KMO - Het belang van een juiste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen |
Het belang van een juiste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) wordt vaak onderschat, dan wel over het hoofd gezien.
Alle natuurlijke personen, rechtspersonen of verenigingen naar Belgisch recht, dienen verplicht opgenomen te worden in de KBO. Elke door de vennootschap uitgeoefende activiteit dient ingeschreven te worden in de KBO, dit op het niveau van de vestigingseenheid. Deze vestigingseenheid dient gecreëerd te worden op elk adres waar de vennootschap haar werkelijke activiteiten uitoefent. Wanneer de activiteiten van de vennootschap niet zijn opgenomen in de KBO, riskeert de vennootschap conform de W. KBO een administratieve boete.
Bovendien bepaalt artikel 14, 4de lid W.KBO dat wanneer de handels- of ambachtsonderneming een rechtsvordering instelt, die gebaseerd is op een activiteit waarvoor geen inschrijving werd genomen in de KBO op het ogenblik van het inleiden van de vordering, de vordering van die onderneming onontvankelijk kan worden verklaard.
In het verleden deed niet elke partij zich de moeite om na te gaan of de vordering van de tegenpartij haar oorsprong vond in een activiteit waarvoor effectief een inschrijving werd genomen in de KBO. Bovendien bestaat ook de mogelijkheid dat een vordering onontvankelijk verklaard wordt, wanneer de vordering gebaseerd is op een activiteit die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming is ingeschreven in de KBO, dit op het ogenblik van het inleiden van de vordering.
Vaak bestaat er ook nog enige verwarring omtrent de inschrijving in de KBO van de occasionele handelsactiviteit. Dit komt voor wanneer een onderneming bepaalde goederen of diensten aan derden verkoopt, zonder dat dit tot haar ‘gebruikelijke’ activiteiten behoort. Deze handeling kan dan beschouwd worden als een subjectieve daad van koophandel in hoofde van de handelsonderneming.
Voor zover er geen bijzondere vergunningen of bekwaamheden vereist zijn voor de toevallige en eenmalige activiteit, en bijgevolg de activiteit een rechtstreeks gevolg is van de activiteit waarvoor de onderneming correct is ingeschreven in de KBO, dan zou artikel 14,4de lid W.KBO niet dienen toegepast te worden. Al dient de toepassing van deze occasionele handelsactiviteiten zeer strikt toegepast te worden. Dit om te vermijden dat er meer dan gebruikelijk verwezen kan worden naar de niet-inschrijving wegens ‘toevallige’ activiteit.
Wanneer de vordering onontvankelijk wordt verklaard wegens niet of oncorrecte inschrijving in de KBO, wordt algemeen aanvaard dat na de regularisatie, m.a.w. na het nemen van een aanvullende inschrijving, dezelfde vordering opnieuw kan ingesteld worden. Wanneer tijdens het lopende geding, de inschrijving in de KBO wordt geregulariseerd, dan heeft dit echter geen invloed meer op de lopende vordering.
Wanneer men als onderneming een vordering wenst in te stellen en niet wenst te stuiten op een onverwachte onontvankelijkheid van de vordering, dan heeft men er alle belang bij de werkelijk uitgeoefende activiteiten correct in te schrijven. Ook door de FOD Economie wordt een steeds strenger wordende controle uitgeoefend op de inschrijvingen in de KBO.
Ook voor fiscale redenen is het belangrijk dat de uitgeoefende activiteiten opgenomen zijn in het maatschappelijk doel zoals opgenomen in de statuten en ingeschreven worden in de KBO. Indien kosten gemaakt worden die betrekking hebben op activiteiten die niet zijn opgenomen in het maatschappelijk doel en in de KBO, kan de aftrekbaarheid van deze kosten verworpen worden.
De actuele activiteiten en gegevens die een onderneming heeft ingeschreven in de KBO en de vestigingseenheid zijn eenvoudig te raadplegen via de Public Search van de FOD Economie.
Volledigheidshalve dient op het uittreksel uit de KBO ook nazicht gedaan te worden van de bestuursfuncties die zijn ingeschreven. Bestuursmandaten die niet hernieuwd worden na een termijn van 6 jaar, dienen bijgevolg uitdrukkelijk beëindigd te worden via een publicatie in het Belgisch Staatsblad. Vervolgens zullen deze mandaten ook een einde kennen in de KBO. Wanneer de niet-hernieuwbare mandaten niet beëindigd worden, blijven deze ‘open’ staan in de KBO. Dit kan tot gevolg hebben dat de desbetreffende bestuurder desgevallend nog steeds onderworpen is aan de bestuurdersaansprakelijkheid.
Gepubliceerd op 07/01/2013.
Laatst bijgewerkt: