Bookmark E-mailadres Print deze pagina

De positioneringsroos

De positioneringsroos laat ons toe een individuele onderneming of een groep ondernemingen op basis van een aantal financiële ratio’s te positioneren ten opzichte van een groep van andere ondernemingen, de referentiegroep.

Elk van de 10 assen op de roos stelt een kengetal voor. In het middelpunt van de roos positioneren we de zwakst scorende onderneming in de referentiegroep (percentiel 0). De best scorende onderneming in de referentiegroep (percentiel 100) positioneren we op de buitenste cirkel. Waar de andere cirkels de lijnen snijden, bevinden zich de kwartielen voor de referentiegroep. De kleinste cirkel binnenin staat voor percentiel 25 (Q1), de cirkel in het midden voor de mediaanonderneming of percentiel 50 (Q2) en de derde cirkel voor percentiel 75 (Q3).

Concreet: Indien u de waarde van een kengetal voor 100 ondernemingen berekent, sorteert u de waarden van klein (zwak) naar groot (sterk).

  • Q0 = de waarde van de slechts presterende onderneming (het hart van de roos)
  • Q1 = de waarde van de 25ste onderneming; er presteren dus nog 24 ondernemingen slechter
  • Q2 = de waarde van de 50ste onderneming (mediaan)
  • Q3 = de waarde van de 75ste onderneming; dit is de op 25 na beste onderneming
  • Q4 = de waarde van de best presterende onderneming (buitenste cirkel van de roos)

Bij de positionering van een individuele onderneming duiden we op elke as de waarde van de ratio van de onderneming in kwestie aan en bekomen we zo één veelhoek die de financiële situatie van de onderneming in kaart brengt.

Hoe groter de veelhoek, hoe beter de individuele onderneming op de verschillende ratio’s scoort. Is de veelhoek mooi rond, dan wijst dit op een evenwichtige financiële structuur.