This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Nieuwe aftrekregels m.b.t. gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen

Auteur: Jasper Van Dyck, Tax & Legal Services

Andere roerende goederen dan bedrijfsvoertuigen

Sinds 1 januari 2011 moet de btw-aftrek voor gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen onmiddellijk worden beperkt ten belope van het werkelijke beroepsgebruik. Eind 2011 verscheen hierover een administratieve toelichting (btw-beslissing nrs. ET 119.650 dd. 20/10/2011 en ET 119.650/2 dd. 23/12/2011), maar gezien de praktische implementatie geen evidentie bleek te zijn, werd de inwerkingtreding uitgesteld tot 1 januari 2013.

Op 18 december 2012 heeft de btw-administratie uiteindelijk haar langverwachte bijkomende commentaar gepubliceerd (btw-beslissing nr. ET 119.650/3 dd. 11/12/2012). In deze beslissing licht de Administratie concreet toe hoe de verhouding privégebruik/beroepsgebruik van gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen kan bepaald worden.

Hier bespreken we de gevolgen voor de overige roerende goederen (GSM’s, laptops, tablet-pc’s, … ). Voor deze categorie van bedrijfsmiddelen dient een onderscheid worden gemaakt al naargelang:

1) het bedrijfsmiddel kosteloos ter beschikking wordt gesteld aan de gebruiker. Twee methoden worden in casu door de btw-administratie toegelaten teneinde de btw-aftrek te beperken:

Methode 1: Net als voor de bedrijfswagens voorziet het addendum voor deze bedrijfsmiddelen, “bij wijze van proef”, in een algemeen forfait van 75% beroepsgebruik (zonder dat enig bewijs hiertoe dient te worden aangeleverd), zodat 25% van de opgelopen btw niet gerecupereerd kan worden. De belastingplichtige is niet verplicht dit forfait toe te passen, maar indien hij ervoor opteert, is het forfait, zonder onderscheid verplicht van toepassing op alle roerende goederen, andere dan vervoermiddelen (behoudens deze waarvoor men een 100% beroepsgebruik kan aantonen). Voornoemd addendum vermeldt niets over de periode waarvoor deze keuze geldt, noch legt zij enige beperkingen op.

Methode 2: De belastingplichtige kan er echter voor opteren het werkelijk beroepsgebruik aan te tonen op basis van feitelijke elementen. De vraag stelt zich hoe dit in de praktijk kan worden aangetoond? Kan men stellen dat een gratis ter beschikking gestelde laptop aan een werknemer, die schriftelijk bevestigd heeft de laptop enkel voor professionele doeleinden te gebruiken, in hoofde van de belastingplichtige btw-technisch voor 100% aftrekbaar is? Gaat de btw-administratie zonder meer rekening houden met dit geschrift, of zal zij bijkomende feitelijke gegevens eisen, om het 100% beroepsmatig karakter van voornoemde laptop aan te tonen?

2) het bedrijfsmiddel tegen vergoeding ter beschikking wordt gesteld aan de gebruiker. In principe geldt in beginsel een recht op aftrek van 100%. In dit geval mag de vergoeding die wordt aangerekend voor het privégebruik aan de gebruiker in beginsel niet lager zijn dan de normale waarde.
Indien de vergoeding toch lager is, dient een bijkomende btw-regularisatie in het voordeel van de Staat te worden verricht (middels een door de belastingplichtige opgemaakt intern document).
Om de normale waarde te berekenen is in een specifieke btw-berekening voorzien; de band met het voordeel alle aard inzake de directe belastingen wordt hier volledig doorbroken:

  • bedrijfsmiddel in eigendom: (Aankoopprijs/* + kosten) x ( 100% - %beroepsgebruik ), waarbij * refereert naar het aantal jaren dat het bedrijfsmiddel in eigendom is van de onderneming is, met een minimum van 5 jaar;
  • gehuurd bedrijfsmiddel: (Huurprijs + kosten) x ( 100% - %beroepsgebruik ), waarbij het % beroepsgebruik dient vastgesteld te worden conform de bepalingen opgenomen onder punt 1.

De Minister van financiën heeft bevestigd dat de nieuwe regels in principe zonder meer van toepassing zijn vanaf 1 januari 2013, maar dat men voor 2012, indien men dit wenst, de nieuwe regels ook al kan toepassen. Het werkelijk gebruik kan dan worden geraamd op basis van de gegevens van de periode van 1 januari 2012 tot 31 december 2012. Indien men kiest voor het algemeen forfait, dan moet dit voor het hele jaar 2012 worden toegepast.

Op dit vlak is het momenteel onduidelijk hoe de administratie de situatie voor het verleden zal beoordelen indien men er voortaan voor kiest het algemeen forfait van 75% toe te passen. Immers, de belastingplichtige geeft nu aan dat er wel degelijk een privégebruik is, niettegenstaande men in het verleden mogelijks nooit een voordeel voor het gebruik heeft aangerekend. Verwacht de btw-administratie een regularisatie van de afgetrokken btw of laat ze het verleden rusten?

In ieder geval dienen de regularisaties met betrekking tot het jaar 2012 te gebeuren in de periodieke btw-aangifte in te dienen tegen uiterlijk 20 april 2013.


Gepubliceerd op 28/01/2013.

Material on this website is © 2013 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site