This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Levensverzekering niet langer instrument tot onterving

Auteur: Nathalie Seppion, Tax & Legal Services

Levensverzekeringen werden in het verleden maar al te vaak onderschreven met als doel de onterving door ouders van hun kinderen. Nadat de mogelijkheden daartoe reeds door 2 arresten van het Grondwettelijk Hof werden beperkt, bevestigt nu ook de wetgever dat deze praktijk niet kan en mag werken. De wet van 10 december 2012 wijzigt artikel 124 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst en bevestigt dat de inkorting of inbreng van het kapitaal dat uitbetaald wordt door de verzekeringsmaatschappij aan de begunstigde van een verzekeringspolis mogelijk zijn.

Alvorens deze wettelijke regeling te bespreken, lichten we hieronder enkele kernbegrippen uit het Burgerlijk Wetboek, die betrekking hebben op de verhouding tussen schenkingen en de verdeling van de nalatenschap, kort toe.

  • De reserve en het beschikbaar deel
    Bepaalde erfgenamen (bv. de kinderen of de langstlevende echtgenoot) kunnen in het Belgische erfrecht niet volledig worden onterfd. Zij genieten van een voorbehouden erfdeel in de nalatenschap van de erflater, dat hen niet kan worden ontnomen (de zgn. ‘reserve’) zonder dat zij deze onterving nadien kunnen betwisten. Over het overige deel van de nalatenschap kan de erflater vrij ten kosteloze titel beschikken (het zgn. ‘beschikbaar deel’).
  • De samenstelling van de fictieve massa
    Om de concrete omvang van de reserve en het beschikbaar deel te berekenen, worden de schenkingen die de erflater tijdens zijn leven heeft gedaan, fictief bij de nalatenschap gevoegd (de zgn. fictieve massa). De reservebescherming van de erfgenaam kan dus niet worden uitgehold door vermogen tijdens het leven weg te schenken.
  • Schenking binnen en buiten deel
    Er is een vermoeden dat de schenking aan erfgenamen een voorschot op erfenis is (de zgn. schenking binnen deel). De schenker kan echter uitdrukkelijk bedingen dat de schenking buiten erfdeel plaatsvindt, waardoor dergelijke begunstigde bevoordeeld wordt.
  • De vordering tot inkorting
    Indien echter blijkt dat de schenker bij schenking of testament meer heeft weggegeven dan het deel waarover hij vrij mocht beschikken, het zgn. beschikbaar deel dus, kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting vorderen.
  • Verplichting tot inbreng
    Erfgenamen die ‘ab intestaat’ tot de nalatenschap komen, en die een gift binnen erfdeel hebben gekregen, zijn gehouden tot inbreng in de nalatenschap. De te verdelen massa bestaat uit de in de nalatenschap aanwezige goederen, te vermeerderen met de ingebrachte goederen, min de schulden van de nalatenschap. Een schenking buiten erfdeel of een schenking aan iemand die geen erfgenaam is, moet bij een later overlijden van de schenker niet worden ingebracht.

In het verleden trachtte men deze regels te omzeilen door het onderschrijven van een levensverzekeringscontract. Overeenkomstig artikel 124 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst (WLVO) ontsnapten de verzekeringsprestaties bij overlijden immers aan de regels van het erfrecht, tenzij de betaalde premies kennelijk buiten verhouding tot het vermogen van de verzekeringnemer stonden. Dit was vooral in het nadeel van de beschermde erfgenamen.

Het Grondwettelijk Hof had eerder, bij arrest van 26 juni 2008, al geoordeeld dat deze bepaling ongrondwettelijk was omdat het artikel de regels van de inkorting in beginsel uitsloot voor de gemengde levensverzekering. In een tweede arrest van 16 december 2010 oordeelde het Hof dat een schenking via levensverzekering geacht wordt buiten erfdeel te zijn gedaan. Wil de verzekeringnemer dat de begunstiging toch als voorschot op erfenis geldt, om zo de gelijkheid tussen zijn erfgenamen te behouden, dan dient hij dit uitdrukkelijk in de begunstigingsclausule te bedingen.

De nieuwe wet bevestigt deze rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Volgens het nieuwe artikel 124 WLVO zal de uitkering van een levensverzekering die bij overlijden toekomt aan een erfgenaam worden geacht een schenking buiten deel te zijn. De begunstigde zal het uitgekeerde overlijdenskapitaal niet moeten inbrengen in de nalatenschap van de verzekeringnemer, de gelijkheid tussen de erfgenamen wordt dus in principe verbroken. Maar als blijkt dat de uitkering het minimum erfrecht van de andere beschermde erfgenamen aantast, dan kunnen deze beschermde erfgenamen de uitkering uit de levensverzekering laten inkorten.

De verzekeringnemer kan er echter ook voor kiezen om zijn erfgenamen bij zijn overlijden gelijk te behandelen. In dat geval moet hij uitdrukkelijk(!) in de begunstigingsclausule van de levensverzekering voorzien dat de begunstigde erfgenaam het te verkrijgen kapitaal dient in te brengen in de nalatenschap, zodat het in mindering komt van zijn erfdeel. De uitkering wordt dan geacht een schenking binnen deel te zijn.

De wetgever wijkt met het nieuwe artikel 124 WLVO af van de basisprincipes van ons erfrecht. Schenkingen aan toekomstige erfgenamen zijn zoals gezegd in principe steeds onderworpen aan inbreng, tenzij de schenker uitdrukkelijk buiten deel schenkt aan zijn erfgenaam, en hem op die manier vrijstelt van latere inbreng. Het nieuwe artikel 124 WLVO past dus het omgekeerde principe toe.

Merk op dat waar de beslissingen van het Grondwettelijk Hof beperkt waren tot gemengde levensverzekeringen die een vorm van sparen of beleggen uitmaken, de nieuwe wet van toepassing is op alle types van levensverzekeringen.

Opvallend is nog dat de wetgever de verzekeringsprestaties, en dus niet de betaalde premies, het voorwerp van de inkorting en inbreng maakt. Hiermee lijkt de wetgever duidelijk te maken dat de verzekeringnemer eigenlijk het uitgekeerde kapitaal schenkt, en dus niet de premies die hij heeft betaald.

Aangezien de nieuwe wet op 11 januari 2013 in het Belgisch Staatsblad verscheen, is het herschreven artikel 124 WLVO van toepassing op de sinds 21 januari 2013 opengevallen nalatenschappen.


Gepubliceerd op 22/04/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site