This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Nieuwe aftrekregels m.b.t. gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen in de btw-wetgeving

Auteur: Bert Guenter, Tax & Legal Services

Op 1 januari 2011 werden nieuwe aftrekregels met betrekking tot het gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen (o.a. personenwagens) in de btw-wetgeving ingevoerd. Gezien de praktische implementatie geen evidentie bleek werd de inwerkingtreding uitgesteld.

Per 18 december 2012 heeft de btw-administratie de langverwachte beslissing gepubliceerd met bijkomende commentaren. In deze beslissing licht de Administratie toe hoe de verhouding privégebruik/beroepsgebruik van bedrijfsmiddelen kan bepaald worden.

Bij wijze van inleiding geven we hieronder een kort overzicht hoe de aftrekpercentages voor personenwagens kunnen berekend worden. De Administratie stelt 3 mogelijke berekeningswijzen voor om het privégebruik van personenwagens te bepalen.

Vaststellen van het werkelijk gebruik

Om het beroepsgebruik te bewijzen zal de belastingplichtige een betrouwbare rittenadministratie moeten voeren die aantoont welk percentage afgelegde kilometers beroepsmatig werden afgelegd. Dit kan op manuele weg (bv. een rittenboek) of op elektronische weg (bv. een aangepast gps-systeem).

Berekening op basis van de afstand woon/werk

Belastingplichtigen die geen rittenadministratie wensen bij te houden, mogen bovenstaande formule toepassen om het beroepsgebruik te bepalen. Onder de afstand woon-werk verstaat men de afstand van de woonplaats van de werknemer tot de plaats van vestiging van de werkgever.

Forfaitaire aftrek

% beroeps = 35%

Bij wijze van administratieve vereenvoudiging stelt de Administratie de belastingplichtige in staat een algemeen forfait van 35% toe te passen voor alle gehuurde of aangekochte vervoermiddelen die gemengd gebruikt worden. Deze methode kan slechts worden toegepast door belastingplichtigen waarvan het wagenpark uit minstens 4 vervoermiddelen bestaat.

Belastingplichtigen mogen de methodes 1 en 2 naast elkaar toepassen. Wie voor het forfait van 35% kiest, zal deze methode voor minstens 3 jaar moeten toepassen op alle betrokken vervoermiddelen.
Voor de overgangsperiode 2011 en 2012 heeft de belastingplichtige de keuze tussen de oude en de nieuwe regels. Sinds 1 januari 2013 zijn de nieuwe regels verplicht.

Extra voorzichtigheid is ook geboden voor voertuigen aangekocht vóór 2013. De btw-aftrek op kosten wordt beperkt volgens het percentage beroepsgebruik, maar het VAA blijft belastbaar zoals voordien. Weliswaar werd voor de bepaling van het VAA een nieuwe berekeningsbasis uitgewerkt.

Deze beslissing heeft diverse gevolgen op vlak van de herzieningen, VAA, berekening van de normale waarde, … 


Gepubliceerd op 28/01/2013.

Material on this website is © 2013 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site