This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Derde pakket fiscale maatregelen Di Rupo I

Auteur: Louis Mortier, Tax & Legal Services

Het nieuwe wetsontwerp “houdende fiscale en financiële bepalingen” zit in de eindfase. Het wetsontwerp bevat het derde pakket fiscale maatregelen van de regering Di Rupo I, en voert diverse wijzigingen door in zowel de personen- als de vennootschapsbelasting. De geplande inwerkingtreding van de maatregelen is steeds vanaf aanslagjaar 2013. Hierna een overzicht van de voornaamste bepalingen.

1. PERSONENBELASTING

Bijkomende heffing ten laste van de schuldenaar: niet aftrekbaar

Zoals ook van toepassing bij de gewone roerende voorheffing, dient de aan de bron ingehouden bijkomende heffing (4%) die de schuldenaar ten laste neemt, aan het bedrag van de roerende inkomsten worden toegevoegd voor de berekening van de bijkomende heffing (brutering). Het nieuwe wetsontwerp bepaalt nu ook voor de ten laste genomen bijkomende heffing, dat deze niet als beroepskost aftrekbaar is (een gelijkaardige bepaling is van toepassing in de vennootschapsbelasting).

Buitenlandse onderhoudsuitkeringen: zelfde fiscaal regime als Belgische

De fiscale regeling inzake onderhoudsuitkeringen (belasting bij de genieter en aftrek bij de schuldenaar) geldt eveneens wanneer de onderhoudsverplichting voortvloeit uit een “gelijkaardige wettelijke verplichting in een buitenlandse wetgeving” (d.i. gelijkaardig aan deze op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek). Het wetsontwerp schrijft dit reeds jarenlang toegepaste administratieve standpunt in de wet.

Fiscale aftrekken worden vervangen door belastingverminderingen

Het wetsontwerp zet eveneens de fiscale aftrek van bepaalde uitgaven om in een belastingvermindering, uitgedrukt als een bepaald percentage op het gedeelte van de besteding dat fiscaal in aanmerking komt. Zodoende beïnvloedt de progressiviteit van de belastingtarieven niet langer de grootte van het belastingvoordeel (hoe hoger het inkomen, hoe hoger het voordeel).

Concreet betreft het de aftrek van - Belastingvermindering

  • Giften - 45%
  • 50% van de bezoldiging van een huisbediende - 30%
  • De uitgaven voor kinderopvang - 45%
  • De uitgaven voor het onderhoud en de restauratie van beschermde gebouwen of landschappen - 30%

Naast de aftrek van onderhoudsuitkeringen, blijft dus ook de aftrek voor de enige eigen woning (voorlopig) buiten schot.

Tarief bestaande belastingverminderingen teruggebracht tot 30%

Net zoals reeds vandaag het geval voor de belastingvermindering voor dienstencheques, wordt nu ook de belastingvermindering voor uitgaven voor PWA-cheques en voor inbraak- en brandbeveiligingspreventie vastgesteld op 30%. Tot nog toe bedroegen die verminderingen minimaal 30 en maximaal 40% (PWA-cheques) en 50% (beveiliging).

Omzetting belastingvrije som in belastingkrediet van 25%

Het wetsontwerp bepaalt verder dat het gedeelte van de belastingvrije som dat niet effectief kan worden aangerekend, wordt omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet tegen een vast percentage van 25%. Dit evenwel enkel in de mate dat het niet benutte deel betrekking heeft op de toeslagen voor kinderen ten laste.

Belastingvermindering langetermijnsparen vastgelegd op vast percentage van 30%

De belastingvermindering voor het langetermijnsparen, actueel berekend tegen de bijzondere gemiddelde aanslagvoet van minimaal 30 en maximaal 40%, wordt door het wetsontwerp vastgesteld op 30%.
Voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen (marginaal tarief) wijzigt er niets.

2. VENNOOTSCHAPSBELASTING

Investeringsaftrek: ook voor activa waarvan gebruiksrecht wordt overgedragen aan een vennootschap

Artikel 75, 3° WIB 1992 bepaalt dat de investeringsaftrek niet van toepassing is voor investeringen waarvan het gebruiksrecht wordt overgedragen aan een derde, anders dan via een leasingcontract, een overeenkomst van erfpacht, opstal of enig gelijkaardig onroerend recht (cf. activering bij die derde). Deze uitsluiting moet vermijden dat een vennootschap zonder recht op investeringsaftrek een investering laat uitvoeren door een vennootschap die wel in aanmerking komt en die de investering vervolgens doorverhuurt aan eerstgenoemde.

Bij wijze van uitzondering is nu reeds voorzien dat het recht op de investeringsaftrek behouden blijft bij overdracht aan een natuurlijke persoon die de activa in België gebruikt voor het behalen van winsten of baten (niet bv. een bedrijfsleider) en die het recht van gebruik niet opnieuw afstaat aan een derde. Dit aangezien in dergelijk geval de natuurlijke persoon-huurder wel recht heeft op de aftrek.

In de wet zal nu worden ingeschreven dat de investeringsaftrek ook mag toegepast worden op activa die overgedragen worden aan een vennootschap die zelf aan de voorwaarden, criteria en grenzen voor de toepassing van de investeringsaftrek voldoet (en het gebruik niet opnieuw overdraagt).

VAA bedrijfswagens: bijkomende verworpen uitgave van 17%

In de vennootschapsbelasting wordt 17% van het voordeel alle aard voor het privé gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde bedrijfswagens aangemerkt als een verworpen uitgave (art 198, §1, 9° WIB 1992). Deze verworpen uitgave maakt tevens de minimum belastbare basis uit.

Het nieuwe wetsontwerp schrapt nu het woordje “kosteloos”, aangezien daarmee strikt genomen de toepassing van de verworpen uitgave wordt uitgesloten indien de begunstigde deels tussenkomt in de kosten.

Ter herinnering: deze eigen bijdrage mag wel degelijk worden afgetrokken van het voordeel waarmee rekening moet gehouden worden bij het berekenen van de verworpen uitgave.

Nieuwe overdrachtsregels notionele intrestaftrek

Het nieuwe wetsontwerp bevat tenslotte ook de reeds gekende maatregelen inzake de overdraagbaarheid van de overschotten aan notionele intrestaftrek. Hierna worden deze nog eens kort samengevat.

  1. De overdraagbaarheid van de overschotten wordt vanaf aanslagjaar 2013 geschrapt.
  2. De bestaande stock per aanslagjaar 2012 (jaarrekening ten laatste per 30/12/2012) blijft overdraagbaar, in beginsel binnen de 7-jarige periode.
  3. De aftrek van de bestaande stock wordt evenwel de laatste verrichting in de berekening van de vennootschapsbelasting (“negende bewerking”).
  4. Bovendien kan het bedrag aan overgedragen notionele intrestaftrek maximaal gelijk zijn aan 60% van de restwinst die overblijft na de achtste bewerking (de aftrek voor octrooi-inkomsten). Deze beperking geldt niet voor het eerste miljoen van deze winst. De termijnbeperking van 7 belastbare tijdperken geldt niet voor de aftrek voor risicokapitaal dat omwille van de 60%-beperking niet kan worden verrekend.

Een voorbeeld met betrekking tot de 60%-beperking:

  • Stock NIA 1.700.000,00 EUR
  • Restwinst 1.400.000,00 EUR
  • Maximaal aftrekbare stock 1.240.000,00 EUR (= 1.000.000,00 + (60% x 400.000,00))

De overdraagbare notionele intrestaftrek bedraagt in het voorbeeld nog 460.000,00 EUR. Hiervan kan 300.000,00 EUR niet worden afgetrokken ingevolge gebrek aan voldoende winst (onderworpen aan 7-jarige periode). De overige 160.000,00 EUR kan niet worden verrekend omwille van de 60%-beperking, en blijft onbeperkt in tijd overdraagbaar.

Laatst bijgewerkt:

Material on this website is © 2013 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site