KMO - Rechtspraak bevestigt standpunt administratie voor gelijktijdige kapitaalverhoging en -vermindering |
Het hof van beroep te Luik stelt in een recent arrest dat een kapitaalverhoging door incorporatie van reserves gevolgd door een onmiddellijke kapitaalvermindering aanzien wordt als fiscaal misbruik. Hoewel dit arrest gebaseerd is op oude algemene anti-misbruikbepaling, zal deze transactie eveneens geviseerd worden onder de nieuwe algemene anti-misbruikbepaling.
Het arrest van het hof van beroep te Luik is een bevestiging van het standpunt van de fiscale administratie in deze problematiek. In het verleden hebben reeds verschillende rechtbanken en hoven zich uitgesproken over het feit of een kapitaalvermindering voorafgegaan door een incorporatie van reserves geherkwalificeerd kan worden in een dividenduitkering. Rechtspraak is frequent de mening toegedaan dat indien er kan aangetoond worden dat de operaties geveinsd zijn, (dat de werkelijke bedoeling van de partijen niet het doorvoeren van een kapitaalvermindering was, doch een dividenduitkering tezamen met een herschikking van het kapitaal) dergelijke verrichtingen kunnen aanzien worden als een dividenduitkering en ook als dusdanig belast worden. Of het in de specifieke gevallen om een vermomde dividenduitkering gaat is een feitenkwestie.
In het arrest van 19 september 2012 stelt het Hof van beroep van Luik eveneens om over te gaan tot een herkwalificatie van een kapitaalverhoging gevolgd door een kapitaalvermindering in een dividenduitkering. Het hof stelt dat de kapitaalverhoging gevolgd door de onmiddellijke kapitaalvermindering onlosmakelijk met elkaar verbonden (de aktes zijn op ondeelbare wijze met elkaar verbonden) zijn en aldus een eenzelfde verrichting betracht hebben nl. een dividenduitkering. Zij baseert zich daarbij op de step by step doctrine.
Vervolgens moest worden aangetoond dat de afzonderlijke akten/transacties belastingontwijking tot doel hadden. Aangezien de vennootschap hier geen relevante financiële of economische redenen kon opwerpen, die deze manier van handelen rechtvaardigde, volgde het hof het standpunt van de fiscale administratie en stelt dat het opdelen van de transactie in verschillende aktes enkel tot doel had om de roerende voorheffing ten belope van 25% te vermijden.
In haar verdediging wierp de belastingplichtige ook nog op dat een dergelijke transactie louter een “timing difference” betreft aangezien de belaste reserves in de toekomst toch ooit aan roerende voorheffing gaan onderworpen worden. Het hof stelt in deze dat het creëren van een timing verschil voldoende is om te spreken over fiscaal misbruik en vervolgens de toepassing van artikel 344 WIB rechtvaardigt. Op basis van deze redenering gaat het hof aldus akkoord met een herkwalificatie in een dividenduitkering.
Wat nu met de nieuwe algemene antimisbruikbepaling? De nieuwe anti-misbruikbepaling werd gewijzigd en omvat volgende bewoordingen “het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt” en niet meer over “ een akte of afzonderlijke akten die een zelfde verrichting tot stand brengt”. Bepaalde rechtshandelingen moeten dus niet door de fiscus worden aanvaard als er sprake is van ‘fiscaal misbruik’. Desalniettemin zal de fiscus steeds fiscaal misbruik moeten aantonen.
Rekeninghoudende met deze bewoordingen zijn wij de mening toegedaan dat ook onder de nieuwe anti-misbruikbepaling dergelijke transacties (kapitaalverhoging gevolgd door een kapitaalvermindering) tot discussies kunnen leiden met de fiscus.
Toch zal steeds belastingplichtige kunnen aantonen dat de keuze voor het geheel van rechtshandelingen is gegeven door andere motieven dan het ontwijken van taxatie.
Laatst bijgewerkt: