KMO - Verstrenging van de regels inzake terbeschikkingstelling van personeel |
In principe is het verboden om voor het uitvoeren van werkzaamheden werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst ter beschikking te stellen aan een derde, zelfs wanneer dit intragroep plaatsvindt.
De Wet op de Terbeschikkingstelling kent twee uitzonderingen op dit verbod, waaronder uitzendarbeid, alsook twee versoepelingen. Zo worden volgende punten niet beschouwd als het uitoefenen van gezag:
- het naleven door de derde van verplichtingen die op hem rusten inzake welzijn op het werk;
- instructies gegeven door de derde zowel inzake arbeid- en rusttijden als inzake de uitvoering van het overeengekomen werk.
Eind vorig jaar werden door de programmawet bijkomende voorwaarden ingevoerd waaraan de instructies gegeven door een derde moeten voldoen. Zo dienen de instructies:
- worden gegeven in het kader van een geschreven overeenkomst tussen derde-gebruiker en werkgever;
- uitdrukkelijk en gedetailleerd geformuleerd te worden in die overeenkomst;
- het werkgeversgezag van de ‘uitlener’-werkgever niet uit te hollen;
- zoals verplicht opgenomen in de overeenkomst, overeen te stemmen met de feitelijke uitvoering van de dienstverlenings- of aannemingsovereenkomst.
Indien aan één van bovengenoemde voorwaarden niet wordt voldaan, wordt het geven van de instructies beschouwd als een overdracht van werkgeversgezag, welke een verboden terbeschikkingstelling en enkele sancties te weeg brengt.
Alle dienstverleningsovereenkomsten en aannemingsovereenkomsten (ook intragroep) dienen daarom uitdrukkelijk en gedetailleerd de instructies te vermelden, die de derde-gebruiker naar werkelijkheid geeft aan de werknemers van de dienstverlener/aannemer.
Gepubliceerd op 26/02/2013.