KMO - Wanneer dreigt de eerste notionele intrestaftrek verloren te gaan? |
Sinds haar ontstaan in aanslagjaar 2007 kunnen vennootschappen met een overgedragen notionele intrestaftrek (NIA) in aanslagjaar 2014 mogelijks voor het eerst geconfronteerd worden met een gedeeltelijk verlies aan niet benutte NIA. Volgende actiepunten kunnen een oplossing bieden om dit verlies tegen te gaan:
- Activering van kosten die voor meerdere jaren bestemd zijn;
- Activering van in het bedrijf gemaakte kosten die verband houden met investeringen (aangekochte materialen, lonen, …);
- Evaluatie van de post ‘dubieuze debiteuren’, met mogelijke terugname van waardeverminderingen tot gevolg;
- Screening van de aging balance ‘leveranciers’, en - zo nodig - niet meer verschuldigde leveranciers in resultaat nemen;
- De belastingvrije reserves en voorzieningen op het passief belastbaar stellen;
Let wel, op de nieuwe investeringsreserve mag geen fiscale aftrek worden toegepast. Voornamelijk wordt er gedacht aan gespreid te belasten meerwaarden, meerwaarden op realisatie van bedrijfsvoertuigen of andere oude vrijgestelde reserves en meerwaarden; - Verkoop met meerwaarde van bepaalde activa die niet onmiddellijk of niet langer bedrijfsmatig aangewend worden;
- Aanpassing van het afschrijvingsritme voor nieuwe investeringen (van degressief naar lineair);
- Aanpassing van de waarderingsregels;
- Via overlopende rekeningen een deel van de opbrengst die anders in het volgende boekjaar zou vallen al in lopende boekjaar laten belasten. Het is natuurlijk wel noodzakelijk dat de werken waarop deze inkomsten betrekking hebben reeds in hetzelfde boekjaar worden gepresteerd.
Om het resultaat in die mate te beïnvloeden dat er ook bij deze laatste aftrekpost nog winst voor handen is, ligt geen mirakeloplossing voor de hand. Bovendien dient men er rekening mee te houden dat de aftrek van de overgedragen notionele intrestaftrek pas na eventuele DBI-overschotten, overgedragen verliezen en investeringsaftrek gebeurt.
Gepubliceerd op 30/01/2013.