This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - RV op Belgische dividenden niet langer verrekenbaar voor beleggingsvennootschappen

Auteur: Roeland De Tollenaere, Tax & Legal Services

Met de Wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen (B.S. 1 augustus 2013) heeft de wetgever een einde gemaakt aan de discriminatie van buitenlandse beleggingsvennootschappen voor wat betreft de verrekening en terugbetaling van de roerende voorheffing. Vanaf aanslagjaar 2014 is deze roerende voorheffing ook voor Belgische beleggingsvennootschappen niet langer verrekenbaar en terugbetaalbaar.

Wat voorafging

Voorheen konden Belgische beleggingsvennootschappen die Belgische dividenden ontvangen waarop roerende voorheffing werd ingehouden, deze RV verrekenen met de door hen uiteindelijk verschuldigde vennootschapsbelasting. Bovendien konden deze vennootschappen, indien de voorwaarden daartoe waren voldaan, genieten van het DBI-regime. De ontvangen dividenden vormden bijgevolg slechts een belastbaar inkomen ten belope van 5%, waardoor de RV vaak ook (gedeeltelijk) terugbetaalbaar was.

Bij buitenlandse beleggingsvennootschappen daarentegen, vormde de aan de bron ingehouden RV een definitieve belasting, zonder mogelijkheid van verrekening of teruggaaf. In de zaak C-384/11 Tate & Lyle Investments LTD, oordeelde het Europese Hof van Justitie daarom dat de Belgische regelgeving in strijd is met het vrije kapitaalverkeer en het vrije vestigingsrecht 1.

Teruggave niet verrekenbare RV

In een recente Circulaire 2 heeft de administratie daarom richtlijnen uitgevaardigd onder welke voorwaarden buitenlandse vennootschappen een teruggave van RV ingehouden op dividenden van Belgische oorsprong kunnen claimen. De vennootschap moet hierbij aantonen dat de volgende voorwaarden zijn vervuld:

  1. De buitenlandse vennootschap moet aantonen dat zij de aan de bron ingehouden RV niet volledig heeft kunnen verrekenen of heeft teruggekregen overeenkomstig het interne recht  van de woonstaat;
  2. Daarnaast moet zij kunnen aantonen dat zij het DBI-stelsel zou kunnen genieten indien ze een binnenlandse vennootschap was geweest;
  3. Dat zij de volle eigendom van de effecten had op het ogenblik van dividenduitkering;
  4. De buitenlandse vennootschap moet gevestigd zijn in een lidstaat van de EU of in een staat waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft afgesloten die voorziet in de uitwisseling van inlichtingen.

Indien de hierboven vermelde voorwaarden zijn voldaan kan teruggave van RV worden verleend ten belope van het verschil tussen:

  1. De ingehouden RV die niet kon worden verrekend of terugbetaald in de woonstaat, en
  2. De belasting op 5 % van de belastbare grondslag, die in België zou verschuldigd geweest zijn, indien de buitenlandse vennootschap een binnenlandse vennootschap was geweest (voor binnenlandse vennootschap is immers 95 % van het bruto-dividend als DBI aftrekbaar).

Deze teruggaven kan worden geclaimd bij wijze van bezwaar of ambtshalve ontheffing (binnen de 5 jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de voorheffing werd gestort).

Veralgemeende niet verrekenbaarheid

In het kader van de begrotingscontrole 2013 heeft de Regering nu voorzien in een definitieve opheffing van de discriminatie waarbij de roerende voorheffing, die Belgische beleggingsvennootschappen ondergaan op hun ontvangen dividenden, vanaf aanslagjaar 2014 ook voor hen niet langer verrekenbaar en terugbetaalbaar is 3.

Concreet betekent dit een belangrijke verzwaring van de taxatie van de inkomsten uit  beleggingsvennootschappen die zelf beleggen in Belgische aandelen. De taxatievoet voor beleggers die Belgische dividenden innen via een beleggingsvennootschap is op 2 jaar tijd gestegen van 15 % (bij uitkering door de beleggingsvennootschap) naar 43,75 % (25 % bij uitkering aan de vennootschap en 25 % bij wederuitkering naar de belegger).

__________

  • [1] HvJ 25 oktober 2012, C-387/11, Commissie t. België (Int. Fisc. Act. 2012, afl. 10); HvJ 12 juli 2012, C-384/11, Tate & Lyle t. België (Int. Fisc. Act. 2012, afl. 8).
  • [2] Circulaire nr. CI.RH.233/609.568 dd. 28.06.2013.
  • [3] Artikel 53 Wet 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen.


Gepubliceerd op 24/09/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site