalve wordt de pensioenovereenkomst herleid tot 75.000 EUR waardoor de voorziening gedeeltelijk moet teruggenomen worden voor een bedrag van 16.875 EUR (=75.000 x 9/40sten). Vanaf 2013 zal jaarlijks een nieuwe dotatie aan de voorziening geboekt worden van 1.875 EUR (16.875/9).

Gevolgen

  • de onderneming zal de bijzondere bijdrage van 1,75 % verschuldigd zijn op 75.000 EUR.
  • op de gestorte verzekeringspremies zal de 4,4 % premietaks worden geheven;
  • op de gestorte verzekeringspremies zal eventueel de Wyninckxbijdrage van 1,5 % verschuldigd zijn vanaf 1/1/2016;
  • de uitkering van het intern pensioenkapitaal in 2022 vormt een aftrekbare kost voor de onderneming;
  • de uitkering van het intern kapitaal zal worden belast aan 16,5 %;
  • de uitkering van het kapitaal voortkomend uit de groepsverzekering zal worden belast aan 10 %.

Het is aan de onderneming om het pensioenplan van de bedrijfsleider te evalueren. Eventueel kunnen financiële reserves vrijgemaakt worden om de opgebouwde pensioenvoorziening te externaliseren.


Gepubliceerd 07/01/2013.

Laatst bijgewerkt:

Material on this website is © 2013 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site