This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our cookie notice for more information on the cookies we use and how to delete or block them

Bookmark E-mailadres Print deze pagina

KMO - Hoe straks omgaan met de aangifte van uw roerende inkomsten?

Auteur: Nele VanCaeneghem, Tax & Legal Services

Voor het kalenderjaar 2012 is de fiscaliteit van de roerende inkomsten meermaals gewijzigd, o.a. algemene tariefverhogingen maar ook de invoering van de zogenaamde bijkomende heffing op roerende inkomsten van 4 % (nota bene voor 2013 weer verdwenen). Dit maakt het invullen van de aangifte personenbelasting, op het vlak van de roerende inkomsten, niet gemakkelijker.

Aangifteplicht voor Belgische roerende inkomsten?

Voor inkomstenjaar 2012 geldt er in principe een algemene aangifteplicht van alle roerende inkomsten, ook als er al roerende voorheffing aan de bron werd ingehouden.

De bedoeling van de aangifteplicht bestaat er in om de bijkomende heffing van 4 % via het aanslagbiljet in te kohieren. Die bijkomende heffing is alleen maar verschuldigd op de intresten en dividenden die onder de roerende voorheffing van 21 % vallen en in de mate dat een korf van welbepaalde roerende inkomsten een grensbedrag van 20.020 EUR per belastingplichtige overschrijdt.

Om te weten of u het grensbedrag van 20.020 EUR per belastingplichtige overschrijdt, moet u eerst weten met welke inkomsten u allemaal rekening moet houden. Het betreft de optelling, per belastingplichtige, van volgende bedragen:

  • dividenden (zowel belast aan 21 % R.V., als aan 25 %)
  • inkoop eigen aandelen (belast aan 21 % R.V.)
  • intresten op spaarrekening, voor het bedrag dat hoger is dan 1.830 EUR
  • intresten uit leningen, rekening-courant, kasbons, obligaties, termijnrekeningen (zowel belast aan 21 % R.V., als aan 25 %)
  • inkomsten van Beveks en Sicavs
  • inkomsten van vastgoedbevaks.

Indien u deze optelling gemaakt heeft, kan u beslissen wat er in de aangifte personenbelasting moet gebeuren. Belangrijk is dat de grens per belastingplichtige geldt, en er dus bij het maken van de omdeling ook rekening zal moeten gehouden worden met het huwelijksvermogensstelsel van gehuwde belastingplichtigen.

Concreet dient u in uw aangifte voor aanslagjaar 2013 alleen uw roerende inkomsten van 2012 aan te geven als u voor 2012, per belastingplichtige, in totaal meer dan 20.020 EUR roerende inkomsten heeft ontvangen EN daar inkomsten toe behoorden die aan een R.V. van 21 % waren onderworpen (intresten en dividenden) EN u niet had gevraagd om die bijkomende heffing van 4 % aan de bron in te houden.

Indien u voor 2012 daarentegen, per belastingplichtige, niet meer dan 20.020 EUR roerende inkomsten genoten heeft, of er systematisch een bijkomende heffing van 4 % werd ingehouden op de roerende inkomsten onderworpen aan 21 % R.V., hoeft u de roerende inkomsten niet aan te geven in de aangifte personenbelasting.

Het volstaat dan in de aangifte, in code 1440 en/of 2440, volgende verklaring aan te vinken: “Ik verklaar dat ik geen andere dan in mijn aangifte vermelde inkomsten heb verkregen die nog aanleiding kunnen geven tot de bijkomende heffing van 4 %”.

Indien uit de optelling echter zou blijken dat het roerend inkomen de grens van 20.020 EUR niet overschrijdt,  en u heeft er in de loop van 2012 toch voor geopteerd om de 4 % bijkomende heffing aan de bron te laten inhouden, kan u de (ten onrechte) ingehouden heffing van 4 % terugvorderen via de aangifte personenbelasting. U moet dan alle roerende inkomsten aangeven waardoor de fiscus zal kunnen vaststellen dat er te veel bijkomende heffing werd ingehouden en dit verrekend zal worden met de verschuldigde personenbelasting. Ook in deze situatie zal u de verklaring in code 1440 en/of 2440 moeten aanvinken.

Indien het totaal van het roerend inkomen, per belastingplichtige, de grens van 20.020 EUR overschrijdt, bent u mogelijks de 4 % bijkomende heffing verschuldigd, tenzij u ervoor geopteerd heeft om deze reeds aan de bron te laten inhouden. Als de 4 % bijkomende heffing niet voor alle inkomsten aan de bron werd ingehouden, zal u alle roerende inkomsten waarop nog geen 4 % bijkomende heffing werd ingehouden, moeten aangeven.

Indien de 4 % toch over alle inkomsten werd ingehouden en u opteert voor volledige anonimiteit, dient u geen roerende inkomsten aan te geven, maar wel de verklaring in code 1440 en/of 2440 aan te vinken.

Buitenlandse roerende inkomsten en verzekeringspolissen

U moet alle buitenlandse roerende inkomsten, die niet geïnd werden met tussenkomst van een financiële instelling in België, verplicht aangeven in de aangifte personenbelasting.

Bovenop de melding van het feit dat men titularis is van één of meer buitenlandse bankrekeningen, moet u individueel gesloten levensverzekeringsovereenkomsten bij een verzekeringsonderneming gevestigd in het buitenland ook melden. Dit indien in 2012 dergelijke polissen “hebben gelopen”.

In aanslagjaar 2013 geldt er in principe een algemene aangifteplicht voor de roerende inkomsten. Dit geldt echter niet indien u, per belastingplichtige minder dan 20.020 EUR roerende inkomsten heeft genoten, of systematisch 4 % bijkomende heffing heeft laten inhouden. Het is dan ook belangrijk na te gaan of de grens van 20.020 EUR roerende inkomsten per belastingplichtige werd overschreden.

Voor buitenlandse roerende inkomsten geldt nog steeds een aangifteverplichting. Ook het bestaan van buitenlandse levensverzekeringscontracten moet voortaan gemeld worden.


Gepubliceerd op 28/05/2013.

Material on this website is © 2014 Deloitte Global Services Limited, or a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, or one of their affiliates. See Legal for copyright and other legal information.

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, a UK private company limited by guarantee, and its network of member firms, each of which is a legally separate and independent entity. Please see www.deloitte.com/about for a detailed description of the legal structure of Deloitte Touche Tohmatsu Limited and its member firms.

Get connected

 

More on Deloitte
Learn about our site