Bookmark E-mailadres Print deze pagina

Strikter beheer behoefte bedrijfskapitaal

De behoefte aan bedrijfskapitaal is de voorbije 3 jaar minimaal gedaald van 7,8 % tot 7,5 %. 1 Opmerkelijk is dat de doorsnee-kmo de verschillende componenten die de uiteindelijke behoefte aan bedrijfskapitaal bepalen, nu strikter opvolgt: enerzijds het niveau van de aangehouden voorraad en anderzijds de openstaande vorderingen op korte termijn (voornamelijk toegestaan klantenkrediet).

Bij de gemiddelde onderneming daalde het aandeel van de vorderingen op korte termijn in het totale actief 2 van 23,1 % eind 2007 tot 20,8 % eind 2010. Ook binnen de verschillende sectoren is dit het geval, met uitzondering van de handel. Hier heeft deze component zich gestabiliseerd rond de 17 % à 18 %.

Ook het verschil tussen grote en kleine ondernemingen valt op. Hoewel de verhouding kortetermijnvorderingen in het totaal actief bij grote ondernemingen (> 50 VTE) de voorbije jaren het sterkst is afgebouwd, is deze nog steeds 5 keer groter dan bij ondernemingen die geen personeel tewerkstellen. Concreet spreken we over een daling van 34,8 % in 2007 tot 28,2 % in 2010.

Daar waar de doorsnee-exploitatievennootschap nog een voorraadniveau (voorraad t.o.v. balanstotaal) noteerde van 18,4 % eind 2007, is deze in 2010 afgenomen tot 16,7 %. Oudere ondernemingen houden gemiddeld een grotere voorraad aan dan jongere bedrijven, maar hebben deze de voorbije 3 jaar sterker afgebouwd. Dit resulteerde in een daling van de stocks in verhouding tot het totaal actief van 24,1% tot 19,7 %. Opnieuw noteren we sterke sectorale verschillen. Voornamelijk de sectoren ‘industrie’ en ‘voeding & landbouw’ hebben hun stocks systematisch afgebouwd: de industriële onderneming van 21 % eind 2007 tot 18,8 % eind 2010; de voeding & landbouw van 17,4 % eind 2007 tot 15,5 % eind 2010.

We kunnen dus concluderen dat de kmo’s de voorbije jaren belangrijke inspanningen geleverd hebben om hun behoefte aan bedrijfskapitaal te optimaliseren.

1 We beperken ons hier tot een bespreking van de exploitatievennootschappen. Deze analyse is immers niet relevant voor management-, holding- en patrimoniumvennootschappen.

2 Exclusief vorderingen in rekeningen-courant